La Pousse qui Pousse: stadstuinieren voor beginners

Er zijn niet veel onderwerpen waar je zowel Brusselse hipsters in hun dertiger jaren als een groep chaotische basisschoolkinderen blij mee maakt. Om eerlijk te zijn kan ik er zo snel zelfs geen bedenken. Een bezoekje aan La Pousse qui Pousse bewijst dat het wel degelijk mogelijk is. Planten blijken niet alleen een godsgeschenk voor steden en bij uitbreiding het klimaat, maar ze slagen er ook in om een brug te slaan tussen op het eerste zicht onverzoenbare generaties.
door
camille.van.puymbroeck
Leestijd 2 min.

Tekst Camille Van Puymbroeck

De mooiste parels liggen niet voor het oprapen, die moet je gaan zoeken. Dat geldt ook voor La Pousse qui Pousse. Via een imposant hek beland je op een verkeersvrij plein en helemaal in de uithoek daarvan lukt het nog net om de onbeduidende toegangspoort te spotten. Stap je naar binnen, dan bevind je je plots op het binnenterrein van een huizenblok waarvan de daken aardig dicht in de buurt van de zon komen. Tussen al dat bakstenen geweld ligt een oase van groen.

"La Pousse qui Pousse is een plantenkwekerij die in 2013 ontstond als onderdeel van een duurzaam wijkcontract hier in Sint-Gillis. Dat project werd uiteindelijk vier jaar lang gefinancierd. Nadien werd er gezocht naar iemand om het initiatief op zelfstandige basis voort te zetten en de productie te waarborgen - dat werd ik." Olivier Gengoux voelt zich duidelijk thuis tussen al het groen. In de luwte van de serre neemt hij plaats op een geïmproviseerde stoel van kweekbakken terwijl hij honderduit vertelt over een onderwerp dat hem duidelijk na aan het hart ligt.

"Op dit moment werken er drie verschillende partners mee aan La Pousse qui Pousse: saintgilliculteurs, Le Début des Haricots en ik. Ieder van ons heeft zo zijn eigen taken. De saintgilliculteurs focussen zich op workshops voor het brede publiek en Le Début des Haricots is eerder gericht op families en kinderen, terwijl ik me bezig houd met de productie en het onderhoud. We proberen de lokale bewoners ook te laten kennismaken met het project, bijvoorbeeld door middel van een composthoop. Mensen uit de buurt kunnen hun voedselresten en tuinafval hier binnenbrengen en zo in zekere zin meewerken aan La Pousse qui Pousse."

"Stadsbewoners vinden hier al het nodige om zelf aan de slag te gaan. We bieden basismateriaal aan zoals potgrond en plantensteunen, hoewel de nadruk natuurlijk ligt op de gewassen zelf. Of je nu op zoek bent naar kruiden of naar haast vergeten wilde planten, je vindt hier altijd wel iets dat bij je past."

Foto C. Van Puymbroeck

Hoe maak je een selectie van welke planten je al dan niet aanbiedt?

"Daarvoor gelden verschillende selectiecriteria. Wilde planten moeten zich vooral makkelijk kunnen aanpassen aan de omstandigheden in de stad, die niet altijd vanzelfsprekend zijn. Ik probeer steeds om de nadruk te leggen op vlinder- en bijminnende soorten en kies voor struiken met bessen zodat ook de vogels aan hun trekken komen. Daarnaast speelt het esthetische aspect een rol, want anders wordt het al snel moeilijk om mensen te overtuigen om iets te kopen. Aromatische planten zijn gelukkig bijna altijd insectenminnend en zien er bovendien mooi uit, dus dat is mooi meegenomen. Wat betreft groenten en zaaigoed probeer ik vooral om zo divers mogelijk te zijn."

Wat heb je nodig om met een eigen stadstuin te beginnen?

"In de eerste plaats mag het je niet ontbreken aan zin en tijd. Niet alle planten vragen even veel onderhoud, maar je moet toch de goesting weten te vinden om regelmatig in je tuin of op je balkon aan de slag te gaan. Anders werkt het gewoon niet. Verder is de potgrond die je gebruikt erg belangrijk en loont het de moeite om te investeren in geschikte plantenbakken met een goede waterafvoer. Besef je ten slotte dat je het nu eenmaal moet doen met de middelen die je hebt. Kies je planten dus uit op basis van de oriëntatie van je stuk grond en wees niet te koppig in je keuze. Anders is de kans groot dat je tuintje het niet lang vol zal houden."

Welke plantensoorten zijn perfect voor beginners?

"Een algemeen advies geven is moeilijk, want ook hier valt of staat alles met de oriëntatie. Als je alleen beschikt over een erg zonnig en droog plekje, dan kan je beter kiezen voor vetplanten. Die zijn makkelijk in onderhoud en kunnen tegen een stootje. Wil je groenten kweken, dan vermijd je best al te extreme situaties. Zonder zon lukt het niet, maar te veel zon maakt het erg moeilijk om je moestuin te onderhouden – zeker als je ze in bakken kweekt omdat ze dan extra veel water nodig hebben. Mulchen kan hier wel enigszins bij helpen. Dat komt erop neer dat je de aarde bedekt met een laagje stro zodat het vocht minder snel verdampt en je dus minder vaak water moet geven. Ook de kwaliteit van je grond heeft daar trouwens baat bij."

Foto C. Van Puymbroeck

Hoe kan je je stadstuin gezond houden?

"Vooral preventiemaatregelen zijn hier van belang. Zet je planten bijvoorbeeld niet te dicht op elkaar en let zoals gezegd goed op de hoeveelheid licht die ze nodig hebben. Zorg bovendien voor afwisseling. Als je je tuin of balkon vol zet met één en dezelfde soort, is het voor eventuele ziektes veel makkelijker om toe te slaan. Een mengeling geeft altijd het beste resultaat."

"Wat in plantenbakken misschien wat moeilijker is, maar wat zeker helpt, is om niet jaar na jaar dezelfde planten in hetzelfde stukje grond te zetten. Het risico bestaat dan namelijk dat de grond uitgeput raakt. Om dat tegen te gaan is het sowieso belangrijk om je aarde ieder jaar opnieuw te verbeteren, bijvoorbeeld door compost toe te voegen. Maar zelfs dan is het aan te raden om op z'n minst een rotatiesyteem toe te passen."

Ik ben zelf op het platteland opgegroeid en stel me weleens vragen bij de kwaliteit van de gewassen die in een stad worden geteeld. In welke mate heeft de luchtvervuiling een invloed op je planten?

"Er zijn in het verleden verschillende studies uitgevoerd die aantonen dat gewassen op het platteland net meer blootgesteld worden aan vervuiling, met name in de vorm van pesticiden. In de stad gaat het voornamelijk om luchtvervuiling die veroorzaakt wordt door het verkeer, maar die eigenlijk veel mobieler en daardoor minder schadelijk is. Als je planten grenzen aan de straat zal er zich uiteraard een laagje aanslag op je planten zetten, maar het volstaat in dat geval om je oogst goed te wassen en om de potgrond regelmatig te vervangen. Luchtvervuiling is dus zeker geen reden om geen (moes)tuin aan te leggen in de stad."

"Zelfs als je ervoor kiest om je kweeksels niet op te eten, is een tuin geen verloren moeite. Groen in de stad heeft namelijk nog een ander voordeel: je planten onderhouden werkt erg therapeutisch. Zeker als je in het dagelijks leven wordt blootgesteld aan stress, vormt het een ideale uitlaatklep. Er zijn om die reden heel wat mensen die hier gewoon naartoe komen om even te ontsnappen aan de drukte. Alleen al door de planten aan te raken en door te genieten van de verschillende aroma's die vrijkomen, kom je even tot rust."

Dat de Brusselaars nood hebben aan een beetje groen in hun leven, merk je vanzelf. Tijdens mijn bezoek aan La Pousse qui Pousse maak ik kennis met de leerlingen van de basisschool in de buurt, vier hipsters van in de dertig en een gepensioneerde vrouw die haar koer wil opvrolijken. En iedereen - inclusief ikzelf - loopt bepakt en bezakt weer naar buiten. Laat die therapie maar komen.

Foto C. Van Puymbroeck

Praktische informatie

Adres

La Pousse qui Pousse

Square Gérard Van Caulaert 4

1060 Sint-Gillis

Openingsuren

Woensdag: 11 uur tot 19 uur

Donderdag, vrijdag en zaterdag: 11 uur tot 18 uur