«Door de zorg voor mijn oma moest ik zelf heel vroeg volwassen worden»

Onze familie en naasten zijn onmisbaar in ons leven. Wordt iemand langdurig ziek, heeft een familielid psychische moeilijkheden of heeft een naaste een beperking, dan is het voor velen een logische keuze om voor die persoon te zorgen. Al is dat niet altijd vanzelfsprekend, getuigt ook Narges. Zij nam vijf jaar lang samen met haar moeder de mantelzorg van haar oma op en stuitte daarbij op heel wat hindernissen.

«In februari 2011 kwam mijn oma uit Iran op bezoek. Bij haar terugkeer mocht ze het vliegtuig niet meer op omwille van gezondheidsproblemen. Ze trok bij ons in, maar het duurde nog tot 2014 eer ze een verblijfsvergunning om medische redenen kreeg. Waar de dokter in eerste instantie voorspelde dat ze nog zes maanden te leven had, werd dat uiteindelijk vijf jaar. Ik was net beginnen te studeren aan de universiteit. Plots moest ik mee zorgen voor mijn oma die niet zelfstandig naar buiten kon, de taal niet sprak en later ook nog eens dementie kreeg. We hadden al een zeer moeilijke periode achter de rug toen we enkele jaren eerder in België kwamen wonen. Ik moest al zo vroeg volwassen worden dat mijn eigen ontwikkeling eronder leed.»

«Wilde er niemand mee lastigvallen»

«De term ‘mantelzorg’ kende ik toen nog niet. Niemand was echt op de hoogte van onze situatie, behalve ikzelf, mijn moeder en mijn broertje. Mijn klasgenoten wou ik er niet mee lastig vallen en ook bij de studentenbegeleider kon ik niet terecht. «Met jouw resultaten ga je ooit als kassierster eindigen», zei ze me nog voor ik zelf het woord kon nemen. Ik studeerde fysica en sterrenkunde, maar die studies heb ik nooit kunnen afmaken. Ik dacht alleen «Hoe kan ik mijn oma helpen?» en nooit «Hoe kan ik mezelf helpen?». Mijn vriendenkring werd alsmaar kleiner en ons gezin raakte in een soort overlevingsmodus. Dat zorgde voor eindeloze discussies en een hoop opgekropte frustraties. Op een bepaald moment was ik boos op mijn moeder, terwijl ze niets had misdaan. Ze was gewoon iemand die voor iemand anders aan het zorgen was. Ze was niet meer iemands dochter of iemands moeder, ze was puurweg iemands verzorgster. En dat weegt.»

«Nu, vijf jaar later, voel ik me nog altijd schuldig. Ik probeer niet te veel na te denken over wat ik anders had kunnen doen, maar uiteindelijk blijft het door mijn hoofd spoken. Als we hulp hadden kunnen krijgen en als die persoon ook Iraans had gesproken, had mijn leven er heel anders uit kunnen zien.»

Wat als je van de ene op de andere dag in de mantelzorg rolt?

Mantelzorg geeft voldoening, maar het is allesbehalve makkelijk om in te staan voor een ander, zeker als je nog zo jong bent. Je persoonlijke leven verschuift al snel naar de achtergrond met alle gevolgen van dien. Het is belangrijk om te beseffen dat je er niet alleen voor staat en om op tijd hulp te vragen. Je huisarts en andere zorgverleners kunnen je daarbij helpen, maar ook je ziekenfonds, het lokale dienstencentrum en het OCMW kunnen je adviseren. Of het nu gaat om een praatcafé of een financiële tegemoetkoming: wees niet bang om vragen te stellen.

Meer informatie:
www.mantelzorgers.be en
www.zojong.be.
(Jonge) mantelzorgers in Brussel kunnen terecht op 02 546 14 71.