MOVIES. Jan Komasa sleept Oscarnominatie in de wacht met ‘Corpus Christi’: “De maatschappij is dol op zwarte schapen”

Corpus Christi

Wanneer Daniel vrijkomt uit een instelling voor jonge delinquenten meldt hij zich niet zoals afgesproken aan bij een houtzagerij. In plaats daarvan doet hij zich voor als priester en krijgt zowaar een kleine parochie onder zijn hoede. Zo begint de Poolse film ‘Corpus Christi’, een intrigerend en vaak verrassend grappig verhaal over leugens en vergiffenis. En het is nog echt gebeurd ook, vertelt regisseur Jan Komasa.

Jan Komasa: «Laten we zeggen dat het min of meer echt gebeurd is. Er was ooit een jongen van 19 die in een klein dorpje belandde, zich daar drie maanden lang voordeed als een priester en allerlei rituelen begon uit te voeren. En hij bleek veel populairder en effectiever dan de echte priester die hij moest vervangen! De criminele achtergrond hebben we erbij verzonnen.»

In de film heb je de indruk dat Daniel net een betere priester is omdat hij weet hoe hard het leven kan zijn.

«Precies. Het is een provocerend idee, maar het klopt. Daniel heeft een moord gepleegd. Als hij de biecht afneemt, zal er niemand iets vertellen dat erger is dan wat hij zelf heeft gedaan. Ook geen moeder die haar kind geregeld een pak slaag geeft. Daniel kan altijd zeggen ‘Ik weet wat je meemaakt. Je kan me niet verrassen.’ Hij kent het leven. Hij heeft de duisternis gezien. Je kan hem niet choqueren. Daarom veroordeelt hij ook niemand. Hij aanvaardt alles. Hij kan een gesprek aanknopen met de grootste paria van het dorp en een echte band creëren. Hij wijst nooit iemand met de vinger.»

Iemand zoals hij, met een strafblad, kan in werkelijkheid geen priester worden. Dat lijkt in strijd met de Christelijke leer, die zogezegd om vergiffenis draait. Een gemiste kans dus?

«Ja, maar we leven dan ook niet in een vergevingsgezinde wereld. De maatschappij is dol op zwarte schapen. Het is een manier om zichzelf beter te voelen en te rechtvaardigen. Burgerschap heeft ook een wrede kant. Je kan je stinkende best doen, maar zodra je een uitschuiver maakt, ben je eraan voor de moeite. Het wordt je nooit meer vergeven.»

Corpus Christi is de naam van een feestdag in Polen. Vanwaar die titel voor de film?

«Het is ook wat de priester zegt wanneer hij de hostie uitdeelt, ‘Het lichaam van Christus’. Eerlijk gezegd ben ik zelf niet zo wild van die titel. Ik wou de film ‘De Zwerm’ noemen. Bendes die zich in jeugdgevangenissen vormen om iemand in elkaar te slaan, noemen zichzelf zo. Het verwijst ook naar het kuddegevoel in het dorp, en dit is een verhaal over gemeenschap en de manier waarop groepen mensen met elkaar omgaan.»

Bartosz Bielena, je hoofdacteur, is een opmerkelijke verschijning. Hoe heb je hem gevonden?

«Hij kwam naar een auditie. Het is grappig, we waren op zoek naar iemand die twee uitersten kon verzoenen. De acteur moest zowel geloofwaardig zijn als harde crimineel en als zachtaardige priester. Ik gaf de kandidaten dus twee uiteenlopende improvisatie-oefeningen. Het resultaat was dat ik twee groepen acteurs had. De ene groep was heel goed als crimineel, de andere was heel sterk als priester. Bartosz was eigenlijk voor geen van beide rollen ideaal. Maar hij deed me inzien dat een jonge crimineel in wezen ook maar doet alsof in de samenleving. Diep vanbinnen is Daniel geen priester maar ook geen uitschot. Wanneer hij in de jeugdgevangenis zit, speelt hij de rol van crimineel, en wanneer hij in het dorp belandt, speelt hij de rol van priester. Onderweg hoopt hij zichzelf te vinden.»

In de jeugdgevangenis maakt de priester gebruik van een schreeuwtherapie, en Daniel neemt die later over om de mensen in het dorp te helpen. Is dat ergens op gebaseerd?

«Dat is de zogenaamde ‘primal scream’-therapie. Ik heb in 2007 een documentaire gemaakt, ‘The Flow’, over een groep jonge delinquenten die op kanokamp vertrekt in het Mazurisch Merenplatau in Polen. Het is een heel wild gebied waar je volledig afgesneden bent van de beschaving. Die jongeren zaten daar zonder smartphones, zonder Playstation en zonder drugs. En nu en dan deden ze die schreeuwtherapie. Ik kende de techniek ook van mijn jeugd, want mijn vader gebruikte haar toen hij in de jaren 1990 en 2000 acteerworkshops gaf. In het originele script van ‘Corpus Christi’ was het maar een detail, maar het paste zo goed bij het verhaal dat we het idee uitgebreid hebben.»

RECENSIEOVERZICHT
Corpus Christi