Bedtijd uitstellen om dag te verlengen heeft negatieve gevolgen

Foto Pexels

We kennen allemaal iemand die liever tot in de vroege uurtjes de Netflix-bibliotheek verslindt, zich laat meeslepen door een spannend boek of op de hoogte blijft van de nieuwste Twitter-trends op z’n smartphone. Beschouw je jezelf of een van je vrienden als iemand die liever de nacht plukt dan de dag? Tijd om iets aan die gewoonte te veranderen, zegt psycholoog Annelies Smolders in ‘Nieuwe Feiten’ op Radio 1.

Steeds laat opblijven is een internationaal bekend en omschreven fenomeen. ‘Revenge bedtime procrastination’, vertaald als ‘opblijfwraak’, doelt op mensen die ’s avonds of ’s nachts nog wat tijd willen inhalen door langer wakker te blijven. Sommigen snakken immers naar nog een beetje me-time na een stresserende dag op het werk. Die nood aan vrijheid in de late uurtjes komt echter enkel voor bij zogeheten avondtypes.

Alerte fase

“De meeste mensen zijn neutrale types. Zij  worden wakker rond 6 à 7 uur en worden moe en gaan slapen rond 22 à 23 uur”, zegt Annelies Smolders, psycholoog, slaapspecialist en auteur van ‘Start to sleep’. “Avondtypes daarentegen voelen pas heel laat slaperigheid, en vlak daarvoor, gemiddeld tussen 20 en 22 uur, hebben ze zelfs een zeer alerte fase waarin ze alles uit de kast halen en oppikken wat overdag is blijven liggen, ze zijn op dat moment ook heel creatief en vrolijk.”

Avondtypes vervullen hun hunker naar ontspanning vaak met elektronische schermen als smartphones, tablets en televisie. “We zijn de maker van onze eigen slaap”, legt Smolders uit, “en daarom moeten we vanaf 20 uur ’s avonds in principe de dag beginnen af te bouwen. Avondtypes daarentegen beginnen dan zelfs nog opnieuw op te bouwen. En als je die periode ook nog vult met je blootstellen aan blauw licht (het licht van onze smartphones, tablets en dergelijke), dan heb je nog meer kans dat je je brein klaarwakker maakt en helemaal niet meer kunt slapen.”

Ontregeld

De tijd die je ’s nachts probeert ‘in te halen’, verlies je natuurlijk weer ’s morgens. En tegen de negatieve gevolgen die dat met zich meebrengt is zelfs de beste slaper niet opgewassen. “Als je je dag langer maakt, en pas midden in de nacht in je bed kruipt wanneer je er ’s ochtends op tijd uit moet, dan heb je een opgebouwd slaaptekort. Als je telkens laat naar bed gaat, dan merk je ’s ochtends dat je te weinig hebt geslapen. Denk je na een tijdje: ik wil er wel eens vroeger in, dan merk je dat je bioritme verschoven is en dat je niet meer zo vlot in slaap geraakt. Je gaat je negatieve slaappatroon conditioneren. En je raakt hierdoor ontregeld.”

“Een avondtype staat nooit fris op, zij zijn wel lichamelijk aanwezig op de werkvloer, maar vaak niet mentaal. Ze denken vaak ook: ik werk er vanavond wel aan, dan presteer ik 10 keer beter.” En zo gaat de cirkel natuurlijk maar door.

Oplossingen

Volgens Smolders is er gelukkig wel een oplossing om die vicieuze cirkel te doorbreken en van je ‘opblijfwraak’ af te komen. “Ik ben zelf een grote voorstander van gebruik van licht en lichttherapie in de ochtenduren. Als je ’s ochtends blauw licht gebruikt, bijvoorbeeld je  computerscherm, dan ga je je sneller wakker en alerter maken en dan ga je ook sneller functioneel bezig zijn.” Maar ook ochtendtypes kunnen daar baat bij hebben. “Als ochtendtype kan je dan wat schuiven en dat licht in de namiddag gebruiken om slaperigheid uit te stellen naar een later uur”, besluit Smolders.