Israëlische regering wil harder optreden tegen joodse extremisten

Israël heeft een joodse militant zonder proces opgesloten. De geplande hardere aanpak van joodse extremisten is een opvallende koerswijziging van de Israëlische regering.

De wetgeving die toelaat om extremisten administratief aan te houden nog voor ze een misdaad begaan hebben, wordt doorgaans enkel toegepast op Palestijnse extremisten. Nadat afgelopen vrijdag een vuurbom in het huis van een Palestijns gezin gegooid werd, besloot Defensieminister Moshe Yaalon (foto) echter harder op te treden tegen joods extremisme. Bij de brandstichting kwam een baby van 18 maanden om. Daarop volgden hevige protesten van Palestijnse zijde. De extreemrechtse activist die administratief aangehouden is, is de 18-jarige Mordechai Meyer. Hij wordt niet gelinkt aan de brandstichting, maar zou behoren tot een “joodse terroristische groep”.



Joods extremisme

Het joodse extremisme is verre van een nieuw fenomeen. Aanklagers in Israël hopen dat ze voortaan meer succes zullen hebben om joodse extremisten achter de tralies te houden, nu premier Benjamin Netanyahu’s veiligheidskabinet zondag nieuwe maatregelen goedkeurde tegen de extremisten. Een van die maatregelen is die administratieve hechtenis.

Die vorm van opsluiting wordt regelmatig gebruikt tegen Palestijnse militanten. Het maakt het mogelijk iemand op te sluiten die een risico vormt voor de veiligheid, zelfs voor hij een misdaad pleegt of zonder harde bewijzen die hem met een misdaad in verband brengen. Zo’n opsluiting kan tot zes maanden duren, en zo lang verlengd worden als het risico voor de veiligheid bestaat.

De maatregel is al uitgebreid bekritiseerd door mensenrechtengroepen: ongeveer 370 Palestijnen zitten in administratieve hechtenis.