MADE IN BELGIUM. Modeontwerpster Nathalie Vleeschouwer: “Er is niks mis met kledij van een paar jaar oud”

nathalie vleeschouwer

België staat bekend om haar frieten, bier en… mode. Nathalie Vleeschouwer zag als jonge twintiger haar droom in vervulling gaan toen ze mocht starten aan de Antwerpse Modeacademie. Na twee jaar gaf ze er echter de brui aan en opende ze zonder boe of  ba een winkel met haar eigen collectie zwangerschapskledij. Dertig jaar later staat de Antwerpse aan het hoofd van een familiaal modebedrijf, met twee collecties Fragile en Nathalie Vleeschouwer. Tijdens de nasleep van het coronavirus opende ze zelfs een nieuwe winkel op de Brusselse Zavel. “Online shoppen kan het gezellig snuisteren in winkels nooit vervangen.”

Waarom heb je de Modeacademie niet afgemaakt?

“De Academie focust enkel op ontwerpen, terwijl ik net gefascineerd was door het geheel, dus ook het productieproces en het commerciële aspect. Mijn vader heeft bij C&A gewerkt en ik ging graag mee naar de textielfabrikanten. Ik heb tijdens mijn opleiding fantastische ontwerpers ontmoet, maar als je niet in de idee van de ontwerper als kunstenaar paste, kreeg je geen kansen. In het tweede jaar voelde ik dat ik niet op mijn plaats zat. Ik heb er hard leren werken, maar ik heb geen seconde spijt gehad dat ik de Modeacademie vaarwel heb gezegd.”

Waarom ben je je carrière begonnen in zwangerschapskledij?

“Ik volgde destijds avondschool in patroontekenen. Mijn lerares vroeg me een ontwerp te tekenen voor een zwangere vrouw, dus ben ik mij in zwangerschapskledij gaan verdiepen. Al snel had ik het gat in de markt gevonden, want er bestond nauwelijks elegante kledij voor zwangere vrouwen. Ik heb een winkeltje gehuurd met in de kelder mijn atelier. Daar vertaalde ik de modetrends naar comfortabele, gedrapeerde zwangerschapsjurken.”

Je man Jan Bevernage ontwerpt het interieur van de winkels en ook je dochter Felix werkt achter de schermen. Is het een vloek of een zegen om met je gezin samen te werken?

“Mijn man en ik zitten al jaren op dezelfde golflengte. Hij is mijn personal coach als ik het even niet zie zitten. (lacht) Met Felix was het even zoeken, maar na drie jaar wordt het steeds leuker. Het is heel fijn om te zien hoe ze zo is opengebloeid. Ze houdt rekening met alle aspecten van een modebedrijf, zowel het praktische als het creatieve, en dat is weinigen gegeven. Ik ben blij dat de opvolging verzekerd is, maar ik denk nog niet aan stoppen.” (lacht)

Begin juni bracht je voor het eerst een mannencollectie uit. Waarom nu?

“Mijn man en zoon vroegen er al lang om, maar ik vond nooit de tijd. Tijdens de quarantaine kwam ik met een van mijn hemdjes de keuken binnen. Mijn zoon Lion zag zo’n hemdje met tropische print ook wel zitten, en dat bracht mij op het idee om een mannenlijn te maken met de stofoverschotten van de vrouwencollectie. Handig én ecologisch! De beperkte collectie bestaat uit één model van hemd en broek in verschillende stoffen en prints, die onderling goed combineren. Het atelier in Deurne waar ik al twintig jaar mee samenwerk lag stil door de coronacrisis, dus zo kon het personeel toch aan de slag blijven. De productie in eigen land houden is financieel niet evident, maar dankzij mijn nauwe band met het atelier, kon ik de collectie heel snel uitbrengen.”

De modesector is enorm vervuilend. Hoe draag jij, naast de mannencollectie, je steentje bij aan het milieu?

“Naast mijn eigen winkels, ligt mijn kledij ook in multibrand stores. Die winkels bestellen stuks in de showroom, en pas daarna laat ik die maken. Door zo bewust om te springen met de productie, zit ik nooit met een grote stock. Ik ga ook op zoek naar duurzame stoffen. Textielfabrieken optimaliseren voortdurend. Ze stellen hun machines beter af en beperken het waterverbruik. Gerecycleerde stoffen staan echter nog niet op punt. Vaak is de kwaliteit van de vezels niet voldoende of prikken de stoffen meer. Klanten zijn toch vooral op zoek naar zachte kledij. Ik denk niet dat de meerderheid klaar is voor gerecycleerde stoffen. Het grootste deel van mijn ateliers ligt in België, waardoor de kledij geen grote afstanden aflegt. Blazers en jassen laat ik dan weer in Polen maken, want hier is dat onbetaalbaar.”

Hoewel online shoppen in de lift zit, heb je net een nieuwe winkel geopend in Brussel.

“Onze webshop heeft tijdens de quarantaine inderdaad een enorme boost gekregen, en ik verwacht dat de online verkoop alleen maar zal stijgen. We investeren dus zeker in online, maar de fysieke winkels blijven toch belangrijk. De eerste ontmoeting met een merk moet toch fysiek gebeuren. Hoe anders kan je de stoffen voelen, vanalles passen en advies vragen? Ik heb voor Brussel gekozen om Franstaligen en expats te bereiken. De stad heeft ook een internationale en creatieve uitstraling. Net Parijs! Met het pand op de Zavel was het liefde op het eerste gezicht. Ik wandelde er voorbij toen ik vintage meubels aan het shoppen was. De buurt telt niet zoveel modewinkels, eerder kunstgalerijen en antiekwinkels, maar dat maakt de Zavel net zo leuk. Je valt
er op.”

Hoe zie jij de toekomst van de Belgische mode?

“Ik hoop dat we de modeseizoenen stilaan loslaten en afstappen van de soldenperiode. Er is niks mis met stuks van een paar jaar oud te blijven dragen. Als een vrouw mijn winkel binnenkomt met een item uit een vorige collectie, vind ik dat een groot compliment. Dat wil immers zeggen dat ze er plezier aan blijft beleven. Maar als ik vandaag naar de winkels kijk, zie ik het niet rooskleurig in. We hebben het tijdens de coronacrisis voor elkaar gekregen om de solden naar augustus uit te stellen, maar nu geven winkels toch al massaal kortingen bij koppelverkoop. Ik vind dat een gemiste kans om het modeseizoen te verlengen en met minder overstock te zitten. Samen sterk is in de modewereld soms ver zoek.”

Janne Vandevelde

Nathalie Vleeschouwer
Ernest Allardstraat 8
1000 Brussel

nathalievleeschouwer.be

fragile.be