Niemand hield van Billie Vuist (fragment 3)

C.PR_MP_BILLIEVUIST_JAN11_AB.indd
Lees hieronder het derde fragment uit de roman Niemand hield van Billie Vuist van Marnix Peeters. De andere fragmenten vind je hier!

Aanvankelijk was de passage van de – in zijn ogen – koddige meisjes voor Billie Vuist een welkome afwisseling. Hij stond hen altijd enthousiast op te wachten als zij in de rammelende bestelwagen van Moeder Vuist, die aan beide kanten het opschrift vzw phantasia droeg met daaronder de slogan een betere wereld (wat maar half gelogen was: de vzw Phantasia verbeterde de wereld voor haar klanten en, niet in het minst, voor haar bestuurders, die er een schone broodwinning aan hadden), in Uilenveld arriveerden. ‘DIT ZIJN DE ZUSJES MAYOREE EN RATANA, BILLIE!’ schreeuwde Moeder Vuist tijdens het uitladen van haar vracht, en breed glimlachend en vriendelijk knikkend liep Billie Vuist op de angstige Thaise meisjes af. ‘Welkom! Welkom!’ zei hij hartelijk. ‘Mijn naam is Billie Vuist, ik ben de zoon van Moeder Vuist, die zo vriendelijk is geweest u van het vliegtuig te halen. U gaat een plezant verblijf hebben in ons land, dat zal beginnen met enkele dagen bij ons, in Uilenveld.

Ik ben uw vriend, aan mij moogt ge alles vragen!’ Mayoree en Ratana begrepen er geen snars van. ‘Kom, we gaan spelen!’ riep Billie Vuist. ‘Kunnen jullie voetballen, of doen jullie alleen meisjesdingen? Girl things?’ probeerde hij, wat hen deed ineenkrimpen van de schrik, waarna Billie zei: ‘Niet bang zijn! Ik ben uw vriend! Misschien krijgen we straks, als we braaf spelen, van Moeder Vuist wel een ijsje!’ waarbij hij zijn vuist voor zijn mond hield en likkende bewegingen maakte met zijn tong, wat Ratana in huilen deed uitbarsten. ‘BILLIE, LAAT DE MEISJES MET RUST!’ gilde Moeder Vuist. ‘DIE ZIJN NOG MOE VAN DE LANGE REIS, EN DAN NU IN ZO’N VREEMD LAND EN AL! ZE NIET BANG MAKEN! GE HEBT MIJ GOED VERSTAAN, HÈ KEREL!’ Billie Vuist pruttelde dat hij ze helemaal niet bang maakte, en zei, bijna fluisterend, tegen de kinderen: ‘Niet wenen, meisjes! Billie Vuist is hier! Het is de lange reis, en nu zo’n vreemd land en al!

Ik versta dat. Kom, ik zal u mijn geheime schuilplaats laten zien!’ En met wat moeite troonde hij de twee espenblaadjes mee naar de achterzijde van de stacaravan van Wesley S., wrikte de plastieken lambrisering los en toonde triomfantelijk zijn donkere, muffe schuilhol aan de meisjes, die elkaar hysterisch gillend en nu beiden onbedaarlijk jankend in de armen vielen, roepend om hun moeder, al had deze laatste hen zonder zelfs maar de schouders op te halen afgestaan voor de lange reis; toen zij protesteerden had hun moeder hun een klinkende oorvijg verkocht en gezegd: ‘Ge gaat, en ik wil u niet meer horen.’

Ze had hun koffer gepakt en was diezelfde middag de cheque gaan verzilveren die Moeder Vuist haar had toegestuurd, geld waarmee zij voor twee maanden rijst, eieren en kippenknieen kon kopen, en vast en zeker nog genoeg overhad voor een zijden jurk of een fonkelende broche of tiara. Op de tweede dag waren deze meisjes meestal rustiger; zij voelden aan dat Billie Vuist een brave jongen was; hij toonde hun zijn knikkers en leerde hen ermee spelen, en als zij er na een tijdje bedreven in werden en nu en dan een rondje wonnen, schonk hij hun de behaalde knikker – ‘Eerlijk is eerlijk,’ zei Billie Vuist, hoewel hij bij winst natuurlijk niets kreeg, aangezien deze meisjes geen knikkers bezaten – maar passons, want straks gaan we hier nog de regels van het knikkerspel uitleggen, en daar heeft de lezer natuurlijk geen roman voor gekocht. Die wil weten hoe het de meisjes verder vergaat, waarvan hij reeds een vermoeden zal hebben, en wil vooral de verdere levensloop van Billie Vuist kennen, van wie niemand hield, of toch bijna niemand.

Benieuwd naar het vervolg?

Klik op onderstaande afbeelding en maak kans op een exemplaar van Niemand hield van Billie Vuist!

voorgeproefd_IMU_ NiemandhieldvanBillievuist