Na paasvakantie schakelt onderwijs over op preteaching, maar evident wordt dat niet

Na paasvakantie schakelt onderwijs over op preteaching, maar evident wordt dat niet
Foto Unsplash

Na de paasvakantie bieden scholen nieuwe leerstof aan, ook als dat enkel via afstandsonderwijs kan. Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) spreekt in dat verband van preteaching. Maar wat is dat dan precies, preteaching? «Het is een eerste poging om de leerstof op afstand te verwerven. Nadien komen we erop terug in de klas», legt pedagoog Bert Smits uit in het onderwijstijdschrift Klasse.

Preteaching is een term uit het remediërend onderwijs. Alleen zal het na de paasvakantie niet gaan om het bijspijkeren van één of enkele individuele leerlingen, maar van de hele klas. Preteaching zal dan worden ingezet als een eerste poging om de leerstof op afstand te verwerven. Nadien komen de leraren erop terug in de klas, met de bedoeling dan sneller tot de kern te komen en te differentiëren.

Het is wel niet evident om in de huidige omstandigheden na te gaan of de leerlingen de leerstof wel snappen, want het contact in de klas valt weg. «Eens tussen de rijen lopen, een vragenronde bij het begin van de les, meegluren over een schouder? Die korte momenten maken monitoring zóveel makkelijker», zegt Smits. «Zet daarom voldoende in op evalueren.»

De onderwijsdeskundige geeft toe dat de thuissituatie van leerlingen ongelijkheid in de hand werkt, en dat geldt in de huidige situatie nog meer. «Tegelijk moeten we meer inzetten op heldere communicatie naar ouders. Zij tasten vaak in het duister. Verbeter ik de oefeningen van mijn kind zelf? Hoe maak je samen een weekplanning? Wat is het belang van structuur en een rustige ruimte? Een online ouderavond lijkt me geen luxe», dixit Smits.

Ongelijkheid

Ook is het gevaar reëel dat preteaching de ongelijkheid zal versterken ten nadele van kwetsbare kinderen. «Net die ouders die meer coaching nodig hebben, zijn vaak moeilijk te bereiken», geeft Smits toe. «Benader ze persoonlijk, bel ze op, en aarzel niet om brugfiguren – CLB, ondersteuners maar net zo goed sociaal werkers – in te schakelen. Hou ook rekening met logistieke drempels. Als een gezin één laptop heeft voor 3 kinderen kan je niet verwachten dat de hele klas je vragenuurtje volgt. Plan daarom verschillende momenten in. En kies voor asynchrone videolessen. Die bekijken leerlingen wanneer het ze uitkomt, en het lukt net zo goed op hun smartphone.»

Praktijkvakken

Het afstandsonderwijs zal ook op zijn limieten stoten bij praktijkvakken. «Er bestaat geen oplossing voor stages of een complexe handeling in het praktijklokaal, al kan je hier en daar wel creatief zijn», zegt Smits. «Kappers in opleiding kunnen zich uitleven op het kapsel van hun huisgenoten, leerlingen fietstechniek kunnen thuis net zo goed een versnellingsapparaat afstellen en ook met beperkt materiaal kan een leerling houtbewerking mooie dingen maken.»

Leerlingen motiveren

Hoe de leerlingen blijven motiveren? «Leg de link met de leefwereld van je leerlingen als je een nieuw thema aansnijdt», zegt de expert. «Haal alles uit de kast om hun nieuwsgierigheid te triggeren, net zoals je dat in de klas doet. Zelfs groepswerk lukt op afstand. En niets zo motiverend voor een leerling als trots je werk kunnen tonen aan je klasgenoten. Een presentatie via screencast, een foto van je kunstwerk. Nu iedereen op zijn eiland leeft, tellen de complimenten van anderen dubbel.»

Als in het post-coronatijdperk iedereen weer naar school komt, moet er volgens de deskundige eerst een grondige analyse van de beginsituatie gemaakt worden. Met toetsen en taken die de leraar vertellen waar zijn leerlingen staan.

«Wie is mee, waar zitten de gaten in hun kennis? Zolang je leerlingen maar weten dat die evaluaties er zijn om hen te helpen, niet om te oordelen», aldus Bert Smits. «Ten tweede: praat met je leerlingen. De nood aan een menselijke babbel zal hoog zijn, bij iedereen. En een klasgesprek bij de start van je les is ook erg efficiënt om te monitoren. Met een paar gerichte vragen over de leerstof weet je snel wie mee is en wie niet.»