Dit exotische dier maakt opmars in België: “Zien er aaibaar uit, maar houden niet van knuffelen”

alpaca
AFP / L. Preiss

Belgen zoeken hun portie dierenliefde steeds meer bij een pluizige kameelachtige uit het Andesgebergte: de alpaca. Alpacaboerderijen en wandelingen met alpaca’s schieten als paddenstoelen uit de grond, maar sommige mensen krijgen maar niet genoeg van de beesten. Wie zijn hart verliest aan een alpaca, wil er ook graag één in de tuin. “Informeer je eerst degelijk”, zegt alpacakweker Jan Erregat aan Radio 2.

Het was jou misschien ook al opgevallen: de Zuid-Amerikaanse alpaca krijgt steeds meer voet aan grond in het vlakke België. “Het is een echte hype aan het worden”, bevestigt alpacakweker Jan Erregat de invasie van het snoezige beest op sociale media en in Belgische tuinen. Bij Radio 2 legt hij uit waarom een alpaca geen lichtzinnige aankoop is.

Prijskaartje

Hoewel je door de populariteit van alpaca’s niet meer betaalt dan enkele jaren geleden, moet je voor één dier al behoorlijk diep in de buidel tasten. Hengsten zijn het goedkoopst: voor hobbydieren betaal je tussen de 500 en de 1.000 euro. Maar wie voor echt een professionele kweekhengst gaat, mag al snel tienduizenden euro’s ophoesten. Je krijgt er dan wel een dier met een egale vacht en mooie krullen voor in de plaats waar je prijskampen en shows mee kunt afschuimen.

Maar eentje volstaat niet, want alpaca’s zijn kuddedieren. Een groep van minstens drie alpaca’s wordt aanbevolen – waar je dus ook al een behoorlijk grote weide voor nodig hebt. Ook het onderhoud van de beesten is kostelijk. Een jaarlijkse scheerbeurt, de bijkomende dierenartskosten en het eten jaagt de werkelijke prijs van het schattige dier al snel de hoogte in.

Niet aaibaar

Alpaca’s zijn echter zo snoezig dat je al snel vergeet dat je je nier hebt verkocht voor een kudde prachtdieren in je tuin. Alpaca’s zien er met hun aandoenlijke blik en zachte vacht erg aaibaar uit, maar ook dat valt tegen. “Het zijn lieve dieren”, zegt Erregat, “maar je kan er eigenlijk niet mee knuffelen. Een alpaca komt naar jou omdat hij heel nieuwsgierig is, niet omdat hij graag geknuffeld wordt. Knuffel je een alpaca, dan loopt hij gewoon weg.” Zeker aan de nek of het hoofd moet je volgens de kweker niet komen. Van alpacawandelingen is Erregat dus ook geen fan. “Als je een alpaca wil om te knuffelen en mee te gaan wandelen, dan koop je beter een hond”, besluit hij.