Karl Ove Knausgård staakt zijn strijd: “Ik voel me schuldig als ik niet schrijf”

De Noor Karl Ove Knausgård is dankzij zijn zesdelige ‘Mijn strijd’-reeks uitgegroeid tot een literaire superster. Het laatste deel ‘Vrouw’ – dat maar liefst 1.100 pagina’s telt – verscheen pas in oktober, maar dat betekent niet dat dit megalomane project voor Knausgård nu ook definitief is afgerond. Hij toert de wereld rond om erover te praten en trekt daarmee volle zalen. Dat was vorige week in de Brusselse Bozar niet anders.

“Ik zie het als een kans om andere meningen en visies te ontdekken”, vertelt Knausgård. “Toch stop ik binnenkort met reizen om opnieuw meer te kunnen schrijven.”



Je hebt de bijna 4.000 pagina’s tellende reeks geschreven op twee jaar tijd. Hoe intens was dat?
“Bijzonder intens, het was het enige wat er in mijn leven gebeurde. Die omstandigheden zijn wel ideaal voor een auteur, ik kon blijven schrijven zonder te stoppen. Dat was een hele verademing, want normaal gezien heb ik last van een writersblock. Ik kampte er al mee als twintiger, maar kreeg een heropflakkering toen ik mijn eerste boek schreef. Daarna viel ik weer vijf jaar stil. Zo ging het maar voort. Opeens kon ik twee jaar lang doorschrijven, dat was een hele opluchting. Ik moest op twee maanden tijd al een eerste boek geschreven hebben. Die deadline zorgde ervoor dat alles vlotter ging. Er was geen tijd om kritisch of zelfbewust te zijn, ik moest gewoon verder werken. Sindsdien ben ik niet meer stilgevallen. Ik blijf schrijven uit schrik dat die heropleving verdwijnt.”

Heb je geen tijd genomen om even te bekomen?
“Ik wilde eigenlijk een jaar stoppen met schrijven om opnieuw meer te kunnen lezen, maar het lukte gewoon niet. Ik voel me schuldig als ik niet schrijf. Ondertussen heb ik al vier nieuwe boeken geschreven: een met essays, twee met kortverhalen, en een boek over voetbal, dat in februari uitkomt. Daarnaast heb ik me ook voor het eerst aan journalistiek gewaagd. Zo schreef ik een artikel over hersenchirurgie. Voor een keer ging het niet over mezelf maar over dokters en patiënten. Dat was een hele verademing.”

In februari komt ‘Uit & thuis’ uit. Het is een bundeling van brieven die je aan je goede vriend Fredrik Ekelund schreef. Hoe is dat idee ontstaan?
“Fredrik en ik hebben elkaar leren kennen op het voetbalveld. Hij had een boek geschreven over de voetbalcultuur in Brazilië. Toen hij vertelde dat hij naar het WK in Brazilië zou gaan, vroeg hij me om mee te komen om er samen een boek over te schrijven. Dat lukte me niet, waardoor we besloten om gewoon brieven naar elkaar te schrijven en dat te publiceren. We zijn de dag voor het WK gestart en stopten de dag nadat het was geëindigd. Het gaat uiteraard niet alleen over voetbal. We zijn bovendien nog niet zo lang bevriend, wat het ook interessant maakt omdat we elkaar beter leren kennen.”

Je probeert jezelf telkens opnieuw uit te vinden.
“Dat probeer ik toch, maar op een bepaalde manier blijft het ook telkens hetzelfde. De lezer zal altijd mijn schrijfstijl en gedachtegangen herkennen. Ik zou graag een manier vinden om eens helemaal iets anders te doen, maar dat is onmogelijk vrees ik. Omdat ‘Mijn strijd’ zo lang was, ben ik als tegenreactie kortverhalen van een pagina beginnen te schrijven. Zo wilde ik nagaan of ik kon afstappen van mijn eigen stijl en manier van denken.”

Die stijl is net de kracht van je boeken, omdat hij zo herkenbaar is. Je reeks is populair omdat je in je ziel laat kijken. Toen de reeks ten einde liep, waren veel fans triest omdat ze het gevoel hadden dat ze een vriend verloren. Is dat niet beangstigend?
“Ik vind dat vooral heel herkenbaar. Ik voel net hetzelfde als ik een goed boek lees. Het is het grootste compliment dat je als schrijver kan krijgen. Als een boek mij raakt, wil ik graag een brief schrijven naar de auteur, al heb ik dat nog nooit gedaan. Zelf krijg ik wel regelmatig brieven van lezers. Soms schrijven ze wel eens vreemde dingen, maar over het algemeen is iedereen heel erg vriendelijk. Zo zeggen ze dat ik dringend moet stoppen met roken en geven ze me een boek om me daarbij te helpen. (lacht) Ze zijn heel attent.”

Je nonkel was minder attent. Hij was absoluut niet te spreken over het eerste deel ‘Vader’, waarin je schrijft over je tirannieke en alcoholistische vader. Heeft zijn reactie een invloed gehad op de andere delen?
“Het was de absolute hel. Ik vind het verschrikkelijk als mensen boos zijn op mij, en ik had schrik voor gelijkaardige reacties. Niemand had de eerste twee delen gelezen voor ze uitkwamen, waardoor ik helemaal vrij was. Wanneer het eerste boek uitkwam, besefte ik pas wat de gevolgen zouden kunnen zijn. Daardoor ben ik bij de volgende delen veel voorzichtiger te werk gegaan. Hoewel de reacties in het algemeen verrassend goed waren, heb ik pas het laatste deel opnieuw voluit durven schrijven. Het is niet zo dat ik in de andere boeken niet eerlijk ben geweest, ik heb enkel bepaalde fragmenten er opzettelijk uitgelaten.”

Hoe heeft je vrouw Linda gereageerd toen ze ‘Vrouw’ las?
“Toen ik haar vertelde dat ik ons verhaal zou brengen, vond ze dat ik ongecensureerd moest kunnen schrijven. Daarom heeft ze me nooit verteld wat ik wel of niet mocht schrijven. Wanneer ze het voor de eerste keer las, was ze er kapot van. Het was verschrikkelijk. We hebben urenlang over het boek en onze relatie (Linda kampt met een bipolaire stoornis en, red.) gepraat. Achteraf bekeken heeft het ons dichter bij elkaar gebracht, maar het was een heel moeilijk moment. Ik heb dan ook geen spijt van wat ik geschreven heb.”

Mogen je kinderen de boeken lezen als ze oud genoeg zijn?
“Zeker, al vrees ik dat ze wanneer ze 17 zijn misschien boos zullen zijn, en de reeks pas volledig zullen begrijpen wanneer ze 40 zijn. Ik hoop dat ze zullen inzien dat ons leven zoveel meer is dan wat er in de reeks beschreven wordt, en dat ik niet alles openlijk vertel. We zullen zien, ik kan er alleszins niets meer aan veranderen.”

Hoewel de titel ‘Mijn strijd’ – ‘Min kamp’ in het Noors – heel wat controverse uitlokte met de verwijzing naar Hitler, maak je in ‘Vrouw’ lange analyse van Hitlers boek. Vanwaar komt die fascinatie?
“Het is hét verhaal van onze tijd. De gevolgen van de Tweede Wereldoorlog zijn nog steeds voelbaar. We verzetten ons tegen het nazisme en het Duitsland van toen, maar toch is er nog steeds racisme en leven we opnieuw in onstabiele tijden. We moeten echt proberen te begrijpen wat er vandaag in Europa aan de gang is. De enige manier waarop ik dat kan doen, is me met hem identificeren. Zou ik ook tot vreselijke dingen in staat zijn? Is er een relatie tussen IS en het nazisme? Dergelijke catastrofes kunnen nog steeds plaatsvinden. Mijn analyse van Hitler is slechts een theorie, ik kan er ook volledig naast zitten.”

De discussie laait opnieuw op met de herpublicatie van ‘Mein Kampf’. Heel wat politici willen het boek verbieden, maar misschien zou iedereen het net moeten lezen?
“Absoluut. In het boek voel je gewoon in de manier waarop en wat hij schrijft dat zijn wereldbeeld helemaal verstoord is. Als je het boek leest, ga je heus niet opeens een Nazi worden.”

Heleen De Bisschop

De reeks ‘Mijn strijd’ is uit bij De Geus. ‘Uit & thuis’ verschijnt op 19 februari.