Een honderdjarig medicijn kan nieuwe inzichten bieden in autisme

Oude medicijnen kunnen soms met verrassende resultaten gebruikt worden om andere ziekte te behandelen. Zo wordt Metformin, een pil die gebruikt werd om diabetes te behandelen, nu gebruikt om bepaalde kankers te behandelen. Een nieuwe studie die gepubliceerd werd in Translational Psychiatry toont aan dat een medicijn dat in 1916 ontwikkeld werd om de Afrikaanse slaapziekte te genezen nu een invloed kan hebben op autisme. Suranime gaat niet meteen nieuwe theorieën rond autisme creëren, het is nog niet getest op mensen en is giftig op lange termijn, maar het geeft wel aan dat er nieuwe inzichten rond autisme mogelijk zijn mits verder onderzoek.

Voor de studie onderzochten de wetenschappers 50 mannelijke muizen die autistisch gedrag vertoonden door een virale infectie bij de moeder tijdens de zwangerschap. De helft van de muizen kreeg een dosis suranime ingespoten, de anderen kregen een zoutoplossing die normaal niets wijzigt in het gedrag. Die ene dosis suranime zorgde ervoor dat de muizen, zeker in vergelijking met de muizen die geen suranime kregen, meer interactie hadden met andere muizen en objecten die ze nog nooit hadden gezien. Dat gedrag vertoonden ze nog vijf weken nadat het medicijn uit hun lichaam was verdwenen.

De wetenschappers denken dat suranime werkt doordat het zich vastzet op negentien verschillende purinergische receptoren die zich in alle cellen bevinden en die onderdrukt. Daardoor wordt de ‘cell danger response’, een reactie op gevaar op cellulair niveau, uitgeschakeld.

“De ‘cell danger response’ is een set van 30 metabolische veranderingen die cellen helpt om ze te beschermen van een bedreiging”, legt Robert Naviaux, een geneticus aan de University of California San Diego en auteur van de studie, uit. Die metabolische veranderingen hebben positieve gevolgen omdat ze energetische middelen in het lichaam regelen wanneer er een virus of drugs in het systeem zitten. Maar als  een ernstige blootstelling aan een virus of iets dergelijk zich voordoet voor de geboorte of tijdens de kindertijd, dan zullen cellen daarop hevig reageren. Cellen hebben een metabolisch geheugen, dat de cellulaire functies na de blootstelling kan wijzigen. Daardoor kunnen die de ontwikkeling van het zenuwstelsel bij een kind belemmeren. Doordat suranime zich vastzet op cellen, lijken deze terug hun normale functies terug te vinden.

Jammer genoeg kan suranime niet langer dan enkele maanden worden toegediend omdat het op lange termijn giftig is. Naviaux denkt ook dat men zich niet moet vastpinnen op dat deel van de studie, omdat wetenschappers volgens hem op een dag medicijnen met dezelfde werking kunnen vinden zonder de schadelijke effecten.

Het idee dat autisme het resultaat is van abnormale communicatie tussen cellen is nog redelijk nieuw maar Naviaux vindt het belangrijk om de ‘cell danger response’-theorie verder te onderzoeken. “Volgens de nieuwe theorie kan een abnormaal celmetabolisme het gevolg zijn van genen, omgeving of beide”, zegt Naviaux. “Dus de behandeling kan liggen in dat we het celmetabolisme opnieuw normaal moeten laten functioneren. Met de juiste behandeling kunnen we sociale en verkennende gedrag verbeteren bij mensen met autisme”, besluit Naviaux.

Er zijn wel enkele problemen met het onderzoek van Naviaux. Het autisme bij de muizen is lang niet de enige vorm uit het autismespectrum en verklaart bijvoorbeeld repetitief gedrag niet. Het is ook moeilijk om een dierlijk model te maken van een complexe menselijke aandoening als autisme. De studie behandelde slechts een kleine groep muizen en die waren allemaal mannelijk.