SOUNDCHECK. Raymond van het Groenewoud viert zijn liefde voor muziek op het vreugdevolle ‘Speel’

SOUNDCHECK. Raymond van het Groenewoud viert zijn liefde voor muziek op het vreugdevolle ‘Speel’
Foto R.V.

«Wees nederig met je creativiteit en gracieus met je succes.» Een heerlijke quote, glijdend uit de mond van Quincy Jones. En perfect toepasbaar op Raymond, man en muzikant die na zeven decennia al lang geen achternaam meer nodig heeft om zijn volle identiteit kenbaar te maken.

Je bent net zeventig geworden, maar zelf ben je daar rustig onder gebleven. Anderen hebben je muzikale leven wel, zij het beschaafd en respectvol, gefileerd. Hoe voel je je daarbij?

Raymond van het Groenewoud: «Dat ‘fileren’ is vooral gedaan in de driedelige documentaire ‘Raymond!’ van Karel Van Mileghem die nu op de VRT loopt. Met veel liefde en respect gedaan, maar te confronterend en dus ben ik gestopt met kijken. En verder voelde ik geen behoefte om allerlei festiviteiten in gang te zetten. Net zoals ik niet happig ben om in de pers mijn privéleven toe te lichten en dan geconfronteerd te worden met sappige quotes die vaak uit hun context zijn gelicht. Laat het feest maar via de muziek en op het podium verteld worden.»

Én Raymond viert feest met zijn nieuwe, uitstekende plaat ‘Speel’. Daarop is de ontembare liefde voor uiteenlopende muzikale stijlen heerlijk tastbaar. Rock, soul, chanson of pop… in de handen van Raymond doet het er gewoon niet toe. Het funky ‘Speel’ brengt ons trouwens naar het zwarte bloed dat gretig door zijn aderen stroomt.

«Het heeft zich door de jaren heen mooi vermengd met het blanke bloed. Grappig, zeker wanneer ik terugdenk aan wat mijn vader (orkestleider en muzikant Nico Gomez) uitstak met zijn liefde voor Zuid-Amerikaanse muziek. Ik zie hem nog percussie-advies geven aan verweesd kijkende percussionisten, maar het deed me wel beseffen dat elk instrument met kennis en vaardigheid moet bespeeld worden. Anders krijg je geen interessant en organisch swingend patroon. En wat mij het meeste opwond, bleken patronen van zwarte Amerikanen te zijn.»

Was Afrika toen nog een ‘iets-te-ver-van-mijn-bed-show’?

«Ik denk het, al kan ik me best verliezen in een plaat van de Nigeriaanse grootmeester Fela Kuti. Maar de zwarte Amerikaanse muziek kent ook blanke invloeden en die mengvorm boeit me. Al kan ik me dat zwarte gen om begrijpelijke redenen nooit volledige toe-eigenen. Bij Prince hoor je in elke noot of elk ritme dat bloed stromen. Pure seks op een bed van vakmanschap. Ik heb ‘Kiss’ nog gedraaid op de begrafenis van mijn moeder die zelfs op gevorderde leeftijd kon zeggen dat ze Prince’s muziek lekker vond. Net als ik vond ze Michael Jackson te theatraal met een teveel aan esthetiek.»

Raymond raadt me aan naar ‘Quincy’ te kijken, de uitstekende Netflix-documentaire over de legendarische multimuzikant, arrangeur en producer Quincy Jones. Wat ik ook doe en het levert meteen de inleiding op. Op een gegeven moment wordt er over het vermaledijde ego van muzikanten gesproken waarop Quincy gevat antwoordt dat het ego niets meer is dan onzekerheid in een net pak. Raymonds ego zit gewoon subtiel in zijn liedjes ingekapseld en behoeft geen grootspraak of wierrook. Hij is ook de eerste om een relativerende sluier over zijn vondsten te draperen.

«Ik heb dat voornamelijk te danken aan het feit dat ik nooit op mijn lauweren heb willen rusten. Ik ben altijd ijverig bezig geweest en kan een bemoedigend enthousiasme koppelen aan ‘het ding van het nu’. Daardoor kan ik moeilijk blasé overkomen, iets dat onbewust wel erkend en herkend wordt. Dat is niet hetzelfde als altijd goed te worden bevonden, maar dat is ook niet de betrachting. De betrachting is zelf met het besef zitten dat ik er iets tot heel veel voor doe en meer kan je ook niet doen. Je probeert het allemaal zo goed mogelijk op poten te zetten en te houden. ‘Doe wel en zie niet om’, hing er bij mijn bomma aan de muur en niet ‘Trek het je niet aan’. (lacht) Je ziet maar, ze was Bob Dylan rijkelijk voor.»

In mijn platenrek staan jouw albums naast die van Leonard Cohen. Ik zie ergens een verwantschap. Zie je die zelf ook?

«Er zijn overeenkomsten en ik ben enorm gefascineerd door zijn figuur. Ik voel ook beter aan waarom hij zich teruggetrokken heeft uit het dagelijkse leven. Dat hij depressief was, kan ik moeilijker vatten. Maar ik heb een van zijn biografieën gelezen en een aantal citaten daaruit koester ik enorm. Hij was als kind al gefascineerd door de Geschriften, maar ook door vrouwelijk schoon. Het boeit me dat er twee schijnbaar onverzoenlijke magneten in één lijf zitten. Het is goed om Cohen in de platenkast te hebben, zeker als het wat moeilijk gaat in het leven.»

Welk idee lag er aan de basis van ‘Speel’?

«De eerste aanzet was ‘melodie boven alles’. Uit alle melodieën die ik verzameld had, zijn er dan enkele songs geboren in samenspraak met flarden tekst. En ik had er plezier in, arbeidsvreugde. De woorden inpassen in de melodie, de juiste brug zoeken, structuren uitproberen… Respect voor het ambacht.»

En met die zaken ging je naar Jean-Marie Aerts. Jij de verf en hij de borstel?

«Zo kan je het stellen. Hij is een soort ‘muziekmonnik’, een ideale producer. Een man van weinig woorden, geen grootspraak, maar wel met een visie. Hij voelde perfect aan welke richting de songs moesten uitgaan. De basis lag vast, maar hij mocht er zijn geluidenpallet op loslaten. Het moment dat de plaat gemixt is en je alle nuances hoort die je er wilde inleggen. Dat is na al die jaren nog steeds een magisch moment. Ik ben ook zeer tevreden met de hoes, een foto van de Nederlandse fotograaf Dolf Toussaint die perfect de sixties nostalgie weergeeft die ik bezing in ‘Gewoon in Amsterdam’. Ik zocht eerst twee spelende kinderen, maar deze foto met die twee heren bezit een aanstekelijke absurditeit.»

De speelvreugde is alom aanwezig in ‘Speel’. Heeft de aantrekkingskracht van een goed lied na zeven decennia nog steeds vat op je?.

«Het onvatbare van liedjes maken zorgt ervoor dat je nooit berust en volgens een formule werkt. De magie zit in de juiste cocktail. Ik ben thuis in de wereld van de melodie, harmonie, woorden en theatraliteit en niet van versterkers, boxen of bepaalde frequenties die beter werken op de radio. (lacht) Er is geen natuurkundige aan me verloren gegaan, maar blijkbaar heerst er toch een zekere consensus dat ik in staat ben om het zielenleven op zo’n manier weer te geven dat het mensen raakt.»

Dirk Fryns

‘Speel’ is nu uit bij Warner. Raymond van het Groenewoud speelt vrijdag in Het Depot in Leuven en zaterdag in De Warande in Turnhout. Meer info op www.raymondvanhetgroenewoud.be