PORTRET. Kevin, hoteldirecteur in Brussel: “Dit is een ongeziene catastrofe, maar ik blijf positief”

Foto R.V.

Kevin Martens is directeur van een Ibis hotel in hartje Brussel. Door de komst van het coronavirus moest hij noodgedwongen de deuren sluiten voor onbepaalde duur. Een mokerslag, vooral omdat het hotel vlak voor de crisis goed op weg was om een boerenjaar te beleven. “Dan loop je echt tegen een muur.”

Een normale werkdag vat Kevin aan met een ronde langs elke dienst, waarbij hij polst naar de stand van zaken en feedback geeft. De hoteldirecteur staat in voor de dagelijkse leiding van het etablissement, geruggensteund door een team van een 40-tal medewerkers.
“Daarna ga ik over tot de orde van de dag”, zegt Kevin. “En die kan heel divers zijn. Er is geen vast patroon, ik moet van alle markten thuis zijn. Zo ben ik bezig met personeel, veiligheid en commercialisering, maar de meeste tijd kruipt in de kwaliteitsverbetering van onze service door te luisteren naar onze gasten en overleg te plegen met het personeel. Onze inspanningen werpen hun vruchten af, want mijn hotel staat in de top drie van beste filialen van het merk in de Benelux.”

Minimale bezetting

Toen het coronavirus ook bij ons wild om zich heen begon te slaan, besloot Kevin om de hoteldeuren te sluiten. Want de dagelijkse werking van het grote hotelgebouw slurpt naast veel energie ook veel geld. “Om maar een voorbeeld te noemen: een gans airconditioningsysteem draaiende houden voor zo’n vijf kamers per dag, dat is economisch onverantwoord.”

Tijdens een werkdag in coronatijden belt Kevin zijn vaste klanten op, om te polsen hoe het met hen gaat. “Dat zijn klanten die soms al vijftien jaar steevast bij ons logeren als ze naar Brussel komen, hun welzijn is erg belangrijk voor ons.” Daarnaast buigt de hoteldirecteur zich over de nabije toekomst. “Ik maak projecties en financiële inschattingen om break-even te kunnen draaien na de heropening, zodat we weer aan de slag zouden kunnen met een minimale personeelsbezetting.”

“2020 is nu al een
verloren jaar voor ons”

“Momenteel is ons hotel wel bemand, maar met een minimum bezetting. In de maanden voor de corona-uitbraak waren dagelijks minstens 27 stafleden aan het werk in het hotel.” In die eerste maanden van het jaar draaide het hotel op kruissnelheid, zo vertelt Kevin, wat de sluiting nu extra zuur maakt. “In februari waren we nog goed op weg om er een grand cru-jaar van te maken. We boekten nooit geziene cijfers voor die periode van het jaar. Als je dan van de ene op de andere dag de deuren moet sluiten, loop je tegen een muur.”

Economische ramp

Door het coronavirus droogde de vloeiende stroom aan inkomsten plots helemaal op. Het financiële plaatje oogt dan ook gitzwart. “De omvang van de economische catastrofe is zeer, zeer groot”, zucht Kevin. “Ik heb de aanslagen in Brussel meegemaakt – ik was toen in een ander hotel werkzaam – en toen zijn we teruggevallen naar een bezetting van 20 à 40 procent in het centrum. Nu is dat nul. Ongezien, maar ik blijf positief, dat ben ik verschuldigd aan mijn mensen. Na de aanslagen van 2016 likte de hotelsector zijn wonden en volgde een vrij vlot herstel. Ook de economische crisis in 2008 kwamen we goed te boven. Maar nu ben ik bezorgd, een aantal collega’s verkeren in zeer grote moeilijkheden. Er is absoluut meer steun nodig van de overheid om deze periode te kunnen overbruggen.”

Kwaliteitslabel

Het optimisme van Kevin gaat gepaard met realisme: hij beseft dat het coronavirus onomkeerbare veranderingen in gang gezet heeft, ook wat zijn hotel betreft. “We gaan op een andere manier moeten werken, zeker op het vlak van hygiëne. Daarom heeft onze moedermaatschappij ‘All Safe’ in het leven geroepen, een kwaliteitslabel voor hotels die extra inzetten op hygiëne. Het label biedt aan klanten bijvoorbeeld de garantie dat de deurknoppen zoveel keer per dag ontsmet worden, of dat de publieke toiletten een bepaald aantal keer per dag gepoetst worden. Dat label zal blijvend zijn. Het moet het veiligheidsgevoel vergroten, wat helpt om de koudwatervrees van sommige klanten na deze crisis te overwinnen, zodat ze opnieuw in alle comfort en zorgeloosheid bij ons willen logeren.”

Een tweetal weken na ons eerste gesprek bel ik Kevin opnieuw op om te polsen naar de laatste stand van zaken. De grenzen zijn intussen opnieuw geopend. “Het ziet er zeer triest uit”, zucht Kevin. “Sinds 8 juni is een Novotel, een ander hotel van onze moedermaatschappij, geopend in Brussel. Ik schat dat de bezetting nu op ongeveer 10 procent ligt, en dat valt dik tegen. Mensen zijn duidelijk nog de kat uit de boom aan het kijken.”

“We hebben nog geen zicht op een heropeningsdatum van ons hotel. De geleden verliezen kunnen we dit jaar alleszins niet meer goedmaken. 2020 is nu al een verloren jaar voor ons.”

Quentin Soenens