Dikketruiendag. Zo help je de biodiversiteit in je tuin een handje

Foto Pixabay

‘Meer biodiversiteit helpt het klimaat’. Dat is de slogan van de Dikketruiendag dit jaar. Het doel is de natuur een handje te helpen waar kan: op school, bedrijfsterreinen of thuis in de tuin. Wij geven zeven tips waarmee je zelf de biodiversiteit thuis kan vergroten.

1. Verban chemische pesticiden

Laat in een hoekje van je tuin spontaan planten groeien en maai zo laat mogelijk. Gebruik ook geen chemische pesticiden of meststoffen. Zo kunnen de planten beter groeien en zich voortplanten en krijg je meer soorten. Hierdoor wordt je grasveld een waardevolle plek voor bijen, vlinders en andere insecten.

2. Water in de tuin

Een bron van water in je tuin is een welgekome toevoeging. Dit kan gaan van een vijver tot een trog of een waterornament. Veel dieren, zoals vogels en bijen, maken hier dankbaar gebruik van.

3. Je eigen composthoop

Maak je eigen composthoop waar je al je eigen afval uit je tuin kan hergebruiken. Het is enorm duurzaam en je moet niet constant je afval wegbrengen. Het is een bron van wormen, schimmels en bacteriën. Deze houden de bodem van je tuin gezond.

4. Bomen en struiken

Bomen en struiken bieden onderdak en bescherming aan allerlei dieren. Zo kunnen vogels veilig hun eitjes uitbroeden. Fruitbomen zorgen ook voor voedsel, zowel door hun bloesems als de vruchten die ze dragen.

5. Decoratieve, dode takken

Dode takken of omgezaagde bomen hoef je niet direct op de ruimen. Maak een stapel van de takken of laat de afgezaagde stam gewoon staan. Verschillende insecten, maar ook egels, gebruiken deze als schuilplaats. Na verloop van tijd zullen ook zwammen en mossen zich gaan hechten aan het hout. Zo worden ze plots ook een decoratieve toevoeging aan je tuin.

6. Bescherm regenwormen

Regenwormen hebben een grotere rol dan je denkt. Ze recycleren onophoudelijk organisch materiaal, zorgen voor een vruchtbare bodem en woelen de grond los, waardoor wortels makkelijker kunnen groeien. Gebruik dus geen chemische meststoffen en bewerk je grond met een woelvork of riek.

7. Let op met drinkwater

Bij ons komt drinkwater gewoon uit de kraan en we gebruiken het bijna overal voor. Maar je kan er ook zuiniger mee omspringen. Probeer je regenwater eens op te vangen en hiermee je planten water te geven. Je kan ook grijs water (afkomstig uit de gootsteen, bad of douche) opvangen om je toilet mee door te spoelen of je vloer mee schoon te maken.