SOUNDCHECK. Zwangere Guy kanaliseert zijn (gebrek aan) spijt op cover van ‘Je Ne Regrette Rien’

Foto Telenet YUGO

Nadat Zwangere Guy, alias van Gorik van Oudheusden, in juni de single ‘Hoelang Nog’ dropte, een samenwerking met zijn Antwerpse collega Ramzi die inspeelt op de wervelwind van #BlackLivesMatter, bevalt de Brusselaar pur sang in deze cultuursmorende coronatijden van een nieuwe single: een cover van Édith Piafs klassieker ‘Je Ne Regrette Rien’, featuring zijn stadsgenoot Arno. De videoclip – een project van Telenet YUGO – staat sinds gisteren op YouTube. En kijken is meer dan ooit een daad van liefdadigheid, want hoe meer views de clip haalt, hoe meer geld YUGO zal doneren aan een selectie van Brusselse goede doelen: We Love BXL, Coderdojo en VOLTA. Metro strikte Zwangere Guy voor meer tekst en uitleg.

Dag Gorik. Ben je eigenlijk fan van Arno?

“Absoluut, ik heb in mijn platenkast een stuk of acht van zijn albums liggen, vooral van T.C. Matic. Persoonlijk ken ik hem een achttal jaar, we gaan al eens snel een pint of een wijntje drinken in hetzelfde café.”

Wat jullie onmiskenbaar verbindt, is die hartstochtelijke liefde voor Brussel. Zijn er nog andere raakvlakken met Arno?

“Mijn liefde voor Oostende (lacht). Je staat er bij wijze van spreken sneller dan aan de andere kant van Brussel met het openbaar vervoer. Het heeft iets stedelijks, en natuurlijk is er de zee, waar ik zo gelukkig van word. Ik heb heel veel van mijn materiaal in Oostende geschreven. Voorts zijn we allebei bon vivants met een voorliefde voor muziek en goed eten. Is dat niet het leven in een notendop?”

De combinatie van een jonge, ambitieuze rapsensatie en een gevestigd rockicoon op gevorderde leeftijd prikkelt op zich al de nieuwsgierigheid. Wat trok je aan in het project?

“Naast het feit dat ik ‘Je Ne Regrette Rien’ simpelweg een heel schone song vind, is de tekst wel toepasselijk op mijn leven. De samenwerking met Arno is geen primeur op zich, want ik had in het verleden al een paar keer met hem gespeeld. De zaak was eigenlijk heel snel beklonken: de opnames hebben twee dagen geduurd.”

Zoals je zelf aangeeft staat het thema van het lied je op het lijf geschreven: “Je me fous du passé”, zingt Piaf. Ook jij hebt in je muziek afgerekend met je woelige verleden. Koen Mortier, regisseur van de bijhorende videoclip, omschreef het zo: “Als je je ding wilt doen, moet je vooruitgaan zonder te twijfelen en vooral zonder spijt te hebben. Spijt is niet nodig, spijt is totaal overbodig, spijt houdt je enkel tegen.” Vat dat je levensfilosofie samen?

(enthousiast) “Volledig! Past helemaal bij mijn levensstijl en mijn carrièrepad. Soms kun je geen keuzes maken. Maar als je de keuze hebt, zorg dan dat je de goeie maakt. Dat heb ik wel geleerd: je kunt niet terugkomen op een keuze. ‘Faut assumer’, zeggen ze in het Frans: verantwoordelijkheid opnemen voor je keuzes. Ik wil geen spijt hebben van het pad dat ik bewandel. Ik kan al eens een verkeerde bocht nemen, maar dat hoort erbij.”

Jij verkondigt steevast dat je van niets spijt hebt, maar is er in een bui van zelfreflectie onder dat pantser nooit een stemmetje in je hoofd dat terugblikt en zich afvraagt ‘Verdomme, wat als ik toen anders had gehandeld’?

“Dat wel. Ik ben geen rappertje dat enkel met zichzelf bezig is en onbewust gevangen zit in een schijnwereld. Dat stemmetje, die moraal, is zeker aanwezig en hoor je ook in mijn muziek. Soms ben ik quasi tegen mezelf aan het spreken in een soort vlaag van opperste zelfbewustzijn en twijfel: ‘Fuck, alles gaat zo goed, maar had je het toch niet beter zo aangepakt?’. Kijk, ik vind twijfel mooi, maar het mag nooit de bovenhand nemen. Het mag nooit knagen aan mijn zelfvertrouwen.”

“Op professioneel vlak heb ik momenteel over niets spijt. Zeker niet over het feit dat ik ben gestopt met werken in de bouw, anders had ik nooit zoveel tijd gehad om muziek te maken. Het privévlak, da’s een ander verhaal.”

Om daarop in te pikken: in een interview met De Standaard uit 2018 vertelde je dat je “automatisch een grote muur rond jezelf bouwt” die je dichte familie buitensluit. Je zei dat je “geen tijd en geen goesting had voor quality time met de bomma, bompa of andere bompa”. Je liet je ook ontvallen dat je toen al besefte daar later spijt van te zullen hebben, wanneer het te laat zal zijn.

“Ik herinner me dat interview nog heel helder. Ik heb mezelf toen wakker geschud door heel persoonlijke zaken te vertellen. Sindsdien heb ik weer contact met mijn moeder, ga ik vaker op bezoek bij oma en opa en bellen we met elkaar. Ik heb de banden dus weer aangehaald. Erg dat ik zoiets in een krant moest zeggen om het te beseffen. Ik wil niet op de begrafenis staan van een dicht familielid met de vaststelling: ‘fuck, ik heb gefaald’.”

Ik wil niet op de begrafenis staan van een dicht familielid met de vaststelling: ‘fuck, ik heb gefaald’


Is spijt volgens jou ook een kwestie van mentale ingesteldheid, die je kan afleren door te relativeren en de zaken anders te bekijken?

“Voor mij niet echt, alhoewel ik de laatste jaren wel heel hard geleerd heb om te relativeren. Vroeger was ik een kortzichtig persoon wiens wereld heel klein was. Ik stond op om 6u30, ging naar het werk, kwam thuis, rookte een joint en ’s anderendaags hetzelfde liedje: dat was mijn routine, zo sleet ik mijn dagen. Op dat vlak is een wereld voor mij opengegaan: ik heb veel nieuwe zaken leren begrijpen, waardoor ik beter kan relativeren. Spijt is daar slechts een onderdeel van.”

“Een bruisende stad als Brussel, waar heel veel beweegt, houdt me constant bezig. Mijn vriendin is psycholoog, wat veel interessante gesprekken oplevert. Ik verwerf nieuwe inzichten over mezelf en begin beter in te zien van waar bepaalde keuzes komen, of waar de kiem ligt van sommige gedragsstoornissen. Ik ben bijvoorbeeld heel egoïstisch tijdens het maakproces van mijn songs – ik wil mijn ding kunnen doen – en dat staat diametraal tegenover hoe ik met mijn geld omspring. Ik deel alles. Ik ben opgevoed door vijf verschillende gezinnen, die zelf alles met mij gedeeld hebben.”

Zelfreflectie is een rode draad doorheen je oeuvre. Werkt dat therapeutisch?

“Zeker en vast! Ik dissecteer mezelf graag en leg mezelf graag onder een vergrootglas. En die inzichten probeer ik uit te leggen aan de buitenwereld. Introspectie levert soms de meest intense en krachtige muziek op. Chet Faker bijvoorbeeld, die quasi huilt in zijn songs, of een Amy Winehouse of Kendrick Lamar, die hun demonen bezingen. Mijn lievelingslied van James Brown, ‘Public Enemy #1’, gaat over zijn heroïneverslaving. En zelfreflectie is gewoon ook boeiend: ik kan toch moeilijk 12 nummers vullen met gestoef over hoe goed en stoer ik ben en hoeveel geld ik heb? Zo zit ik niet in elkaar.”

Édith Piaf was natuurlijk een grootheid van het Franse chanson. Ervaarde je enige schroom om je te wagen aan zo’n iconisch lied dat bijna als Frans muzikaal erfgoed beschouwd wordt?

“Ja toch wel. Maar op een bepaald moment moet je je daarover zetten. Onze versie zal nooit beter zijn dan het origineel, dat is zonneklaar. Mijn aanpak was: de tekst van Piaf ontleden, en betrekken op mezelf. Ik heb zodanig geschaafd aan mijn tekst totdat ik dacht ‘dees vind ik nice‘. Hoe dan ook: het blijft een cover, dus toetsen aan het origineel is appelen met peren vergelijken.”

Was het een uitdaging om het nummer in een nieuw, persoonlijk jasje te steken, of verschenen de woorden moeiteloos op papier?

(denkt na) “Het was wel een uitdaging. De muziekgeschiedenis leert ons dat het overgrote deel van de covers niet kan tippen aan het origineel, dus een cover maken is altijd gevaarlijk. Met die uitspraak rijd ik tegen mijn eigen kar aan, zeker?” (lacht)

“Ik heb de laatste jaren wel veel meer vertrouwen in mijn pen gevonden en ook de kunst van het herschrijven geperfectioneerd. Ik ben niet snel tevreden. Deze cover heb ik bijvoorbeeld vier keer opnieuw geschreven en voorgelegd aan enkele proofreaders. Pas op: ik sta open voor feedback, maar van een hechte, beperkte kring. Als te veel mensen suggesties of bijsturingen voorstellen, wordt het al snel een soep en reageer ik geprikkeld: ‘Weete wa, schrijf het zelf'” (lacht)

De clip werd geregisseerd door Koen Mortier. Had je zelf een creatieve inbreng in de totstandkoming van de video?

“Van zodra Koen een plan in zijn kop heeft zitten, kan je op je eigen kop gaan staan: hij zal niet wijken.”

Je had dus niets in de pap te brokken.

“Maar nee, da’s de Koen. ’t Is een pateeke. Maar zoals hij niets over mijn muziek te zeggen heeft, betreed ik zijn terrein niet. Zo simpel is het. Iedereen zijn ding, dan gaan we sneller vooruit.”

Bekijk de clip hieronder:

Quentin Soenens