MOVIES. Louis Talpe is een zwoegende coureur ‘The Racer’: “Doping doet niets af van de schoonheid van de sport”

MOVIES. Louis Talpe is een zwoegende coureur 'The Racer':
Foto R.V.

In het Ierse wielerdrama ‘The Racer’ volgen we een renner die met het einde van zijn carrière in zicht voor verscheurende keuzes staat. Die hoofdrol is weggelegd voor Louis Talpe. Een onverwachte maar ook overtuigende carrièresprong voor de West-Vlaamse acteur, die vooral bekend is door tien jaar ‘Mega Mindy’ en zijn rol in de VTM-serie ‘Spitsbroers’.

Ben je een wielerfan?

Louis Talpe: “100%! Al moet ik toegeven dat ik pas op latere leeftijd een echt grote fan ben geworden. Als kind wist ik wel dat de Tour bestond, maar ik ben niet opgegroeid met veel besef van de sport. Het kantelpunt was 2002, toen Johan Museeuw voor het laatst Parijs-Roubaix won. Ik was toen een jaar of 20. Vanaf dat moment begon ik met meer aandacht naar de koers te kijken. Nu ga ik zelf regelmatig fietsen en heb ik meer dan ooit respect voor wat die mannen presteren. Het is een extreem zware sport.”

Wat maakt het zo zwaar?

“Je moet jezelf keer op keer overtreffen. Als ik de Koppenberg of de Paterberg op kruip, moet ik naar adem happen als ik boven kom. Zij doen dat drie keer en kunnen dan ook nog eens demarreren. Erop geraken is één ding. Ook nog eens een extra inspanning leveren om de andere renners pijn te doen terwijl je zelf geen adem meer hebt, is gewoon indrukwekkend.”

‘The Racer’ speelt zich af tijdens de Tour van 1998, toen het wielrennen geplaagd werd door dopingschandalen. Is die sport nog wel geloofwaardig?

“Voor mij wel. Die schandalen maken voor mij niets uit. Ik ben niet zo’n purist. Het heeft voor mij de schoonheid van die sport niet voorgoed bezoedeld. Ik ken intussen veel wielrenners persoonlijk en ik geloof in wat ze doen. Je geraakt er niet zonder enorme toewijding en opoffering. Kijk naar Wout van Aert, Remco Evenepoel of Mathieu van der Poel. Daar hangt geen grammetje vet aan.”

Heb je veel renners ontmoet om je voor te bereiden op deze film?

“Ik heb veel gepraat met Tom Steels, de ploegleider bij Deceuninck-QuickStep. Hij was zelf wielrenner en heeft in die bewuste Tour van 1998 twee of drie ritten geworden. Hij heeft ook een gedicht geschreven, ‘Het hart van de sprint’, over hoe een sprinter die laatste rechte lijn beleeft. Je hebt je vingers op de remmen maar je weet dat de ander je voorbij vliegt als je een seconde durft te vertragen. Zeer mooi. Maar eigenlijk hoefde ik niet met renners te praten. Wielrennen is de rode draad van de film, maar dit is in de eerste plaats het verhaal van een ‘domestique’ die beseft dat hij waarschijnlijk aan zijn laatste Tour begint.”

Een ‘domestique’ is een renner die ervoor moet zorgen dat zijn kopman de wedstrijd wint. Zelf mag hij niet winnen. Wat vind je van dat idee?

“Het is raar, hé? Ik heb documentaires bekeken waarin zulke renners uitleggen dat ze er enorm van genieten om hun kopman perfect naar de finish te loodsen en hem te zien winnen. Vaak zijn het extreem sterke coureurs. Je ziet ze niet maar ze trekken 200 kilometer lang aan de kop van het peloton. Ik vind het heel mooi. Als ik met vrienden ga fietsen, offer ik mezelf ook graag op. Ik vind het soms cooler om gedurende twee minuten power te ontwikkelen en de sprint aan te trekken.”

‘The Racer’ is een stevig drama maar er zit ook humor in. De renners halen bijvoorbeeld graag practical jokes uit met elkaar. Doen acteurs dat ook?

“O ja, vooral in het theater. Bij de oorlogsmusical ’14-18′ moest ik bijvoorbeeld op een bepaald moment opkomen met een bak bier, voor de scène waar we in het hospitaal aan het zingen zijn. Tijdens een van de voorstellingen had ik een vijftal flesjes goed ingesmeerd met vaseline. Die heb ik bij de kop vastgepakt en aan Jelle (Cleymans), Jonas (Van Geel) en James (Cooke). Zij konden dus niet anders dan de flesjes vastpakken waar ze goed ingevet waren. Dus hebben ze daar vijf minuten staan zingen met zo’n glibberig flesje in hun hand. Niemand in het publiek heeft het gemerkt, maar ik vond het geweldig. De show daarna hebben ze me wel teruggepakt en heb ik met natte schoenen moeten spelen, maar het was het waard.”

Wat was het gemakkelijkst om te faken: dat je een hartaanval krijgt in ‘The Racer’ of dat je er in ‘Spitsbroers’ trots op bent om het shirt van Racing Genk te dragen? Je bent tenslotte een Club Brugge-supporter in hart en nieren.

(lacht) “Ik was heel blij dat ik in ‘Spitsbroers’ een voetballer mocht spelen. Ik zal niet zeggen dat het niks kon schelen welk shirt ik aan had, maar Genk heeft toch ook een mooi stadion. En ze hebben ook blauw in hun clubkleuren. Misschien zal ik in ‘Spitsbroers 3’ voor Club mogen spelen? Wat die hartaanval in ‘The Racer’ betref: ik ben blij met hoe het eruitziet. We hadden weinig tijd om de scène te draaien. Het resultaat is behoorlijk intens en angstwekkend, vind ik. Toen mijn vrouw de scène voor het eerst zag, was ze gechoqueerd.”

Ruben Nollet / @rubennollet