Oplossing

logo_week_van_het_nederlands_jwi

AFLEVERING 1: Werkwoorden

Wat je moet weten:

  1. In de tegenwoordige tijd schrijven we een werkwoord dat in zijn geheel eindigt op –den (worden, antwoorden, leiden) soms met –dt aan het eind: jij wordt, hij antwoordt, zij leidt. Dat is nooit bij de eerste persoon (ik word, ik antwoord) en nooit als het onderwerp je/jij is en volgt op het werkwoord (antwoord jij? word je?)
  2. Verwar een tegenwoordige tijd (gebeuren: het gebeurt) niet met een voltooid deelwoord (gebeuren: het is gebeurd). De laatste letter van een voltooid deelwoord kun je horen door het woord te verlengen (gebeurde: het is gebeurd; gemaakte: het is gemaakt). Een voltooid deelwoord of een bijvoeglijk naamwoord eindigt nooit op –dt.

De meeste werkwoorden krijgen er voor een verleden tijd –de of –te bij. Dat kun je horen. Eindigt het volledige werkwoord op –den (antwoorden) of –ten (wachten), dan zal de verleden tijd een dubbele d of t bevatten: hij antwoordde, zij wachtte.

De oplossing

  1. Het (T) gebeurd / (B) gebeurt niet zo vaak dat ik te laat kom. (regel 2)
  2. (E) Laat / (A) laad / (O) laadt jij de koffers maar in de auto; ik sluit de voordeur. (regel 1)
  3. De kinderen hebben in de zandbak (B) gespeeld / (D) gespeelt en ze zijn erg vuil. (regel 2)
  4. Ik (Y) word / (I) wordt niet graag herinnerd aan mijn eerste liefde. (regel 1)
  5. Muziek is voor veel jongeren een (B) geliefkoosd / (D) geliefkoost onderwerp. (regel 2)
  6. Ze (A) praten / (O) praatten / (E) praaten veel te luid terwijl ik probeerde te studeren. (regel 3)
  7. Ik (S) antwoorde / (R) antwoordde dat ik geen geld op zak had. (regel 3)
  8. Die vrouw (R) wordt / (T) word je ondergang nog. (regel 1)
  9. Het hek is (I) verweerdt / (U) verweert / (E) verweerd en sluit niet meer goed. (regel 2)
  10. Waarom (M) zent / (N) zendt / (L) zend je al die mailtjes naar mij? (regel 1)

We zochten:

“BABYBORREL”

 

Banner V2-Dinsdag