Van Gogh werd schilder in Bergen

Mons 2015 Culturele hoofdstad van Europa werd afgelopen weekend feestelijk geopend met 100.000 bezoekers op het openingsfeest. Eén van de blikvangers is de tentoonstelling ‘Van Gogh in de Borinage’.

«We wilden Mons 2015 openen met een tentoonstelling met internationale allure» zei Bergens burgemeester Elio Di Rupo. Daarvoor werd gekozen voor een niet voor de hand liggend onderwerp. «Iedereen kent Van Gogh, maar weinigen weten dat hij in Mons en in de Borinage heeft verbleven», aldus Di Rupo op de voorstelling van de ten- toonstelling in het museum Beaux-Arts Mons (BAM). «Zelfs de Nederlandse curator van de tentoonstelling, een Van Goghkenner, wist veel dingen nog niet.»

Het uitgangspunt, Van Goghs verblijf in de Borinage, is niet vanzelfsprekend. De kunstenaar was in zijn Bergen- se periode immers eigenlijk
nog geen kunstenaar. Er zijn dan ook slechts enkele tekeningen bewaard gebleven uit die periode. Het grootste deel, vooral kopieën en oefenwerkjes, vernietigde Van Gogh zelf.

De curator, de Nederlander Sjraar Van Heugten, heeft ervoor gekozen om die periode te kaderen met de nodige tekst en met bewaard gebleven brieven uit de correspondentie tussen Vincent Van Gogh en zijn broer Theo. De rest van de tentoonstelling toont via recentere werken hoe bepaalde elementen die in het leven van Van Gogh kwamen toen hij in de Borinage verbleef, zijn latere werk sterk beïnvloed hebben.

Geen natuurtalent
Van Gogh was geen kunstenaar toen hij in Bergen aan- kwam. Hij wilde zijn leven wijden aan God en werkte als lekenpredikant in Wasmes en Cuesmes te midden van de mijnwerkers en de boeren. Hij nam die roeping erg serieus. Van Gogh wilde leven als arme onder de armen en begon geld en kleding weg te geven. Uiteindelijk kwam hij, na een diepe persoonlijke crisis, tot het besluit dat het religieuze leven niet voor hem weggelegd was en begon hij te tekenen.

Dat ging niet gemakkelijk, Van Gogh was geen natuurtalent. Dat is ook goed te zien aan de kleine werkjes uit zijn Bergense periode. Veelal gaat het om kopieën of kleine potloodtekeningen. Kopiëren van bekende kunste- naars was in die tijd immers een beproefde methode om de stiel te leren. Van Gogh zou zo’n 460 kopieën gemaakt hebben in die tijd.

In die periode komt de schilder voor het eerst in aanraking met armoede, en vooral met de moeilijke levensomstandigheden van de mijnwerkers. De mijnwerkers, boeren en eenvoudige mensen waarmee hij in de Borinage in aanraking komt, zullen later in zijn werk blijven terugkeren, zoals te zien is verderop in de tentoonstelling.

Pas later, wanneer hij in Parijs in aanraking komt met de impressionisten en wanneer hij daarna naar Zuid-Frankrijk trekt, komt de kunst van Van Gogh tot vol- le wasdom en ontwikkelt hij zich tot de moderne schilder die we nu kennen. De expo in het BAM verlaat die ge- baande paden en biedt een boeiende inkijk in het levens- verhaal van Van Gogh, toont de onbeholpen hand van de vroege schilder en heeft ook de nodige indrukwekkende latere werken in de aanbieding, waaronder een onafge- werkt landschap dat hij vlak voor zijn dood schilderde toen hij in Auvers nabij Parijs verbleef.

Door Jelle Mampaey