SOUNDCHECK. Gabriel Rios herontdekt zijn latinroots op ‘Flore’: “Alsof ik op de maan sta met enkel een audiocassette aan herinneringen”

Foto Petra Katanic

Gabriel Rios is back. Zeven jaar na ‘This Marauder’s Midnight’ doorbreekt de singer-songwriter de radiostilte met zijn vijfde langspeler. Aan de geboorte van ‘Flore’ ging een lastige bevalling vooraf. «Alles wat ik aanraakte, veranderde in stront.»

Dag Gabriel. Hoe gaat het met je in deze turbulente coronatijden?

Gabriel Rios: «Vrij goed. Voor corona toesloeg was ik bezig met een project in New York. Dat werd uitgesteld, en uiteindelijk geannuleerd. Toen ben ik teruggekeerd naar België, waar ik door de lockdown zoals iedereen thuis kwam vast te zitten. Qua levensstijl voel ik niet veel verschil. Ik ben een huismus: ik ging sowieso al weinig uit, en reizen deed ik ook niet veel. De coronamaatregelen vallen me dan ook minder zwaar dan bij de doorsnee werkende medemens.»

Wat was de voornaamste inspiratiebron voor je vijfde album?

«De plaat appelleert vooral aan mijn eigen jeugd. De songs herinneren aan mijn kindertijd in Puerto Rico. Op de hoek van de straat waar ik opgroeide – in de hoofdstad San Juan – bevond zich een café dat gefrequenteerd werd door oude hippies. Mensen die in de sixties en seventies hoogtij vierden met hun liefde voor bepaalde latinmuziek. Songs waar mijn pa en grootvader van houden. Die muziek werd er elke nacht gespeeld. Aangezien ik altijd met de ramen open sliep, vormen die songs de soundtrack van mijn jeugd. Ik had ze onbewust in de achtergrond van mijn herinneringen opgeslagen.»

«Als kind raakte die muziek me niet echt. Ik heb me er nooit actief aan gestoord, want ik had nooit anders gekend. Waar ik opgroeide hing een continue kakofonie aan muziek in de lucht. Maar het liet me koud.»

Heb je door de jaren heen geleerd om latinmuziek meer te appreciëren?

«Ondanks het feit dat die muziek me toen niet raakte, absorbeerde mijn lichaam het wel. Ik genoot er onbewust wel van. Pas veel later besefte ik dat die muziek onbewust deel was gaan uitmaken van mijn culturele identiteit.»

«Na mijn eerste album heb ik niet meer naar latin teruggegrepen, want ik had moeite om een goeie invalshoek te vinden voor een volledig album in het Spaans. Tot nu. Het album is voor mij alsof ik op de maan sta met enkel een audiocassette aan herinneringen.»

‘Flore’ wordt door het label aangeprezen als een ‘eerbetoon aan oude latinklassiekers’.

«Het was nooit het opzet om er een eerbetoon aan de latinmuziek van te maken. Ik wil mijn publiek ook geen traditionele Latijns-Amerikaanse muziek opdringen. Ik wil eerder zeggen: ‘Hey, ik ben van Puerto Rico, dat is wat ik mij herinner van mijn thuisland, ik heb er een nieuwe draai aan gegeven, wat denken jullie ervan?’»

«Anderzijds is het wel zo dat het gros van de songs op ‘Flore’ op de leest geschoeid is van de salsa-explosie in New York in de sixties en seventies. Toen was het voornamelijk straatmuziek van een nieuwe, groeiende kolonie van Puerto Ricanen in New York. Belangrijke vertegenwoordigers waren Willie Colón en Joe Cuba. Uit hun oeuvre heb ik enkele songs geplukt en geherinterpreteerd voor mijn plaat. Dat soort Puerto Ricaanse artiesten heeft een urban touch gegeven aan de gevestigde salsamuziek van toen: hun repertoire klonk meer citylike en minder eilandachtig. Ik ben dol op die periode.»

Op het album blik je terug op je latinroots. Vanwaar de drang om die roots te herontdekken?

«Ik ga zo oud klinken nu. Eenmaal de veertig voorbij, komen sommige elementen uit je verleden terug. Ik ben nu 42. De laatste jaren heb ik een mentaliteitswijziging doorgemaakt. Mijn verleden haalde me in, en dat joeg me schrik aan.»

Dat klinkt mysterieus en donker. Verklaar je nader?

(lacht) «Dat was inderdaad niet aangenaam. Maar het viel toevallig samen met een periode waarin ik teruggekeerd was naar Puerto Rico om voor mijn vader te zorgen, die Alzheimer heeft. Ik was daar vier maanden, en door elke dag weer Spaans te praten en met oude vrienden af te spreken… (hapert) Het was bijna eng om te constateren hoe die andere persoonlijkheid die in mij verscholen zat weer tot leven kwam. Ik was vergeten dat dat deel van mezelf ook nog bestond.»

«Thuis in Puerto Rico werd ik herinnerd aan mijn origines en mijn vroege jeugd. Na die vier maanden in Puerto Rico was niets meer zoals voorheen voor mij in België. Ik voelde dat ik hier nooit echt zou thuishoren. Het was een soort identiteitscrisis. Er sluimerde een rusteloosheid in mij, want tegelijk besefte ik dat ik niet in Puerto Rico kon blijven. Daarvoor is het te klein: na drie concerten ben je rond.»

«Ik heb vrienden in Puerto Rico met wie ik elke dag facetime: ik moet dat Spaans horen en wil die verbinding voelen. Die nood had ik voorheen niet. Mijn nieuw album is daaruit voortgevloeid. Maar er gingen twee à drie jaar van verwarring vooraf aan de creatie van die plaat.»

Zou je ‘Flore’ omschrijven als de herontdekking van een verloren identiteit?

«Eigenlijk wel. Kijk, ik heb 23 jaar in Gent gewoond. Ik streek er neer op mijn achttiende, en met het verstrijken van de jaren dommelde die Puerto Ricaanse identiteit in. Dat vond ik niet erg, integendeel. Toen ik terug in Puerto Rico was, kwam ik tot het besef dat mijn vroegere identiteit nog intact was. Die werd van de ene op de andere dag weer geactiveerd. Door de taal en de humor voelde ik me helemaal op mijn gemak bij de mensen die me dierbaar zijn. Het was een vreemde gewaarwording: ik besefte dat ik me in lengte van jaren niet meer zo gevoeld had.»



DE ZIEKTE VAN MIJN VADER HEEFT ME ENKELE JAREN VERLAMD

GABRIEL RIOS


Voel je je dan minder verbonden met de mensen die je omringen in België?

«Niet per se, niet op individueel niveau alleszins. Mijn beste vrienden wonen in België. Maar in termen van cultuur… (onderbreekt zichzelf) Ik ervaar hier een gemis – waar ik me lang niet van bewust was. Dat manifesteerde zich pas toen ik ouder werd.»

«Bijvoorbeeld: hier spreek ik enkel Engels of Nederlands. Dat is al anders dan de moedertaal waarin ik grootgebracht ben. (in vloeiend Nederlands) Ik kan de taal perfect verstaan, maar ik ga me hier nooit echt helemaal thuis voelen. (schakelt weer over naar Engels) Ik heb die nuance niet, dat taalgevoel. Ik ken de subtiliteiten van de taal niet. De humor hier is ook anders. Met sommige mensen spreek ik enkel Nederlands, maar hun humor ga ik nooit helemaal kunnen vatten. Het staat te veraf van de persoon die ik ben.»

Foto Petra Katanic

De vooruitgeschoven single ‘La Torre’ is een samenwerking met de internationaal bekende singer-songwriter Devendra Banhart, die Venezolaanse roots heeft. Waarom ben je met hem in zee gegaan?

«We kenden elkaar niet. Ik vind zijn Spaanse muziek heel origineel, want hij heeft net als ik die dubbele muzikale persoonlijkheid: hij verhuisde uit zijn natuurlijke, Spaanstalige omgeving, en dat beïnvloedt ontegensprekelijk je muziek. Ook de nieuwe locatie waar je je settelt heeft een invloed op je werk: zo heeft de Belgische muzikale erfenis de manier waarop ik denk over songs beïnvloed. Ik vind mensen die ‘gedelokaliseerd’ zijn heel boeiend. Het is als een experiment. Banhart is zo’n persoon. Dat trok me aan bij hem.»

Je laatste soloalbum dateert van 2014. Dat is intussen zeven jaar geleden. Vanwaar die lange adempauze?

«We hebben die plaat drie à vier jaar live gespeeld en zijn ermee op tournee gegaan. Bij mijn terugkeer in Puerto Rico was ik aangeslagen door de ziekte van mijn vader. Zijn gezondheid kwam toen op de eerste plaats. Ik zag zijn volledige persoonlijkheid gewist worden, zoals een harde schijf die gereset werd. Dat vond ik intens beangstigend. Het heeft me enkele jaren verlamd.»

«In die periode verwees ik alle songs die ik had gemaakt voor een eventueel volgend album naar de prullenbak. Ik was niet onder de indruk van mijn eigen liedjes. Ik moet eerst onder de indruk zijn van mijn eigen werk om het op de wereld te kunnen loslaten. (zucht) Weet je, de realiteit is nu eenmaal dat hoe hard je ook probeert, het soms gewoon niet lukt. Alles wat ik aanraakte, veranderde in stront.»

«Ik verhuisde naar Amsterdam en probeerde songs op papier te zetten. Ik kon maar niets uit mijn pen persen dat me van mijn sokken blies. Daarna keerde ik terug naar New York voor een project, dat me weer wat opfleurde en energie gaf. En toen kwam corona.»

«Ik heb geen cliché midlifecrisis doorgemaakt. Je weet wel: aanpappen met een jong blaadje en een sportwagen kopen. Ik zou die periode zelfs niet als midlifecrisis bestempelen, eerder als een disruptie van het oude normaal. Maar dat is nu eenmaal de natuur. Die verandert constant. En wij ook.»

Quentin Soenens

‘Flore’ verschijnt vandaag bij Sony.