Zoveel Belgen laten zich niet testen bij terugkeer uit rode zone

Foto Belga / K. Desplenter

De voorbije weken heeft meer dan 40 procent van de Belgen die terugkeerde van een reis naar een rode zone in het buitenland, zich niet laten testen. Dat blijkt uit cijfers van gezondheidsinsituut Sciensano.

Eind vorig jaar besliste de regering dat terugkeerders uit rode zones in quarantaine moeten bij terugkeer. Ook moeten ze zich laten testen op dag 1 en dag 7. Wanneer die tweede test negatief is, is de quarantaine voorbij.

In de weekbulletins geeft Sciensano een blik op die verplichting. De cijfers zijn afkomstig van de Passenger Locator Form. Wie het niet invult, zit dus niet in de cijfers en dus is een onderschatting mogelijk.

In de week van 18 tot 24 januari registreerde Sciensano 30.242 terugkomsten uit een rode zone. Daarbij is sprake van 15.273 te testen personen met een identificatienummer van de sociale zekerheid (INSZ). Maar er is maar sprake van 9.034 uitgevoerde testen. Dat betekent dat maar 59,2 procent zich liet testen. Bij die testen was sprake van een positiviteitsgraad van 3,1 procent.

250 euro boete

De trend voor de weken van 4 en 11 januari is gelijkaardig, met 58,9 en 57 procent getest en een positiviteitsratio van 3,6 en 4,3 procent.

In die drie weken laat dus telkens meer dan 40 procent zich niet testen. Het gaat alles samen om 28.360 personen op een totaal van 68.239 te testen personen met een INSZ.

Begin vorige week kondigde minister van Justitie Vincent Van Quickenborne aan dat wie terugkeert, maar zich niet laat testen, voortaan een boete van 250 euro krijgt.