Piet Hein Eek: “Voor mij zijn mensen belangrijker dan objecten”

Vanaf 2017 ligt het werk van Piet Hein Eek in de rekken van Ikea. Op zich geen verrassing? Toch wel, want de Nederlandse topdesigner staat bekend om zijn unieke ontwerpen, die bovendien op kleine schaal geproduceerd worden in zijn Eindhovense fabriek. Een gesprek met de koning van de Nederlandse vormgeving.

 



_N1Q4796_opt

Wat heeft je overtuigd om dit te doen?


“Nadat ik enkele keren de mensen van Ikea had ontmoet, voelde het wel goed. Het belangrijkste is dat je mag doen wat je leuk en belangrijk vindt op een veel grotere schaal. Je kunt producten maken met technieken en in hoeveelheden die normaal niet tot onze mogelijkheden behoren waardoor je voor een enorm breed publiek kan werken.”

Maar wat je bij Ikea doet is het tegenovergestelde van wat je normaal doet. Hoe leg je dat uit?


“Wij zijn heel klein, dat contrasteert inderdaad. Maar het ontwerpproces dat we beiden hanteren is gelijkaardig. We denken efficiënt na over ieder aspect van het eindproduct en maken daarin zoveel mogelijk gebruik van duurzame materialen.”

Wat mogen we in 2017 verwachten? 


“De eerste collectie is niet geheel door mij ontworpen. Het is gewoon de traditionele Ikea-collectie waarbinnen ik een stuk doe. Zo ben ik naar Indonesië geweest om rotanmeubelen te ontwikkelen. Dat ligt normaal niet binnen onze mogelijkheden. Tijdens deze onderhandelingen kwamen we tot de conclusie dat het veel leuker zou zijn om een collectie van Piet Hein Eek over alle divisies van Ikea te ontwikkelen. Om het voorstel wat body te geven heb ik alvast tien tot twaalf concepten uitgetekend. Daar gaan we vanaf volgende week op voortborduren.”

Is het moeilijk om binnen de prijscategorie van Ikea te werken?


“Nee. Sterker nog, bij ons hier in Eindhoven is dat bij elk ontwerp het uitgangspunt. Hoe kom ik zo efficiënt mogelijk van idee naar realisatie? En dan is het vanzelf duurder omdat we alles maken in een ‘hoge lonen’-land. Omdat we unica maken, mis je de mogelijkheid om meer te produceren op korte tijd. Maar binnen dat ‘spagaat’ van kleine aantallen en hoge kosten is het toch elke dag een wedstrijd om het alles zo efficiënt mogelijk te doen. En dat is bij Ikea ook zo. Ik voel me erg op mijn gemak met die overeenkomst.”

Je staat bekend om met afval mooie dingen te maken. Hoe reageren de Zweden daar op?

“Ze zijn zich ervan bewust dat het sloophout waar we mee werken, één van onze pijlers is. Dat nemen ze niet als uitgangspunt, maar eerder het feit dat ik het materiaal, de techniek en het ambacht gebruik als inspiratie.”

_N1Q5115_opt



Is dit ook een manier om het imago van Ikea 
op te krikken?

“Dat is zeker een manier, maar dan is het eerder de vraag of ze het daarom doen? (lacht) Ik vermoed het niet. Het was op voorhand niet eens de bedoeling om het zo breed aan te pakken. Ik denk dat je kan stellen dat de opdracht die nu op tafel ligt vooral voortgekomen is uit menselijke contacten, interesse en nieuwsgierigheid om met elkaar te werken.”

Heb je ooit al Ikea in huis gehad?


“Ja zoals iedereen. Toen ik veertien was, was mijn kamer ingericht met Ikea. Ik weet niet wat er mee gebeurd is, maar het moest niet weg omdat het kapot was. Het is degelijk spul.”

Zouden al die Zweedse meubelen die we in huis hebben ook kunnen fungeren als grondstof of gaat het niet zo ver?

“Bij mij is de grondstof de inspiratie, niet het hergebruik van producten. Het sloophout dat ik gebruik komt uit oude gebouwen. Ik ben niet geïnteresseerd in een nieuw leven voor een oude broek, tas, tafel of stoel.”

Wat zijn de objecten waar je in je privéleven veel aandacht aan besteedt?


“Bij mij gaat het om leven. De lange tafel waar je met z’n allen aan eet, is het uitgangspunt van elk huis waar ik mee bezig ben. Dus hebben we ook veel grote tafels in de collectie. Maar het hoeft niet eens een tafel te zijn. Het mag ook een deur op een stel schragen met bierkratjes zijn. Dat is net zo gezellig. Voor mij zijn de mensen belangrijker dan de objecten. Als je het voor elkaar krijgt dat die objecten het zo goed doen dat die mensen zich nog beter voelen, dan heb je het goed gedaan. Maar ik ben niet iemand die houdt van huizen met links en rechts een potje en mooi symmetrisch enkele foto’s. Het sociale aspect van het wonen vind ik het belangrijkst. Sommige mensen houden van zeer minimalistisch en opgeruimd en andere mensen vinden een cafésfeer het ultieme. Bij mij is het vooral eclectisch, maar wel met de nadruk op functionaliteit.”



Wat inspireert je tijdens je buitenlandse trips?


“Ik ben ontzettend blij dat ik in Nederland woon. Dat is het belangrijkste gevoel dat ik overhoud van al mijn reizen. Ik vind het leuker om thuis te zijn want dan ben ik bij de productie, de fabriek en de mensen. Als je een tijdje thuis bent, loopt het veel soepeler dan wanneer je weg bent.”

A

ls je de grens tussen België en Nederland 
passeert, zie je meteen een groot verschil in stijl. Hoe interpreteer je dat?


“Antwerpen of België is meer gericht op kleding en auto’s. Op vlak van vormgeving is fashion bij jullie veel belangrijker dan in Nederland. Terwijl in Nederland – en dat is best wel jammer vooral voor de dames (lacht) – kleding minder van belang is. In Nederland is men veel meer met interieur bezig. België is meer naar buiten gericht: lekker eten, een goede auto en mooie kleding. Interieur in België is veel sterker geïnspireerd op een klassieke benadering van vintage design. Maar ook de moderne vormgeving begint langzaam maar zeker te komen.”



Is er dan nog veel werk aan de winkel in 
België voor Piet Hein Eek? 


“De ene wil thuis een kroeg en de andere een minimalistische vormgeving. De vraag is of dat naar mekaar toegroeit. Ik denk dat wereldwijd mensen gevoeliger worden voor alle interieur-mogelijkheden en eclectischer worden. De kans is dus wel groot dat ze binnenkort in België een heel ander interieur willen. Maar dat geldt ook voor Nederland. Ik denk dat de markt groter wordt. Wij verkopen tafels in Tokyo en Tel Aviv, dus in die zin wordt alles globaler.”

Het grote publiek gaat nu je naam leren kennen. Geeft je dat een kick?

“Nee, als je naam je merk is dan is dat nu eenmaal zo. We hebben bewust gekozen om de naam van het merk te koppelen aan mijn eigen naam omdat ontwerpers nu eenmaal meer aandacht krijgen. Alle aandacht die je krijgt is meteen ook aandacht voor het merk. Mensen in Nederland zijn ook terughoudend wanneer ze reageren op bekendheid. Het zal wellicht iets Calvinistisch zijn om te zeggen ‘doe maar gewoon hè’.”

Arne Rombouts