Wereldreiziger die vliegtuig mijdt, zit net voor de finish vast door corona

Wereldreiziger
Foto Unsplash

Het zal je maar overkomen dat je als wereldreiziger net voor je de finish bereikt door het nieuwe coronavirus in Hong Kong strandt. De 41-jarige Deen Torbjørn Pedersen maakt het nu mee, terwijl er nog maar negen landen op zijn lijstje prijken voor zijn tocht compleet is. Aan terugkeren naar huis denkt hij niet, en aan het vliegtuig nemen evenmin.

“Everybody wants to rule the world”. Het Britse popduo Tears for Fears zong er al over in 1985 en Pedersen komt aardig in de buurt. In 2013 startte zijn wereldreis met als ultieme doel om elk land van de wereld te bezoeken zonder daarbij ooit te stoppen of naar huis te gaan. Zes en een half jaar, 194 landen en meer dan 300.000 afgelegde kilometers later, zit hij echter vast in HongKong door het nieuwe coronavirus. Door de reisrestricties kon hij niet meer per schip vertrekken naar zijn volgende bestemming in Oceanië, namelijk de archipel van Palau. CNN Travel sprak met de bijzondere man die de wereld rondreist zonder ooit een vliegtuig te nemen.

Zelfopgelegde spelregels

Pedersens idee om op zijn wereldreis 203 landen te bezoeken dankt hij aan zijn vader die hem een artikel toonde van een gelijkgezinde globetrotter. Daar wou hij nog een schepje bovenop doen, want hij heeft zichzelf enkele spelregels opgelegd. Hij moet minstens 24 uur in een land verblijven, mag geen enkele keer terugkeren naar huis en mag niet met het vliegtuig reizen. In plaats daarvan verplaatst hij zich door te liften, met treinen, bussen, taxi’s, veerboten en containerschepen. Die laatste zijn bovendien niet zomaar toegankelijk. Hij moest er eerst goede contacten voor aanknopen met transportorganisaties, zoals het Deense Blue Water Shipping en Neptune. Dat vroeg veel geduld en tijd, want hij moest ruim op voorhand toestemming vragen om mee te mogen varen.

Moeilijkheden onderweg

Niet alleen deals sluiten met transportorganisaties nam veel tijd in beslag, maar ook bepaalde landen bereiken, zoals Yemen, Iran en Syrië, was geen sinecure. Zijn Deense paspoort verschafte hem toegang tot veel plaatsen, maar voor andere moest hij een visum aanvragen. Het kostte hem drie weken tijd om het reisdocument voor Iran te bemachtigen en zelfs drie maanden om Syrië binnen te geraken. Gelukkig heeft hij als ambassadeur van het Rode Kruis in Denemarken veel connecties die hem hierbij hielpen.

Syrië
Foto Pixabay

Reiskriebels

Zijn voorliefde om de wereld te zien heeft Pedersen te danken aan zijn ouders. In zijn kindertijd had hij al heel wat af afgereisd tussen de Canadese steden Toronto en Vancouver en de Amerikaanse staat New Jersey voor het werk van zijn vader. Ook van zijn moeder heeft hij zijn reiskriebels geërfd, want zij is reisgids en tijdens vakantieperiodes gingen ze vaak samen haar kant van de familie bezoeken in Finland. Pedersens voormalige job in de scheepvaartindustrie bracht hem, ten slotte, al in landen, zoals Libië, Bangladesh en Azerbeidzjan.

In afwachting van de finale

Tijdens de coronapandemie houdt hij zich voorlopig bezig met het afwandelen van alle wandelpaden in HongKong en door de lokale vereniging van het Rode Kruis te helpen. Hij bezocht hun afdelingen ook al in 189 landen op zijn tocht. De gastvrijheid in het Chinese gebied is groot, want een familie nodigde hem uit om in hun gastenkamer de quarantaineperiode uit te zitten. Hij is daar nu al 86 dagen en mag blijven tot het gevaar voor het virus geweken is.

Pedersen
Instagram / Onceuponasaga

Zodra de wereld zijn normale gangetje herneemt, wil Pedersen weer vertrekken. Hij schat dat zijn reis naar de resterende negen landen Palau, Vanuata, Tonga, Samoa, Tuvalu, Nieuw-Zeeland, Australië, Sri Lanka en de Malediven, nog zeker een jaar in beslag zal nemen. De grote finale zal plaatsvinden in die laatste eilandengroep, waar hij een groot feest zal houden met zijn medeglobetrotters en zijn verloofde. Zij wacht al die tijd geduldig op hem en kwam hem zelf al 21 keer bezoeken. Wie meer over zijn avonturen wil lezen, kan terecht op zijn blog ‘Once upon a Saga’