1 jaar corona. Hoe zit het met ons mentaal welzijn?: “Alles werd ons afgepakt, maar we houden stand”

welzijn
Foto Unsplash

De coronacrisis blijkt geen sprint maar een marathon te zijn en dat heeft een impact op ons mentaal welzijn. Na een jaar van beperkende maatregelen is het normaal om kwalen als slapeloosheid en vermoeidheid te ervaren. Het is echter opletten voor signalen die aangeven dat het de verkeerde kant uitgaat, waarschuwt professor klinisch psycholoog Elke Van Hoof (VUB). Ze meent dat deze crisis de maatschappij kan veranderen, in positieve zin.

De Belgen houden over het algemeen stand. We floreren niet maar we gaan niet massaal ten onder. “Ongeveer alles is van ons afgepakt, maar we hebben ons ondertussen aangepast aan de situatie. Dit is ons nieuwe normaal”, zegt Van Hoof, die ook voorzitter is van de expertengroep rond de psychosociale impact van COVID-19 binnen de Hoge Gezondheidsraad. “Ons aanpassen aan de situatie betekent dat we ons stapsgewijs neerleggen bij de situatie. Binnen de krijtlijnen proberen we er het beste van te maken. Dat is veerkracht.”

Trek op tijd aan de alarmbel

Ze wijst erop dat het desondanks normaal is om je minder goed te voelen nu. Slapeloosheid, rusteloosheid, hoofdpijn, vermoeidheid… Het zijn normale zaken in een uitzonderlijke situatie en zullen na verloop van tijd weggaan. Er zijn wel twee signalen waar men alert voor moet zijn. “Als je niet langer functioneert zoals je zou willen en je omgeving daar ook last van heeft en als je blijft vastlopen op bepaalde zaken, is het tijd om aan de alarmbel te trekken.” Van Hoof raadt aan om in dat geval hulp te zoeken bij bijvoorbeeld de huisdokter, een eerstelijnspsycholoog, een preventieadviseur op het werk, Tele-Onthaal…

Hoewel de meeste Belgen zich goed kunnen aanpassen aan de situatie, maakt de psycholoog zich zorgen om bepaalde groepen die extra kwetsbaar zijn. Het gaat dan om onder meer alleenstaanden, jongeren in een moeilijke thuissituatie, psychiatrische patiënten en mantelzorgers van kinderen met speciale behoeftes, om er maar een paar te noemen. “Het zijn de mensen die in normale tijden tussen de plooien van de maatschappij vallen en er nu in verzuipen. Er komen bovendien steeds meer mensen in die plooien terecht”, aldus Van Hoof. “Iedereen heeft goed begrepen dat als je maar hard genoeg roept in de pers, je druk kan uitoefenen. Het schrijnende is dat heel wat mensen in kwetsbare groepen niet hard kunnen roepen.”

De gemiddelde Belg is de maatregelen meer dan beu. Volgens professor sociologie Ignace Glorieux van de VUB krijgt ons leven met de sterk beperkende maatregelen minder kleur, omdat het ritme tussen de werkweek en het weekend verstoord is. “Hoewel we het ondertussen voor een stuk gewend zijn, missen we het ’normale’ werkritme: de verplaatsing maken, even weg zijn van huis en op vrijdagavond afscheid kunnen nemen van de werkplaats”, verduidelijkt hij. Daarnaast missen we het ook om tijdens het weekend eens andere dingen te doen. Dat verklaart waarom mensen massaal naar de Hoge Venen trokken, terwijl het dagen op voorhand werd afgeraden.”

Vast werkritme

Het valt hem op hoe we ons vasthouden aan het ritme dat we gewend zijn. Dat blijkt uit een onderzoek dat de socioloog tijdens de eerste lockdown voerde naar onze tijdsbesteding. We starten onze werkdag vroeg, nemen massaal middagpauze om 12 uur, om er even tussenuit te kunnen, en starten een uur later opnieuw. “Het enige verschil is dat men vroeger stopte in de late namiddag om nog even naar buiten te kunnen”, verklaart de professor sociologie. “Ik vond dat verbazend. Ik had verwacht dat we bijvoorbeeld overdag naar buiten zouden gaan en ’s avonds als het donker was wat langer zouden doorwerken.”

In een rapport van de Hoge Gezondheidsraad wordt het belang van werk hebben benadrukt voor ons mentaal welzijn. “Het geeft ons structuur en zingeving, en zorgt voor sociaal contact. Het geeft ons toch het gevoel dat we ergens bij horen, dat we gezien worden”, zegt Van Hoof. Ze wijst erop dat mensen die in tijdelijke werkloosheid zitten, niet altijd vol energie opnieuw aan de slag gaan, eens ze dat opnieuw kunnen. “Ze hebben lange tijd zinloosheid ervaren en dat in combinatie met vrijheidsbeperkende maatregelen. Dat is geen goede cocktail.”

Nieuwe start

De beperkende maatregelen en lockdowns hebben niet alleen negatieve gevolgen. “Omdat we nu meer tijd hebben, hebben sommige mensen het gevoel dat ze tot zichzelf zijn gekomen”, aldus Glorieux. “Ze kunnen een aantal zaken op een rijtje zetten en nemen zich voor om een aantal zaken in de toekomst ook anders te gaan doen.” Dat merkt Van Hoof ook op. “Mensen durven bijvoorbeeld te beslissen om hun job op te zeggen zonder dat ze een alternatief hebben. Dat toont aan dat onze prioriteiten aan het veranderen zijn.”

De vraag is of die veranderingen duurzaam zullen zijn. Beide experten dachten aanvankelijk van niet, maar komen daar stilaan op terug. “Tijdens de eerste lockdown dacht ik dat we na de crisis snel zouden overgaan naar de orde van de dag en dat het een soort nostalgie zou worden. We gaan het niet vergeten, maar het gaat ons niet veranderen, dacht ik toen”, verklaart Glorieux. “Ik ben daar nu iets voorzichtiger in. Na een jaar heb je toch een aantal nieuwe gewoontes, die misschien blijvend zullen zijn.” Ook Van Hoof dacht eerst niet dat de wereld zou veranderen, “daarvoor deed het niet genoeg pijn”. Ondertussen komt ze daarop terug en is het voor haar niet uitgesloten dat we naar een nieuwe wereld gaan met andere prioriteiten.

Groot vreugdevuur of teleurstelling?

Wanneer de regering aankondigt dat alle maatregelen wegvallen, gaan alle remmen los en wordt het een groot vreugdevuur, voorspelt Van Hoof. Voordat we in die “brave new world” terechtkomen, komt er nog een golf van mentale problemen, waarschuwt de klinisch psycholoog. “Dat oude normaal – dat we nu romantiseren – gaat niet meer goed aanvoelen”, stelt ze. “Bovendien is het niet zo dat als de pandemie verdwenen is, de impact ervan ook weg is. Die zullen we nog jaren voelen. Als we een vergelijking maken met de financiële crisis, schatten we dat het nog zeker drie jaar zal duren.” Maar ook dan mogen we ons eigen aanpassingsvermogen niet onderschatten. “Ook in die volgende situaties zullen wij het beste van onszelf geven. Dat is volgens mij de doelstelling. In plaats van ervoor te zorgen dat iedereen veerkrachtig wordt, moeten we ons discours wijzigen. We moeten ervoor zorgen dat iedereen binnen zijn context de beste versie van zichzelf kan neerzetten.”