Hoe verpot je je planten? Een beginnersgids

Illustraties: Elise Buntix

Een urban jungle in huis of op je terras ziet er mooi uit, maar al die planten vereisen ook het nodige onderhoud. Het zijn nu eenmaal levende wezens en dat betekent dat je ze niet zomaar aan hun lot kan overlaten. Nu de lente voor de deur staat, komen je groene vrienden langzaam maar zeker uit hun winterslaap. Tijd om de handen uit de mouwen te steken!

Een van de meest arbeidsintensieve klusjes als je planten in huis hebt, is om ze op tijd en stond te verpotten. Maar hoe doe je dat? En waar moet je rekening mee houden? Wij zetten de belangrijkste tips voor jou op een rijtje zodat je al dat groen niet om zeep helpt.

Timing is key

Dat je huisplanten binnen staan, betekent niet dat ze niet afhankelijk zijn van de seizoenen. Dat durven we weleens te vergeten. De lichtinval en de temperatuur in huis variëren sterk van jaargetijde tot jaargetijde. Tijdens de herfst en de winter gaan de meeste planten daardoor in een soort winterstop, wat betekent dat ze minder of niet groeien en al hun energie besteden aan overleven. Ze zijn op dat moment dan ook minder goed bestand tegen plotse veranderingen.

De lente en de zomer zijn daarentegen het ideale moment om je planten van een nieuwe pot te voorzien. Vanaf het voorjaar gaan ze opnieuw hun groeiperiode in en zijn ze een stuk sterker dan in de koudere maanden.

Welke plant heeft nood aan een nieuwe pot?

Het is zeker niet zo dat al je planten jaarlijks verpot moeten worden. Trage groeiers zoals cactussen kunnen bijvoorbeeld prima een vijftal jaar in dezelfde bloempot leven. Jonge, snelgroeiende planten hebben echter jaarlijks nood aan een nieuwe thuis. Doe je dat niet, dan hebben hun wortels geen plaats meer om verder te groeien, met alle gevolgen van dien. Je groene vriend kan bijvoorbeeld zijn bladeren laten hangen of geen nieuwe meer aanmaken. Sommige varianten hebben zelfs zulke sterke wortels dat ze hun pot aan scherven zullen breken.

Heb je een volwassen plant in huis of een exemplaar dat zo groot is dat het je niet meer lukt om hem te verpotten, dan volstaat het om de bovenste laag aarde te vervangen. Schep zo’n vijf centimeter weg – let goed op dat je de wortels niet beschadigt. Voeg nu een nieuwe dosis potgrond toe. Zo vermijd je dat de aarde volledig uitgeput raakt en dat je plant in ademnood komt.

De ene pot is de andere niet

Oké, je plant heeft nood aan een nieuwe thuis, maar hoe kies je die?

In de eerste plaats kijk je naar de grootte van de pot. Een handige regel om aan te houden is dat de nieuwe pot zo’n 20% groter moet zijn dan de vorige. De makkelijkste manier om dat te controleren, is door te kijken naar de diameter, al is ook de hoogte uiteraard van belang.

Vervolgens is het type pot aan de beurt. Grof genomen zijn er twee verschillende soorten: met afvoergat of zonder afvoergat. Als je nog niet zo bedreven bent in hoeveel water je je planten nu precies moet geven, is het wellicht een goed idee om te kiezen voor een variant mét gat. Op die manier vermijd je dat je te veel geeft en dat het overtollige water onderin de pot zonder gat gevangen zit. Dat kan namelijk leiden tot wortelrot en andere kwaaltjes. Kies je toch voor een variant zonder afvoergat, dan is het een slim idee om onderin een laag hydrokorrels te voorzien die overtollig water absorberen en langzaamaan opnieuw vrijlaten.

De meeste planten komen bij aankoop in een plastic pot en er zijn mensen die ervoor kiezen om hun plant altijd eerst in een plastic pot en dan in een sierpot te zetten. Dat heeft als voordeel dat het overtollige water makkelijk weg kan, maar er zitten ook nadelen aan deze methode. Plastic is namelijk niet luchtdoorlatend, dus kan de grond al snel stikken. Anderzijds kan het water wel heel gemakkelijk aan de pot ontsnappen door de vele afvoergaten en is het dus mogelijk dat je waterminnende planten net vaker zal moeten water geven. Rechtstreeks planten in een terracotta pot mét gat is dus wellicht de veiligste methode.

Aarde en water

Om je binnenplanten te verpotten, gebruik je best potgrond. Die kan je vinden bij tuincentra of in supermarkten en bevat vaak toegevoegde voeding die essentieel is voor je groene vrienden. Wil je die aarde wat luchtiger maken zodat de wortels meer zuurstof krijgen, dan kan je perliet (een gepoft vulkanisch gesteente) toevoegen. Ga uit van een verhouding van één deel perliet op drie delen potgrond. Op die manier vermijd je dat je de aarde ondoorlatend wordt.

Over het algemeen is regenwater je beste vriend om je planten van drinken te voorzien. Regenwater bevat namelijk geen kalk en veel planten kunnen niet goed tegen dat mineraal. Bovendien kan kalk na verloop van tijd een witte waas achterlaten op je potten en daar is niet iedereen fan van.

Stap voor stap

Weet je welke planten je gaat verpotten in welke potten en heb je de juiste aarde in huis? Dan is het tijd om aan de slag te gaan. Met het volgende stappenplan wordt dat een fluitje van een cent.

1. Als je een pot zonder afwatergat gebruikt, voeg je eerst een laag hydrokorrels toe. Bij potten met een gat is het een goed idee om dat deels toe te dekken (bijvoorbeeld door middel van een potscherf) om te vermijden dat de potgrond ontsnapt.

2. Voeg een laag aarde van enkele centimeters toe.

3. Haal je plant voorzichtig uit zijn oude pot. Bij plastic potten kan je zachtjes knijpen zodat de plant makkelijker loskomt, bij aardewerken potten zal je eventueel op de pot moeten kloppen. Maak de wortels voorzichtig los en probeer om de oude aarde waar mogelijk te verwijderen.

4. Zet je plant bovenop de aarde in de nieuwe pot en vul aan met potgrond. Houd bovenin de nieuwe pot een ruimte van zo’n twee centimeter over zodat die niet overstroomt wanneer je water geeft en druk de aarde niet al te hard aan.

5. Geef je plant water en ga ervan uit dat je wat meer moet geven dan anders. De nieuwe aarde is vaak droog en bovendien onttrekt de pot (zeker wanneer het een doorlatende terracotta variant betreft) ook vocht aan de aarde.

6. Geef je plant een plaatsje en schenk hem veel liefde!

Camille Van Puymbroeck