MOVIES. Shannon Murphy: “Toen ik mijn kind kreeg, begon ik plots veel aan de dood te denken”

MOVIES. Shannon Murphy:
Foto C. Tomasetti

Wat doe je als je 15 bent en je weet dat je een tijdbom in je lijf hebt? Dat is het uitgangspunt van de Australische film ‘Babyteeth’. Hoofdfiguur Milla lijdt aan kanker en haar ouders willen haar zoveel mogelijk beschermen. Maar dan ontmoet ze Moses, een grillige twintiger met een drugsprobleem. De eerste langspeelfilm van Shannon Murphy is even speels als pakkend. Metro ontmoette de regisseur op het festival van Rotterdam.

Je had pas je eerste kind gekregen toen je aan ‘Babyteeth’ begon. Is het niet bizar om als kersverse moeder een film te maken over een doodzieke tiener?

Shannon Murphy: “Misschien wel. Anderzijds merkte ik dat ik opeens veel meer aan de dood begon te denken toen ik mijn dochtertje had. Ik raakte geobsedeerd door het idee dat ik haar zou kunnen verliezen. Ik weet nog dat ik naar mijn pasgeboren kind keek en hard begon te huilen. Ik bedacht dat ik er niet meer zou zijn om haar hand vast te houden als ze een oude vrouw zal zijn en op haar sterfbed ligt. Ik had dus geen enkel probleem om met de thematiek van ‘Babyteeth’ bezig te zijn.”

Is die obsessie nu uit je lijf?

“Dat dacht ik, maar elke keer als ik een boek of een artikel vind waarvan ik denk dat er misschien een goeie film in zit, besef ik dat het toch weer over de dood gaat.”

‘Babyteeth’ gaat over een tienermeisje dat haar eigen persoonlijkheid ontdekt. Ze neemt met andere woorden stilaan afstand van haar ouderlijk nest. Dat afscheid is ook niet gemakkelijk voor de ouders.

“Precies. Net daarom is de inzet ook zo groot in ‘Babyteeth’. Milla’s ouders, Anna en Henry, weten dat hun dochter niet alleen een dodelijke ziekte in zich draagt, ze beseffen ook dat hun exclusieve liefdesband met Milla zal veranderen. Milla zal niet meer het kleine meisje zijn dat ze in een cocon kunnen afschermen voor de buitenwereld. Die relatie zal nooit meer dezelfde zijn.”

Daar zal je onvermijdelijk zelf ook ooit mee te maken krijgen. Weet je dankzij ‘Babyteeth’ hoe je daarmee moet omgaan?

“Nee, ik denk niet dat iets je kan voorbereiden op dat moment. Maar ik heb wel veel bewondering voor Anna en Henry, voor de manier waarop ze een stap terug durven nemen. Ze laten Milla keuzes maken waar ze het zelf niet noodzakelijk eens zijn. Ik hoop dat ik mijn eigen dochter ook de nodige vrijheid zal geven, ook als ik een andere mening heb. Fouten maken is zo belangrijk om te groeien als persoon. Ik hoop dat ik de moed zal hebben om dat toe te laten.”

Milla maakt in de loop van de film een hele gedaanteverwisseling door. Het is alsof ze zowat alle kleuren uitprobeert.

“Milla is een ongewoon personage omdat je nauwelijks te zien krijgt wie ze is voor ze Moses ontmoet terwijl ze na school op de trein staat te wachten. En daarna begint ze te veranderen. Ze gaat op zoek naar wie ze is, en dat komt door de invloed van Moses. Het is alsof ze telkens een nieuwe laag weggooit. Ze is altijd het meisje geweest dat haar ouders nodig hadden. Nu wordt ze beetje bij beetje de persoon die ze eigenlijk wil zijn. Ze wil niet langer netjes in de rij lopen. Als ze vindt dat iemand uit zijn nek kletst, dan zegt ze dat. Door toedoen van Moses wordt ze eerlijker met zichzelf. Daarom evolueert ze van een braaf schoolmeisje en een kind dat een t-shirt met een eenhoorn en regenbogen draagt naar een punktiener die haar hoofd scheert en allerlei verschillende pruiken uitprobeert.”

Eliza Scanlen is geweldig in de hoofdrol. Hoe heb je haar begeleid?

“Ik hou van uitgesproken fysieke vertolkingen, en Eliza is daar heel goed in. Ze heeft bijvoorbeeld een Instagram-account voor Milla gemaakt, waar ze allerlei verschillende filmpjes op postte waar ze danst in haar slaapkamer. Ze probeerde allerlei verschillende dansstijlen uit en die bekeek ik dan elke dag. Ik lachte me dood. Maar wat ik fantastisch vind, is dat we op die manier ontdekt hebben hoe Milla danst. Eigenlijk hebben we het hele personage van Milla zo gecreëerd, door dingen uit te proberen tot we de juiste optie te pakken hadden.”

Tekst Ruben Nollet