Grenzen aan grondstoffen

De groei van de wereldeconomie is onlosmakelijk verbonden met een alsmaar stijgend gebruik van (eindige) grondstoffen. Dit model is onhoudbaar voor mens en milieu en zet de toekomst van komende generaties op het spel.  We moeten grenzen stellen aan ons grondstoffenverbruik en voluit kiezen voor een circulaire deeleconomie.

Tussen 1970 en vandaag kende de wereldeconomie een verdubbeling van het globale bruto nationaal product. Tegelijkertijd deed zich een verdrievoudiging voor van de totale jaarlijkse ontginning van grondstoffen. Dat berekende het International Resource Panel van de Verenigde Naties. Het grondstoffenverbruik is bovendien enorm ongelijk verdeeld: in hoge-inkomenslanden zoals België consumeren we tot dertien keer meer per persoon dan in lage-inkomenslanden.

Deze grondstoffenrush eist een zware tol van de aarde, vooral in landen in Afrika, Latijns-Amerika en Azië. Grote mijnbouwprojecten, maar ook de aanleg van stuwdammen en plantages voor monoculturen (zoals oliepalm) veroorzaken de vernieling van waardevolle ecosystemen, watervervuiling en -schaarste, chemische afvalbergen, luchtvervuiling, massale CO2-uitstoot, enzovoort. Verschillende onderzoekers toonden ook al het verband aan tussen grootschalige natuurvernietiging en het toenemende risico op pandemieën.

Bovendien worden ook mensenrechten op grote schaal geschonden: van landroof bij inheemse gemeenschappen in Latijns-Amerika, tot gedwongen kinderarbeid in Congolese kobaltmijnen. Jaar na jaar neemt het dodelijk geweld toe tegen activisten en gemeenschappen die zich verzetten tegen ontginningsprojecten. Vaak zijn grote multinationals betrokken bij dergelijke schendingen. Voor wie er nog aan twijfelt: we bevinden ons vandaag al in een heuse oorlog om grondstoffen.

Experts voorspellen een nieuwe ‘supercyclus’ in de grondstoffensector, eenmaal de wereldeconomie weer aantrekt na de coronacrisis. Die zal onder meer worden aangejaagd door de grote vraag naar noodzakelijke mineralen voor de energietransitie (voor bv. batterijen, windmolens en zonnepanelen). Regeringen in het Zuiden maken ondertussen plannen voor nog méér mijnbouw als ‘motor van de economische relance’. Het zou echter onverantwoord zijn om het lineaire model van het verleden, met een rechte lijn van ontginning tot afval, gewoon verder te zetten. We moeten ons absolute grondstoffenverbruik – en dus de nood aan nieuwe ontginning – zo veel mogelijk terugdringen.

Gelukkig wordt er op verschillende niveaus al gewerkt aan oplossingen. Zo is er de Europese Green Deal, met een ambitieus actieplan rond circulaire economie. Het doel is om kostbare grondstoffen maximaal in de kringloop houden. Dit plan omvat bijvoorbeeld regelgeving rond duurzamer productontwerp, herstel van producten, recyclage en afvalvermindering. En dat is nodig, want er  gaan vandaag nog veel te veel waardevolle grondstoffen verloren, bijvoorbeeld in ons elektronisch afval. Ook tal van burgerinitiatieven (bijvoorbeeld repaircafés), kringloopwinkels en innovatieve bedrijven gaan vandaag al met circulaire businessmodellen aan de slag. Even belangrijk is de shift van bezit naar gebruik, door de uitbouw van een echte deeleconomie (denk aan autodelen, materiaalbibliotheken, leasen van toestellen, enzovoort). En tot slot zullen we niet alleen anders moeten consumeren, maar ook minder consumeren.

Tal van (inheemse) gemeenschappen in het Zuiden die Broederlijk Delen via haar partners steunt brengen deze circulaire visie al vaak eeuwenlang in de praktijk, door land, water en biodiversiteit gemeenschappelijk te beheren en daarbij niet meer dan het noodzakelijke van de natuur te nemen voor ‘een goed leven met genoeg’. Zij vormen dan ook een belangrijke bron van kennis en inspiratie.

http://www.broederlijkdelen.be.​