Slow fashion gaat de strijd aan met de vervuilende mode-industrie

fast fashion
Foto Unsplash

Urenlang struinen in de stad en de ene na de andere hippe kledingwinkel binnenstappen, we hebben het allemaal gemist tijdens de lockdown. De kledij die je in de grote kledingketens vindt, valt onder de noemer fast fashion, speelt vaak in op de laatste trends en is vooral goedkoop. Dat laatste klinkt als muziek in de oren, maar de lage prijs blijkt dan ook het enige voordeel te zijn…

Wat is het probleem?

De fashionindustrie is een van de meest vervuilende ter wereld. De vaak synthetische, goedkope materialen vergaan pas na 200 jaar en bij het maken van deze kledingstukken worden veel water en giftige stoffen gebruikt. Deze stoffen komen weer terecht in de natuur, wat slecht is voor het milieu en de gezondheid van de mens.

Fast fashion wordt ontworpen om maximaal één seizoen mee te gaan. De goedkope, kwalitatief slechte kleding gaat sneller kapot en we gooien het daarom binnen no time weg. Dat is niet alleen zonde voor het milieu, het kost je op den duur ook meer dan duurzame kledij. Omdat die vluchtige collecties zo goedkoop zijn, is het vaak moeilijk om niet in de verleiding te komen om toch gauw iets in je (al dan niet virtuele) winkelmandje te gooien. Zo creëer je een vicieuze cirkel van kopen-weggooien-kopen. Dat houdt de fast fashionindustrie in stand.

De mode-industrie heeft naast impact op het milieu ook een grote impact op de mens. Een voorbeeld hiervan is de Rana Plaza-ramp in mei 2013. Rana Plaza was een textielfabriek in Dhaka, Bangladesh van acht verdiepingen hoog dat instortte. Hierbij kwamen ruim 1.100 kledingarbeiders om het leven. Tussen het puin werden labels gevonden van bekende fast fashionmerken. Rana Plaza werd een symbool van misbruik in de kledingindustrie: lage lonen, lange werkdagen en onveilige werkomstandigheden.

Productietempo ligt hoog

Heel wat populaire modeketens maakten vroeger slechts twee kledingcollecties per jaar: één voor de lente/zomer en de andere voor de herfst/winter. Die twee seizoenen zijn tegenwoordig uitgebreid naar maar liefst 52 seizoenen. Om de haverklap bieden kledingwinkels een nieuwe lading fast fashion aan in hun filialen en online. Waar vroeger een half jaar nodig was om een collectie te maken, kan die nu in een paar dagen worden gerealiseerd. Dat is te merken aan de prijs die je betaalt én aan de kwaliteit van de kledingstukken.

Alternatieven

Er bestaan ook bedrijven die in plaats van fast fashion bewust voor slow fashion kiezen. Dat houdt in dat de kleding een stuk duurzamer is en vaak ook niet meedoet met de laatste trends, zodat ze niet 52 collecties per jaar hoeven te maken. Dat is al een stuk beter voor het milieu. Daarnaast is het welzijn van hun medewerkers prioritair: een eerlijk loon en goede werkomstandigheden zijn voor deze bedrijven heel belangrijk.

Slow fashion is niet enkel duurzamer dan fast fashion, het is over het algemeen ook duurder. Dat is waarschijnlijk de voornaamste reden waarom het minder populair is bij het grote publiek. Toch bestaan er merken die hun kledingstukken op een eerlijke manier produceren en niet per se duurder zijn. Als je van plan bent om te sparen voor een duurder, kwalitatief item, overweeg dan eens te kijken bij merken als Unrecorded, Paloma Wool of Toms. Deze merken zijn binnen de categorie slow fashion zeer betaalbaar.

Kan ik zelf iets doen?

Het klinkt nu misschien logisch om gewoon meteen te stoppen met fast fashion te kopen, maar niet iedereen zit in de financiële positie om zomaar over te stappen van de goedkope, makkelijk te verkrijgen items naar de duurdere kleding. Gelukkig is er natuurlijk altijd een manier om zelf een verschil te maken.

Draag de kleding die je hebt zo vaak mogelijk. Livia Firth, oprichtster van Fair Fashion platform Eco-Age dat bedrijven helpt om zich op een duurzame en innovatieve manier te ontwikkelen, bedacht de 30-Wear Rule. Deze regel houdt in dat je alleen maar items koopt waar je zeker van weet dat je ze minstens 30 keer gaat dragen. «De truc is om bij een aankoop altijd deze denkoefening te maken: ‘Ga ik het vaak dragen?’ Als het antwoord ja is, koop het dan. Je zult ervan opkijken hoe vaak je nee zegt», legt Firth uit. Tip: hoe minder je koopt, hoe waarschijnlijker het is dat je een kledingstuk 30 keer zal dragen.

De 30-Wear Rule is echter niet helemaal waterdicht. Wat als je een speciale gelegenheid hebt en daarvoor een specifiek kleedje zoekt? En je weet nu al dat je het niet 30 keer gaat dragen? Kies in dat geval liever voor een tweedehands item. Op platforms als Vinted, Facebook Marketplace of gewoon in de tweedehandswinkel vind je hoogstwaarschijnlijk ook pareltjes, maar dan gepaard met een kleiner schuldgevoel.

Martine Hollenberg