Bono had jarenlang geen idee dat hij een halfbroer had: «Niemand wist er iets van»

Naar aanloop van zijn biografie ‘Surrender’ heeft U2-frontman Bono een openhartig interview gegeven op BBC Radio 4. Hij praat tijdens het programma over zijn geheime halfbroer, de affaire van zijn vader en vergeving.

door
Redactie Online
Leestijd 2 min.

Paul David Hewson, ofwel Bono, ontdekte in 2000 dat hij een halfbroer had: «Ik heb nog een broer van wie ik erg veel hou, maar van wie ik niet wist dat ik hem had», vertelt hij in het radioprogramma ‘Desert Island Discs’. Zijn vader had een affaire toen Bono samen met zijn broer Norman in Dublin woonde bij zijn ouders.

Moeilijke relatie met vader

Die ontdekking heeft de relatie met zijn vader moeilijk gemaakt. Toen hij uiteindelijk de affaire en zijn geheime broer ontdekte, had Bono een moeilijk gesprek met zijn vader. «Ik vroeg hem of hij van mijn moeder hield. Hij zei van wel. Ik vroeg hem ook hoe zoiets kon gebeuren. En hij zei dat zoiets kan gebeuren. Hij zei dat hij het probeerde recht te zetten, dat hij probeerde het goede te doen. Hij bood geen excuses aan, hij zei gewoon wat voor hem de feiten waren. Nu heb ik daar vrede mee.»

Familiegeheim

Bono was 14 toen zijn moeder, Iris, overleed. Nu begrijpt hij het gedrag van zijn vader in de periode na haar dood: «Mijn vader had erg veel aan zijn hoofd. Zijn hoofd was elders, want zijn hart was elders. Het was duidelijk dat mijn vader een diepe vriendschap had met die prachtige vrouw, die deel was van de familie, en met wie hij een geheim kind had. Niemand wist er iets van.»

Vergeving

In 2001 overleed zijn vader. Bono kijkt nu met een andere blik terug naar zijn jeugd: «Het was absoluut moeilijk om met mij om te gaan. Mijn vader was andere dingen in zijn leven aan het verwerken. Hij was doorgaans erg lief en grappig, maar het werd moeilijk. Het voelde alsof ik er niet was voor hem.» In een kapel in Frankrijk heeft Bono jaren later zijn excuses aangeboden aan zijn vader, na zijn dood. «Ik stak een kaars op, ging op mijn knieën zitten en zei: ‘kijk, het spijt me dat ik er niet was voor jou. Je hebt veel meegemaakt. Vergeef me alsjeblieft.’ Daarna voelde ik me bevrijd.»