Voorpublicatie Jonas Jonasson

Jonasson-Gangster Anders-zwart2D def2Gangster Anders en zijn vrienden: Gangster Anders, vers uit de gevangenis; Johanna, een pastor, recent uit haar kerk gezet; en Per, receptionist in het hotel waar ze verblijven, de kleinzoon van een geruïneerde miljonair. Een snood plan smeden ze: Anders moet goedbetaalde vuile klusjes gaan opknappen voor de Zweedse onderwereld, de pastor en de receptionist worden zijn strategische partners. Gaandeweg blijkt Gangster Anders maar matig geschikt voor de job en dan begint hij zich op een dag in de Bijbel te verdiepen. Hij besluit een kerk te stichten, de Kerk van Anders, met als motto: geven is beter dan nemen. Daar zijn Johanna en Per het maar half mee eens. Met inmiddels de halve onderwereld achter zich aan moeten de andere twee als de bliksem een nieuw, lucratief plan verzinnen …
Jonas Jonasson, bekend van zijn hilarische roman De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween, schreef een eigentijds avontuur dat zich dit keer volledig afspeelt in het heden en in Zweden.

 

Gangster Anders was een van de gasten die langere tijd in Pension Meeroever verbleven. Hij heette eigenlijk Johan Andersson en had zijn hele volwassen leven in de gevangenis doorgebracht.Hij had altijd moeite gehad met woorden en zinnen, maar had al vroeg in zijn leven ontdekt dat je toch gelijk kon krijgen door degene die je tegensprak, of dat dreigde te doen, een dreun te geven. En nog een dreun als dat nodig was.
Zulke gesprekken leidden er mettertijd toe dat de jonge Johan in verkeerd gezelschap belandde. Door zijn nieuwe kennissen begon hij zijn gewelddadige argumentatietechniek kracht bij te zetten met sterkedrank en pillen, waarna het min of meer gebeurd was. Deze combinatie zorgde ervoor dat hij al op zijn twintigste twaalf jaar gevangenisstraf kreeg omdat hij niet kon uitleggen hoe zijn bijl in de rug van de destijds belangrijkste distributeur van amfetamine was terechtgekomen.
Na acht jaar kwam Gangster Anders weer op vrije voeten en hij vierde zijn vrijlating zo uitbundig dat hij nog niet helemaal nuchter was toen hij veertien nieuwe jaren kreeg bij de eerdere acht. Deze keer was er een jachtgeweer bij betrokken geweest. Een schot van dichtbij in het gezicht van de opvolger van de man met de bijl in zijn rug. Een buitengewoon onaangename aanblik voor degenen die naar de plaats delict werden geroepen om de rommel op te ruimen.
Gangster Anders beweerde in de rechtbank dat het niet zijn bedoeling was geweest. Dat dacht hij tenminste. Hij kon zich er niet zoveel van herinneren. Niets eigenlijk. Net als de keer daarna, toen hij de keel doorsneed van de derde pillendistributeur omdat die hem ervan had beschuldigd dat hij in een slecht humeur was. De man met de doorgesneden keel had gelijk, maar dat had hem niets opgeleverd.

Op zesenvijftigjarige leeftijd was Gangster Anders weer op vrije voeten. In tegenstelling tot de eerdere keren was dit niet tijdelijk, maar permanent. Dat was althans het idee. Hij hoefde alleen maar uit de buurt te blijven van de sterkedrank en de pillen. En van iedereen die met alcohol en pillen te maken had. Bier kon niet zoveel kwaad, daar werd hij meestal vrolijk van. Of een beetje vrolijk. In elk geval ging hij er niet van door het lint.
Hij was naar Pension Meeroever gegaan in de veronderstelling dat daar nog steeds het soort activiteiten werd aangeboden waaraan je behoefte kunt hebben als je een decennium of drie in de gevangenis hebt gezeten. Toen hij zijn teleurstelling omdat die veronderstelling niet bleek te kloppen had overwonnen, besloot hij in te checken in het pension. Hij moest tenslotte ergens slapen en ruim tweehonderd kronen per nacht was geen bedrag
om ruzie over te maken, vooral niet als je bedacht waartoe ruzie kon leiden.
Al voordat hij zijn kamersleutel voor de eerste keer in ontvangst nam, had hij zijn levensverhaal verteld aan de jonge receptionist achter de balie. Het verhaal begon met zijn jeugd, ook al was de gangster van mening dat die niet relevant was voor wat daarna was gevolgd. Zijn jonge jaren waren getekend door een vader die als hij thuiskwam dronken werd om zijn werk te kunnen volhouden, en een moeder die hetzelfde begon te doen om het leven met zijn vader te kunnen volhouden. Dat leidde ertoe dat zijn vader het niet kon volhouden met zijn moeder, wat hij duidelijk maakte door haar regelmatig te mishandelen, meestal in het bijzijn van zijn zoon.
De receptionist durfde na het verhaal niets anders te doen dan hem welkom te heten en zich voor te stellen. ‘Per Persson, aangenaam,’ zei hij.
‘Johan Andersson,’ zei de gangster, waarna hij Per op geruststellende toon beloofde om voortaan zo weinig mogelijk misdaden te plegen. Daarna vroeg hij de receptionist of hij een pilsje kon missen. Na zeventien jaar onthouding was het logisch dat hij een droge keel had.
Per was niet van plan om zijn relatie met Gangster Anders te beginnen met hem een biertje te weigeren. Terwijl hij inschonk vroeg hij terloops of het meneer Andersson iets zou lijken om de sterkedrank en de pillen buiten de deur te houden.
‘Ja, dat is waarschijnlijk het beste,’ antwoordde Johan Andersson. ‘Zeg trouwens maar Gangster Anders. Dat doet iedereen tenslotte.’

MT_banner_jonas jonasson v6