SOUNDCHECK. Brussels postklassieke ensemble Echo Collective brengt voor het eerst eigen werk uit

Instagram/ @echocollectivemusic

De Brusselse band Echo Collective bouwde een reputatie op in de postklassieke muziek met hun klassieke interpretaties van iconen als Radiohead en wijlen Jóhann Jóhannson. Echo Collective dook door de jaren heen in een brede waaier aan genres, met unieke herwerkingen gaande van synthpop tot black metal. Jarenlang gaf de band een eigen, symfonische toets aan reeds bestaand werk, maar nu vond het collectief dat de tijd rijp was om eigen muziek te schrijven. Het resultaat is het betoverende ‘The See Within’. Metro sprak met kernleden Margaret Hermant en Neil Leiter.

Dag Margaret en Neil. Wat betekent de albumtitel?

Margaret Hermant (foto links): «De titel slaat op iets wat in het diepste van jezelf schuilt: de zee in onze ziel. We hebben ons voor het album geïnspireerd op een dansvoorstelling: ‘The Sea Within’ van Lisbeth Gruwez. Het is een voorstelling waarin alle meisjes op een organische manier met elkaar dansen en in relatie staan met elkaar. Het deed ons denken aan het proces van het componeren. We spelen samen met elkaar, met de composities als centrum van onze samenwerking.»

Neil, in vorige interviews liet je je ontvallen dat het album het heden en verleden van de band met elkaar verbindt. Kan je dat toelichten?

Neil Leiter (foto rechts): «In het verleden zijn we samenwerkingen aangegaan met iconische artiesten als Joep Beving, Dustin O’Halloran, Johann Johannsson, Christina Vantzou, enzovoort. Vanzelfsprekend zijn we beïnvloed door die ervaringen, maar nu proberen we vooral om zelf te creëren.»

Echo Collective heeft zijn roots in de klassieke muziek, maar voor de albumopnames gebruikten jullie een instrument dat allesbehalve klassiek is: een ‘magnetische resonator piano’.

Hermant: «Voor het soort muziek dat we wilden maken, wilden we nieuwe geluiden ontlokken uit een piano, zonder het instrument zelf te veel te moeten modificeren of kunstgrepen te moeten uithalen. De galm van elke pianoaanslag wordt door een computer gejaagd, met als resultaat een zweverige, orgelachtige sound. Het instrument bestaat uit een akoestische piano die elektronisch versterkt is, waardoor de pianosnaren nieuwe klanken kunnen voortbrengen zonder speakers. Elektromagneten, die aangestuurd worden met het klavier, wekken vibraties in de snaren op, zonder de hamers te beroeren.»

Leiter: «Het interessante zit hem in het feit dat een klank bij een traditionele piano normaal uitdooft na elke toetsaanslag, maar met deze set-up kan je de noten oneindig lang vasthouden, of crescendo’s opbouwen. Het is een heel andere manier om de klassieke piano te benaderen en opent een volledig nieuwe geluidswereld. De hamers raken de snaren niet: het geluid wordt opgewekt door de magneten. De computer voegt geen extra klanken toe, in die zin wordt de piano nog steeds ‘akoestisch’ gebruikt. Het instrument op zich is eigenlijk een soort hybridevorm. De klank rijmt overigens heel goed met het akoestische geluid van onze andere instrumenten.»

Het zou ook de allereerste keer zijn dat het instrument gebruikt wordt op een album?

Leiter: «Niet helemaal: het is de eerste keer dat het instrument ingebed wordt in de sound van een band. De eerste keer dat het instrument dus deel uitmaakt van een groter geheel.»

Echo Collective maakte naam met klassieke interpretaties van Radiohead-albums. Vanwaar de keuze voor Radiohead? Van voorliefde kan weinig sprake zijn, want naar verluidt kende Neil Radiohead amper voordat hij aan de slag ging met het bandoeuvre…

Leiter: «Het Radiohead-project is ontstaan dankzij onze goede band met de Ancienne Belgique. Het was een voorstel van de artistiek directeur van de AB. Het werd een groot succes: het hele project zette ons in de kijker bij het grote publiek.»

Heeft Thom Yorke, de frontman van Radiohead, jullie al gecomplimenteerd met de herwerking?

Leiter: «We hebben niets gehoord van hem. Maar weet je: Radiohead is de meest gecoverde band ter wereld. Dan is het moeilijk om iedereen die iets met je oeuvre doet persoonlijk aan te schrijven.»

Prince coverde ooit ‘Creep’, Jamie Cullum nam ‘High and Dry’ onder handen: ze zijn twee van de velen die zich waagden aan een Radiohead-cover. Slechts weinigen slaagden erin om die Radiohead-magie te vatten. Was het een uitdaging om het oeuvre te herwerken vanuit een klassieke benadering?

Hermant: «Ik kende Radiohead voordien al, en voor mij was de band een monument – dat bovendien nog in leven is, in tegenstelling tot de artiesten die wij als klassiek geschoolde muzikanten meestal behandelen. Het was een heel proces om samen lagen te bouwen en klankkleuren te vinden. We kozen ervoor om de stem niet te coveren maar enkel op het instrumentale te focussen. De textuur van de songs leende zich uitstekend tot dit soort benadering.»

«Als klassiek geschoolde muzikanten zijn we het gewend om reeds bestaande composities te herwerken, zoals die van Mozart, Beethoven of Tsjaikovski, waarbij we altijd een eigen toets meegeven. Voor ons bestond de uitdaging erin om deze keer arrangementen te maken. Het was ook een leerschool voor ons. We maakten kennis met het componeren.»

Neil, jij woont als Amerikaan sinds 2005 in Brussel. Hoe ben je daar beland?

Leiter: «Dat was eigenlijk puur toeval. Ik woonde als kind in Frankrijk, in Avignon. Ik leefde erg graag in Europa en wou eigenlijk niet terug naar de Verenigde Staten. Maar ik keerde toch terug, om te studeren aan de Indiana University. In 2003 had ik een sabbatperiode van zes maanden ingelast om de wereld te verkennen. Op aanraden van een vriend streek ik neer in Brussel en verloor mijn hart aan de stad – je ontmoet er veel verschillende artiesten, ik kon er weer Frans spreken, enzovoort… Ik besloot al snel om hier een leven op te bouwen. Ik ging eerst terug naar Indiana om af te studeren en verhuisde definitief in 2005.»

En de rest is geschiedenis. Bedankt voor dit gesprek!

Quentin Soenens

‘The See Within’ verscheen op 30 oktober bij 7K!