“Dit programma is als een visitekaartje dat kandidaten later kunnen gebruiken”

Voor het laatste deel in onze reeks over het Brussels Young Exporter Program (BYEP), dat van jongeren exportspecialisten maakt, spraken we met Marc Loos. Hij is Economisch en Handelsattaché voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in Frankrijk en hielp met het opstarten van het BYEP. Vanuit de Belgische ambassade in Parijs begeleidde hij Steven De Volder tijdens zijn stage.

Wilt u zich even voorstellen?



“Ik ben verantwoordelijk voor de economische en handelsvertegenwoordiging van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in Frankrijk, een post die in het leven werd geroepen bij de regionalisering van de buitenlandse handel twintig jaar geleden. Mijn belangrijkste opdracht is het begeleiden van Brusselse bedrijven die hun activiteiten in Frankrijk willen ontwikkelen. Dat omvat een hele reeks diensten, van marktinformatie en begeleiding ter plaatse tot het zoeken van contacten, networking, het kiezen van de beste promotieplatforms, enz.”

Voor heel Frankrijk of enkel in Parijs?

“Ik ben verantwoordelijk voor heel Frankrijk. Ik heb een medewerkster in Rijsel, waar we een klein kantoor hebben. Je moet weten dat 70% van onze Brusselse bedrijven nog nooit naar Frankrijk geëxporteerd heeft. En velen onder hen hebben zelfs nog nooit iets uitgevoerd. Dus komen ze bij ons terecht, omdat ze naast de Belgische en Luxemburgse markt hun activiteiten willen uitbreiden naar het buitenland. Ze willen internationaal gaan en dan denken ze in de eerste plaats spontaan aan Frankrijk. Wij begeleiden deze neo-exporteurs bij hun eerste stappen op de Franse markt.”

Welke rol spelen jullie in de opleiding van het ‘Brussels Young Exporters Program’?

“We hebben een veelzijdige rol. Ik heb dat programma een tiental jaar geleden trouwens mee helpen ontwikkelen. Ik zorg er nu voor dat onze begeleiding zo vroeg mogelijk start. Als de kandidaten en laureaten bekend zijn, worden ze met ons in contact gebracht om hen te helpen kiezen voor welk bedrijf ze gaan werken en op welke markt ze zich gaan positioneren. Zodra ze geïnstalleerd zijn, vervullen we een meervoudige rol. Te beginnen met begeleiding en oriëntatie. Deze mensen beginnen doorgaans zonder enige marktkennis. Ze hebben hun stage gelopen in Brussel en kennen het bedrijf en zijn producten wel, maar niet de markt waarop ze aan de slag gaan. Wij oriënteren hen in de juiste richting en naar de juiste contacten. We stellen hen ons netwerk ter beschikking. Vaak kennen we de bedrijven al waarvoor ze werken. Tijdens hun verblijf in Frankrijk begeleiden we hen stap voor stap. Ze brengen ons verslag uit over hun activiteiten, maar hebben ook regelmatig onze hulp of raad nodig. Het gaat vaak om informatie die ze nergens anders vinden en waar wij toegang tot hebben.”

Waar gaan die stages meestal door?

Byep-stages heb je over heel de wereld maar voor Frankrijk is Parijs de “place to be”.  Het is  is een jakobijns en sterk gecentraliseerd land. En voor een Brusselse kmo – want vaak gaat het om kmo’s op z’n Belgisch met minder dan 20 werknemers – zijn er meestal niet genoeg contacten en inhoud om de aanwezigheid van iemand gedurende 2 maanden in een provinciestad te rechtvaardigen. Alles gebeurt in Parijs. 70% van de Franse economie bevindt zich daar. En in Parijs heb je niet genoeg aan twee maanden om alles te zien en te doen.”

In welk soort bedrijf lopen ze stage in Parijs? Hoe groot zijn die bedrijven?

“Alles hangt af van het bedrijf, zijn producten en zijn doelgroep. De Brusselse exportstructuur bestaat grotendeels uit kmo’s met minder dan 20 werknemers. Als die op de Franse markt terechtkomen, krijgen ze plots te maken met bedrijven die minstens tien keer groter zijn. De Belg die wil exporteren naar Frankrijk mag zich dus verwachten aan gesprekspartners van een heel ander formaat dan hijzelf. Grote bedrijven, in vergelijking met de Brusselse exportmarkt. Wij helpen die oefening te maken. Ik had een ‘BYEP’ stagiair die alle winkels en boetieks deed waar meubelstoffen gemaakt worden. Toen ging het effectief om kleine bedrijven. Maar Steven De Volder daarentegen, ging aan de slag in de grootdistributie. Met alle moeilijkheden van dien in termen van omvang en benaderingswijze.”

Hoeveel ‘BYEP’ stagiairs heb je elk jaar?

“In theorie is het er een per post of per land. Maar gezien de omvang en de nabijheid van de Franse markt, de interesse erin en de eenvoudige, natuurlijke benadering ervan als belangrijkste exportmarkt, hebben we hier meestal twee stagiairs.”

Betaalt het bedrijf het verblijf van de kandidaten?

“De kandidaat krijgt een beurs, waarvan hij moet leven. Hij moet zijn plan trekken om een betaalbare logeerplaats te vinden en om zich te verplaatsen. Hij kan het bedrijf wel een bijdrage in de kosten vragen als hij buiten Parijs moet reizen. De rest is normaal gedekt door de beurs.”

Wat is het verschil tussen deze stage van 2maanden en een bedrijfsstage in een businessschool?

“We wilden ons van bij de start differentiëren. Een stagiair aannemen om fotokopieën te nemen of paperclips in de kast te leggen, daar heeft niemand iets aan. Heel misschien is het nuttig voor ons om al die kleine taakjes uit te besteden, maar voor de stagiair zelf levert dat niets op. Behalve het extra regeltje dat hij in zijn cv kan zetten. Het idee achter dit programma was van in het begin om stagiairs te ontvangen die al een diploma op zak hebben en dus geen student meer zijn, en hen een heel specifieke opdracht te geven. Een werk, studie of onderzoek uitvoeren dat valoriserend is en dat ze later als visitekaartje kunnen gebruiken. Dat was het uitgangspunt, om tot een project te komen waar zowel het bedrijf als de stagiair voordeel bij hebben. Want die heeft niet alleen een extra referentie in zijn carrière, maar krijgt dankzij zijn stage misschien ook wel een sleutelpositie in het bedrijf of in een andere onderneming.

Steven De Volder is bijvoorbeeld specialist geworden in de marktlancering van nieuwe producten in de Franse grootdistributie. Hij benaderde alle grote merken en alle supermarkten in de Parijse regio en daarbuiten. Hij heeft heel wat ervaring opgedaan. Hij is dan ook aangeworven in het bedrijf waar hij zijn stage liep.

Zijn de ‘BYEP’ stagiairs bijzonder gemotiveerd?

“Ja. Er waren twee uitzonderingen, maar daar gaan we het niet over hebben, omdat dat niet lang geduurd heeft. Wie niet gemotiveerd aan dit programma begint, geraakt niet verder dan de theorielessen of de bedrijfsstage in Brussel. In het buitenland worden de kandidaten twee maanden voor de leeuwen gegooid. Als je dan niet gemotiveerd bent, haal je het nooit. Dit is niet voor toeristen. Zeker niet als je naar een verdere en meer exotische bestemming dan Frankrijk vertrekt. Daar is het echt zwemmen of verdrinken.”

Wat is het typische profiel van een kandidaat?

“Het zijn vooral jonge gediplomeerden die soms al een of twee jaar beroepservaring hebben, maar dan eerder met kleine opdrachten of stages. Oudere werknemers die plots hun carrière een nieuwe wending willen geven, zijn zeldzamer, maar dat is ook al gebeurd.

Het zijn dus meestal jonge gediplomeerden die op zoek zijn naar werk. Mensen voor wie de internationalisatie van een bedrijf interessant is en die op een dag misschien zelf in het buitenland willen gaan wonen. De meesten stellen me vragen als “Wat moet ik doen om in het buitenland te gaan werken?” of “Hoe word ik commercieel adviseur?”. Ze krijgen de smaak van de internationalisatie te pakken, dat is niet meer dan normaal.”

Wat hebben de kandidaten gestudeerd?

“Ik heb alles al gezien. Zoals een socioloog die voortreffelijk werk verricht heeft voor een bekende chocolatier. Persoonlijk ben ik groot fan en voorstander van jongeren die iets studeren en dan een heel andere richting uitgaan. Dat bewijst echt hoe open-minded ze zijn. Ik haal heel graag jongeren binnen die iets helemaal anders gestudeerd hebben dan wat ze hier zullen doen. Ik heb nog nooit een slechte ‘BYEP’ stagiair gehad. Alleen wie echt goed is, geraakt bij ons. Want de selectie is zwaar. En dan moet je nog je eigen logeerplek vinden enz. Alleen maar positieve ervaringen dus. Een win-winsituatie voor iedereen!”