#STAGELIFE. Lieven Tavernier: “Ik heb het geluk dat ik concerten niet nodig heb om rond te komen”

Foto S. Hendrix

Het coronavirus houdt lelijk huis in ons land, en de cultuursector kreunt. In een wekelijkse vlaag van nostalgie naar betere tijden, polst Metro bij allerlei artiesten naar hun meest memorabele live-ervaringen – zowel voor als op de planken. Deze week is het woord aan Lieven Tavernier, de Gentse «baas van het Nederlandstalige lied», zoals Henny ‘Doe Maar’ Vrienten de nu 73-jarige liedjesschrijver ooit omschreef. Tavernier loste onlangs met ‘Verloren in de tijd’ zijn tiende album.

Wat is het beste concert dat je ooit gespeeld hebt?

“Dranouter 2019 met dertig muzikanten van Room 13 Orchestra op het podium. Emoties gierend door de keel. De liefdevolle steun van de muzikanten en arrangeur Yves Meersschaert. Iedereen is van het podium en het podium is van iedereen!”

Wat is je meest bizarre herinnering aan een muziekoptreden?

“Mijn eerste concert in Dranouter. De scene was ondergedompeld in een groen licht. Ik vond op het podium mijn gitaar niet terug. Het kon onmogelijk die groene gitaar zijn, toch?!”

Wat mis je het meest aan het podiumleven?

“Het samen eten voor het concert, de sigaret na het concert.”

Wat mis je helemaal niet aan het podiumleven?

“Ik heb het geluk dat ik concerten niet nodig heb om rond te komen. Ik ben dus vooral dankbaar voor elk optreden dat ik voor deze coronacrisis heb mogen meemaken.”

Wat zijn voor jou de hoofdingrediënten van ‘het ideale concert’?

“Samen met veel vrienden en vriendinnen (Les Dames Tavernier) op het podium.”