Bart De Wever: “Geloof niet dat Vlaming racistisch is”

Bart De Wever
Twitter / @terzaketv

Bart De Wever heeft gisterenavond in ‘Terzake’ uitgebreid zijn licht laten schijnen op het huidige racisme- en discriminatiedebat. Hij beweerde dat racisme op een historisch dieptepunt staat en dat hij er geen snars van gelooft dat de Vlaming racistisch is.

N-VA-voorzitter en huidig burgemeester van Antwerpen Bart De Wever was gisterenavond uitgenodigd in ‘Terzake’ naar aanleiding van een bevraging van de Antwerpse politie bij Antwerpse jongeren. Het gesprek ging echter al snel over racisme en discriminatie in het algemeen. Enkele uren eerder publiceerde De Wever ook een essay over identiteit in de krant De Tijd.

In Terzake vertelde de N-VA-voorzitter dat hij het met de term ‘structureel racisme’ “ongelooflijk moeilijk” heeft. “Dat impliceert dat racisme eigenlijk onderdeel is van ons beleid en dat wij ongelooflijke hypocrieten zijn”, klonk het. “Discriminatie is een realiteit, en als je met jongeren praat, ervaren zij dat ook zo. Maar zij zien natuurlijk niet altijd het bredere plaatje waarin ik wel durf beweren dat racisme niet op een historisch hoogtepunt, maar wellicht op een historisch dieptepunt staat. We zijn alleen veel gevoeliger geworden voor deze problematiek.”

“Amerikaanse samenleving is niet de onze”

Volgens De Wever is de situatie tegenover vroeger enorm verbeterd. “Vorige generaties wat het probleem oneindig veel erger, en was racisme zeker structureel. Ook op ideologisch, mentaal vlak was het eigenlijk mainstream om racistisch en discriminerend te denken. Dat is totaal niet meer het geval, het staat zelfs in de strafwet.” Toch lijkt hij te erkennen dat daarmee niet alles is opgelost. “Die omvorming van de samenleving, die ontstaat niet met een toverstokje. Daar is heel wat tijd voor nodig. Dat die jongeren nu gefrustreerd zijn en nu oplossingen willen, dat begrijp ik. Ik werk daaraan.”

De vergelijking met de Amerikaanse samenleving die vandaag door veel jongeren gemaakt wordt, vindt de N-VA-voorzitter echter niet correct. “De Amerikaanse samenleving, de omgang met geweld, dat is totaal niet de onze. Die cijfers kan je totaal niet vergelijken. Men eigent zich daar ook een verontwaardiging toe op een emotionele manier, maar dat helpt maatschappelijk niet veel.”

Praktijktesten

De Wever is tevens niet opgezet met het niveau van het maatschappelijk debat in Vlaanderen. Dat noemt hij “bedroevend” en één waarin “met grote termen gegooid wordt die enorm polariseren”. In dat licht noemt hij ook het debat over praktijktesten “totaal vergiftigd” en “semantisch vervuild”, waarbij hij met de beschuldigende vinger naar de media wijst. Hij vindt dat Vlamingen door praktijktesten “geshamet” worden en spreekt over “de wrange nasmaak van Big Brother”.

Hij gelooft wel dat er “in een heel klein deel van de gevallen” “kwaadaardig racisme” bestaat op de huur- en arbeidsmarkt. “Dan heb ik ook geen moeite met bestraffing”, aldus De Wever. “Maar ik geloof er geen snars van dat de Vlaming racistisch is. Ik geloof wel dat er in onze samenleving een groot probleem is met identiteit en diversiteit.” Met dat laatste verwijst hij naar zijn pleidooi voor een gedeeld identiteitsconcept waarin “mensen elkaar herkennen als spelers van dezelfde ploeg.”

“Geen blonde dames”

Uit de bevraging van de Antwerpse politie bleek dat 80% van de bevraagde jongeren een positief beeld heeft over de lokale politie, wat burgemeester De Wever “een zeer goed rapport” noemde. Tegenover dit goede cijfer staat echter het feit dat jongeren met een migratieachtergrond dubbel zoveel te maken krijgen met identiteitscontroles door de politie. Volgens De Wever speelt daar een “complexe realiteit”. “Als je politie-inspecteur bent in een grote stad en je krijgt je briefings en je daderprofielen, dan ga je vanzelf uitkijken naar mensen die aan dat profiel beantwoorden. En dat zijn dat nu eenmaal geen blonde dames, dat zijn andere profielen.”

Toch snapt hij dat het bij sommigen tot frustratie leidt: “Als je aan dat profiel beantwoordt en je bent een brave burger die z’n best doet op school en z’n best doet op z’n werk: dat frustreert. Dus je gaat dat niet volledig kunnen uitsluiten.” Volgens De Wever kunnen er dus wel dingen beter. Zo kan er gewerkt worden op correct profileren en een beter taalgebruik. Ook wil hij de wijkteams versterken, omdat de relatie tussen burger en wijkpolitie veel sterker is dan die tussen burger en interventieteam.