Spaanse rechtbank verwerpt lockdown in Madrid: “Ongrondwettelijk”

Foto AFP / O. Del Pozo

Een hooggerechtshof in Madrid heeft de gedeeltelijke lockdown van de Spaanse hoofdstad en negen naburige gemeenten afgewezen. Die lockdown was opgelegd door de autoriteiten in een poging om de tweede golf van COVID-19 te beteugelen. De maatregelen zijn ongrondwettelijk, zo oordeelt het gerecht.

Vrijdag werd een lockdown opgelegd aan Madrid en negen van zijn voorsteden, die opnieuw hard worden getroffen door het coronavirus. De maatregelen golden voor 4,5 miljoen inwoners van de in totaal bijna 7 miljoen inwoners van het hoofdstedelijk gebied.

Zij mochten de stad niet meer in of uit zonder geldige reden. Daarnaast werden ook andere maatregelen opgelegd: zo gingen speeltuinen weer dicht en werden de openingsuren van winkels en horeca ingeperkt. De maatregelen waren nog niet ten volle in werking getreden: er konden immers geen boetes worden uitgeschreven vóór het gerecht zich over de zaak had gebogen.

Regering vs. regering

De lockdownmaatregelen waren opgelegd door de centrale regering van Pedro Sánchez, maar waren niet naar de zin van de regioregering van Madrid. Die stapte naar de rechtbank die moest oordelen over de wettelijke grond van het bevel.

De rechters spraken zich met name uit over het opgelegde verbod om de stad te verlaten zonder geldige reden. Volgens de rechters druist die maatregel in tegen de fundamentele rechten en vrijheden van de betrokkenen. “De fundamentele rechten die de grondwet toekent aan burgers, mogen niet worden aangetast door staatsinmenging vanwege vertegenwoordigers die daartoe niet bij wet zijn gemachtigd”, zo staat het in het arrest.

De uitspraak van de rechtbank betekent nu dat de politie geen boetes zal kunnen uitschrijven aan mensen die hun (voor)stad verlaten zonder geldige reden.