«Acht uur aan een stuk een mondmasker dragen is verschrikkelijk»

Cato Beyts (21) is een derdejaarsstudente verpleegkunde aan de Hogeschool Gent. Door COVID-19 werden haar oorspronkelijke stageplannen flink in de war gestuurd. Gelukkig kon ze aan de slag op de afdeling maag-, darm-, en leverziekten van het UZ Gent, maar daar kwam ze zelf nauw in contact met een besmette patiënt.

Dag Cato. Hoe is je stage veranderd door de plotse opkomst van de corona-epidemie?

Cato Beyts: «Oorspronkelijk ging ik op buitenlandse stage naar Finland. Daar ging ik helpen in een ziekenhuis in Mikkeli, een kleine stad in the middle of nowhere. Het was de bedoeling om voor drie weken telkens op een O.K. (operatiekwartier, red.), spoed en de intensieve zorgen te staan. Anderhalve week voor ik zou vertrekken is de stage afgezegd.»

«Van school uit hebben ze voor een nieuwe stageplaats gezorgd in België. Ik heb het geluk gehad om in het UZ Gent te mogen starten. Dat apprecieerde ik zeker, want de maag-, darm-, en leverziekten was een zeer interessante dienst.»

Wat is je het meest bijgebleven tijdens je stage?

«Ik ben in een acute situatie terechtgekomen waar we heel snel moesten handelen. Er had iemand een massieve bloeding en dus moesten we zeer accuraat reageren, want de patiënt moest naar intensieve zorgen. De arts werd erbij gehaald, er moest zuurstof gegeven worden en het reanimatiemateriaal moest klaarliggen. Ik moest de orders van de arts uitvoeren en er geen vragen bij stellen. Er was geen tijd om te treuzelen.»

Heb je op jouw dienst de invloed van COVID-19 gevoeld?

«Ja, er was meer aandacht voor hygiënische maatregelen. We moesten altijd mondmaskers dragen. Ook handhygiëne was belangrijker. Bij potentieel besmette patiënten moesten we in schort, bril, handschoenen en soms FFP-2-maskers rondlopen.»

«Als je daar de hele dag mee rondloopt, is dat ongelooflijk warm. Het ventilatiesysteem stond uit om besmettingen te voorkomen, maar daardoor was het tot 30 graden op de dienst. Het went uiteindelijk wel, maar ik hoorde mensen na een treinrit van twintig minuten zeggen ‘Oh, dat is toch verschrikkelijk, zo’n mondmasker’. Dan dacht ik: ‘Je zou het eens acht uur aan een stuk moeten dragen, dat is pas verschrikkelijk’.»

Ben je zelf in nauw contact gekomen met een besmette patiënt?

«We hebben een positieve patiënt gehad op de dienst, die een darmonderzoek moest krijgen. Alle verpleegkundigen die met die persoon in contact waren gekomen, moesten twee weken heel alert zijn en heel goede de hygiëneregels toepassen. We moesten ook onze temperatuur twee keer per dag meten en uitkijken voor respiratoire klachten.»

Was je bang om zelf besmet te raken?

«Ik heb eigenlijk nooit schrik gehad, omdat ik een mondmasker op had en jong ben. Ik wist wat de gevaren waren en deed geen domme dingen. Op een bepaald punt had ik ook het gevoel dat ik meer risico liep om in de supermarkt besmet te worden dan in het ziekenhuis. Enkel als ik met die COVID-19-patiënt in contact was gekomen, paste ik wel op. We hadden op voorhand gehoord dat hij een risicopatiënt was en hadden aan hem gevraagd om een mondmasker te dragen als er iemand de kamer inging.»

«We mochten als student ook altijd stoppen met onze stage als we ons niet veilig voelden. Er was ons van in het begin gezegd dat we onszelf niet in gevaar mochten brengen. Er is echt wel naar ons geluisterd.»

Wat neem je mee uit de stage?

«Voor mij was het een heel positieve ervaring. Ik heb veel mogen doen en heel veel bijgeleerd. Verpleegkunde kan zowel fysiek als mentaal heel zwaar zijn. Het is ook een beroep waar je voor gemaakt moet zijn en waar je met volle goesting aan moet beginnen. Ik doe de job supergraag en heb er bewust voor gekozen. Ik voel mij echt voldaan als ik tegen patiënten praat, omdat ik zeer veel dankbaarheid van hen krijg. Daardoor kan je gewoon blijven gaan, hoe warm het ook is op de dienst.» (lacht)

Lieselot Tuytens