« Ik trouw nooit met een boer en zéker niet met een Vlaming. »

Het is maandagochtend 6 uur als ik aanbel bij meneer en mevrouw Debock in het landelijke Aat. Françoise en Geert hebben samen een landbouwbedrijf waarin ze zo’n 350 vleeskoeien onderhouden. Geert heeft de boerderij een vijftiental jaar geleden overgenomen van zijn Vlaamse vader Etienne. Etienne Debock is afkomstig uit het Antwerpse Kallo, en moest op zoek naar een andere landbouwgrond door de uitbreiding van de Antwerpse Haven. Op deze boerderij lopen dus niet enkel 350 koeien, maar ook drie generaties en twee talen door elkaar.
“In het begin was het zeker niet gemakkelijk.” vertelt Etienne, de 74-jarige vader van Geert die ondanks zijn pensioen nog elke dag op de boerderij meewerkt. “Vaak stonden we zondagmorgen om 8 uur aan de kerk van Kallo, zo’n 90 km van hier, om de misviering mee te volgen. Gewoon om de mensen terug te zien. Maar je moet je aanpassen hé, dat weet je op voorhand.”

Nooit met een Vlaming trouwen

Geert nam in 1998 de boerderij van zijn ouders over. Hij ontmoette de Waalse Françoise op een plaatselijke landbouwfuif. “Ik had mezelf voorgenomen om nooit met een boer te trouwen, en zéker niet met een Vlaming,” lacht Françoise. De werkelijkheid is toch anders uitgedraaid. “In het begin werkte Françoise als kassabediende in een grote supermarkt. Maar op een bepaald moment moesten we een keuze maken: of zij werkte mee op de boerderij, of ik moest iemand extra aannemen. Dan was de beslissing snel gemaakt.” Toch zijn de taken verdeeld, bevestigt Françoise. “Hij is meer bezig met de machines en de gewassen op het land, en ik met de koeien en de kalfjes.” “Het grote voordeel van als koppel op een boerderij te werken, is dat je altijd samen bent.” zegt Geert. “Elke dag op de boerderij is toch anders. We zijn onze eigen baas, en we stoppen wanneer we willen met werken. We zijn ook altijd ter plaatse: ik sta nooit in de file!”

Een beetje vrijheid, maar niet teveel

Het enige waar Geert spijt van heeft, is dat hij zijn moedertaal niet heeft doorgegeven aan zijn twee kinderen, Yannick(12) en Lucie(10). “Ik heb altijd gezegd dat ik Nederlands met hen ging spreken, maar dat heb ik dan uiteindelijk toch niet gedaan. Mensen spreken altijd van de ‘moedertaal’. Onze kinderen kunnen dus enkel de taal van hun moeder, en dat is Frans.” Geert hoopt dat zijn zoon Yannick ooit de boerderij zal overnemen, zoals hij dit ook deed bij zijn vader. “Maar ik ga hem nooit dwingen. De boerenstiel is iets wat je graag moet doen van jongs af aan, anders begin je er beter niet aan.” En wat is nu juist het geheim is van dit koppel? “Je moet elkaar een beetje vrijheid geven, maar ook niet teveel.” antwoordt Geert. Françoise ziet het anders: “Wat het allerbelangrijkste is, is natuurlijk dat we elkaar allebei graag zien. Daarnaast speelt ook het verschil in karakter mee. Geert is meer impulsief en ik ben een kalmer persoon. Als hij zich over iets opwindt, kan ik er heel rustig over blijven.” “Moesten we allebei zijn zoals ik, dan zou het niet gaan, dat is zeker.” besluit Geert.

Eline Vandenbroucke