Zo reageert Herman Brusselmans op de kinderwens van zijn vriendin

Belga / James Arthur Gekiere

Herman Brusselmans heeft geen kinderen, maar zijn 34 jaar jongere vriendin heeft wél een kinderwens. In Humo vertelt de populaire schrijver hoe hij daarmee omgaat.

Met zijn nieuwe roman ‘Bloed spuwen naar de hematoloog’ breidt Herman Brusselmans zijn al opmerkelijke oeuvre van meer dan 80 boeken weer uit. Kinderen heeft de 62-jarige schrijver dan weer niet, al kan daar verandering in komen als het van zijn Nederlandse vriendin Lena afhangt.

Onhandige vader

De 28-jarige brunette heeft een duidelijke kinderwens en wil dat het liefst met hem. “Lena is daar heel resoluut in: ze wil niet zomaar een kind, ze wil een kind met míj. En ze heeft me beloofd dat ik 100 word. Er zijn wel wat drempels. We hebben hier maar één slaapkamer, bijvoorbeeld. Ik zou moeten verhuizen, en daar heb ik weinig zin in. En ik zou misschien ook een wat onhandige vader zijn: het type dat een ambulance belt zodra z’n kindje overgeeft”, vertelt hij in Humo.

Benepen angst

Brusselmans sluit een eventueel kind dus niet uit, al vormen zijn angsten nog de grootste hindernis. “Ik ben ervan overtuigd dat ik een goeie vader zou zijn. Er zit genoeg liefde in mij om er zeker van te zijn dat ik zo’n kindje erg graag zou zien. Om te weten dat het het góéd zou hebben bij ons. En ook hier geldt: ik ben niet bang van de grote dingen. Wel van de alledaagse: dat dat kind van de tafel zou vallen.”

“Ik zie overal gevaar. Lena en ik hebben nu een hondje, Aquí. Ik wandel met hem het blokje om, maar Lena gaat ermee naar het park, en laat hem daar kilometers rennen. Rijdt er onderweg een tram voorbij, dan denk ik: daar zal ons hondje onder lopen. Terwijl Lena denkt: ons hondje is slim genoeg om op het voetpad te blijven. Dat is het fundamentele verschil tussen ons. Ik ben bang, zij niet. Ik zie het gevaar, Lena de kans. Soms word ik heel kwaad op mezelf door die benepen angst. Ik vecht er al een heel leven tegen. Niet iedere tram rijdt je omver, niet elke bus stort in een ravijn, niet elk vliegtuig valt uit de lucht. Ik wéét dat, maar ik geloof het niet”, besluit hij.