Walrus: “Een gezonde dosis melancholie ga ik niet uit de weg”

Geert Noppe is duidelijk iemand die verder kijkt dan zijn toetsen lang zijn bij Yevgueni. Het debuut van zijn band Walrus opende twee jaar geleden al heel wat deuren, maar opvolger ‘Terug naar het begin’ legt de lat beduidend hoger. Met dank aan de heldere productie van Alex ‘Hooverphonic’ Callier.

Zowel qua sound als arrangementen komt Walrus op deze plaat veel vinniger en meer ervaren uit de hoek. Een bewuste keuze?

Geert Noppe (foto tweede links): “Ik ben na het afwerken van de vorige cd ‘Op de valreep’ gewoon verder blijven schrijven. Ondertussen had ik al geleerd wat er al dan niet werkte, zodat ik de zaken kon aanpassen. Je evolueert natuurlijk als zanger en schrijver. Hoe meer je schrijft, hoe beter je het ambacht aanvoelt. En er veranderen ook dingen in je naaste omgeving. Die kunnen stof leveren voor nieuwe teksten. Tijdens het schrijven van dit album heb ik zowel intense blijdschap als enorm verdriet ervaren. Die grote gevoelens probeer je dan te kanaliseren. Verder wilde ik het melodische aspect ook veel beter uitwerken. En hier en daar mocht er een symfonisch kantje bijkomen.”

Wat het The Belgian Session Orchestra rijkelijk doet op ‘Tegenpool’. Zijn dat allemaal vrienden die voor de spreekwoordelijke sandwich en een drankje komen opnemen?

“Budgettair zou ik zo’n sessie zeker niet aankunnen. Het was een cadeau van Alex die aan de nieuwe Hooverphonic bezig was en me de kans gaf om eens een nummer op te nemen met een heus orkest. Een zeer mooi gebaar waar ik hem zeer dankbaar voor ben. Op een dik half uur was het in orde.”

Was ‘Terug naar het begin’ de spreekwoordelijke moeilijke tweede?

“De vorige plaat was een vertrekpunt en de verzameling van een aantal songs die ik in een periode van zes of zeven jaar geschreven had. Omdat ik al met Yevgueni platen had opgenomen, was die onbevangenheid veel minder. Maar debuteren met je eigen songs voelt altijd aan als een eerste keer. En je hebt de luxe om er de beste songs uit te kiezen, ook al liggen die stilistisch bekeken ver uit elkaar.”

Voor deze plaat ben je veel meer op zoek gegaan naar een eenheid, niet?

“Absoluut. Misschien probeerde ik op mijn vorige album te hard om anders te klinken dan Yevgueni en zocht ik een meer ruwe kant op. Nu weet ik dat ik die vergelijking toch niet uit de weg kan gaan. Het verschil tref je niet aan in bijvoorbeeld een hardere gitaar. Mijn identiteit moet spreken uit de manier van zingen, de teksten, de melodielijnen of hoe ik de songs boetseer.”

Krijg je zo’n druk bezet man snel over de brug?

“Ik had hem gewoon de vraag gesteld en wachtte af. De dag dat bekend werd dat Noémie (Wolfs, red.) de band verliet, belde hij me op met de vraag eens langs te komen en wat demo’s te laten horen. Ik had ze nog aan niemand laten horen en was behoorlijk zenuwachtig. (lacht) En na enkele songs draaide hij zich The Voice-gewijs om met de woorden ‘ik doe het’. Vanaf het begin heeft hij zich volop geëngageerd en veel betrokkenheid getoond. Alex is een echte workaholic die zeer stipt werkt en zijn visie zeer nauwgezet uitwerkt. Hij is geen twijfelaar. Dat helpt wanneer je binnen een bepaald budget moet werken.”

Wat heeft hem over de streep getrokken om met jou te werken?

“De interactie tussen de melodie en de harmonie in de songs vond Alex boeiend en tekstueel was hij ook mee. Ik probeer toch op zoek te gaan naar een zekere sfeer in de teksten. Een gezonde dosis melancholie ga ik niet uit de weg. Ik heb de indruk dat ‘Terug naar het begin’ veel transparanter is dan het debuut. Eigenlijk wil ik best een groot publiek aanspreken. Maar dan zonder aan originaliteit in te binden. Dat was zowat mijn ambitie voor deze plaat. Ik heb goed geluisterd naar de raad van meer ervaren mensen. Net doordat ik goed had nagedacht over de richting die ik wilde volgen, kon ik op bepaalde momenten zeer instinctief te werk gaan. Ook het werken met een band helpt om die visie neer te zetten. Aanvankelijk werkte ik samen met Alex de krijtlijnen uit en volgde hij de lijn van de ruwe demo’s. Maar wanneer het nodig was, deed hij beroep op zijn jarenlange ervaring en dat kan je alleen maar toejuichen.”

Door Dirk Fryns

Foto / Diego Franssens