Auto moet meer en meer wijken in Brussel

De coronacris heeft zowat elk aspect van ons leven dooreengeschud. Tijdens de lockdown is telewerk de norm, wat ook een enorme impact heeft op de mobiliteit. Nergens is dat duidelijker merkbaar dan in Brussel, dat dagelijks honderdduizenden pendelaars ontvangt.

Meteen na de invoering van de eerste lockdown werd de Brusselaar gewaar dat het er minder druk was. Op de grote verkeersassen daalde het aantal wagens met 75% en zag je de zwakke weggebruiker de vrijgekomen ruimte innemen. Het Gewest paste meteen de afstelling van de verkeerlichten aan zodat fietsers en voetgangers minder lang moeten wachten.

Auto niet langer koning

De recente voorbeelden tonen aan dat de hoofdstad, die jarenlang een autostad was, in sneltempo verandert. Brussels minister van Mobiliteit Elke Van den Brandt (Groen) leidt die strijd en kondigde eerder dit jaar ook al de aanleg van 40 kilometer nieuw fietspad. Brussel Mobiliteit telde in de eerste week van het nieuwe schooljaar immers 75% meer fietsers dan diezelfde week in 2019. Het autoverkeer lag tussen de 4 en 8% lager.

De Autoloze Zondag op 20 september stond ook volledig in het teken van de fiets. «Dat doen we bewust, omdat we merken dat het momentum er is», klonk het toen bij Inge Paemen, de woordvoerster van Brussel Mobiliteit. «Je zag de voorbije weken ook dat veel meer pendelaars en schoolgaande jeugd zich per fiets verplaatst.»

Brussel verandert bovendien binnenkort in een grote zone 30. Vanaf 1 januari kan je nog op maar 15% van de straten in het Gewest sneller rijden dan 30 kilometer per uur. Dat geldt ook voor fietsen, scooters, speedpedelecs en alle andere vervoers­middelen.

Toegenomen spanning

De sterke toename van tweewielers op straat leidt ook tot meer spanningen met automobilisten, die zich sterk benadeeld voelen. In Brussel werden meerdere incidenten gemeld van verkeersagressie waarbij fietsers het aan de stok kregen met autobestuurders. Ook online rijst het verzet tegen de ‘fietsdictatuur’: zo heeft de Facebookgroep ‘L’automobiliste en a marre’ bijna 20.000 leden die zich verzetten tegen het mobiliteitsbeleid in brussel. Boodschappen als ‘De eerste fietser die de clown uithangt, maakt kennis met mijn voorruit’ en ‘Een goede fietser is een dode fietser’ tonen aan hoe diep de frustraties zitten bij sommigen.