Thibau Nys vreest alleen zichzelf

Thibau Nys vreest alleen zichzelf

Thibau Nys kan zondag zijn eerste wereldtitel veroveren in het Zwitserse Dübendorf. De zoon van Sven Nys moest vorig jaar nog vrede nemen met een vierde plaats, maar is nu de topfavoriet bij de junioren. “Ik mag met niet te veel zelfvertrouwen starten.” Thibau Nys won zes van de zeven wereldbekermanches het voorbije seizoen. Enkel zondag liep het fout na een valpartij in de slotronde, op de koop toe schoot hij uit zijn klikpedaal bij de sprint. Dus werd het een derde plaats in Hoogerheide. “Dat was wel een soort wake-upcall”, vertelde hij op een persmoment in het teamhotel in Spreitenbach. “Dat is een goede omschrijving. Het zette me wel met de voetjes op de grond. Ik had de koers in handen, viel aan op het juiste moment en op de juiste manier, maar toch liep het mis. Een val, die pedaal en dus win ik niet. Dat kan zondag op het WK ook gebeuren en dat leert me dat ik met niet te veel zelfvertrouwen moet starten.”

Nys is Belgisch en Europees kampioen, en won de wereldbeker. Een regenboogtrui zou de kers op de taart zijn. “Langs de ene kant moet er niets, want ik heb al een heel sterk seizoen achter de rug”, vertelde hij. “Anderzijds wil je na zo’n jaar wel wereldkampioen worden. Ik ga proberen winnen, ik start met gezonde ambitie.”

Nys verkent het parcours niet. “Dat deed ik vandaag niet en zal ik ook de komende dagen niet doen. Het kan nog zo hard veranderen tegen zondag, want er volgt nog een verkenning op vrijdag en drie wedstrijden op zaterdag. Dus dan kan je het zondag maar beter nemen zoals het komt. Zoals ik het nu hoor, bolt het vrij lastig. We zien wel.”

Op de vraag wie hij het meest vreest, kwam het antwoord snel. “Mezelf. Ik moet zondag gewoon de cross aanpakken zoals ik dat al een gans jaar doe, met succes. Ik moet het niet opeens anders gaan doen, niet zenuwachtig worden, maar er rustig naartoe leven. Ik had wat rugproblemen de voorbije weken, maar ik denk dat het zondag geen probleem mag vormen. Al moet je altijd met twee woorden spreken.”

“Je moet van je eigen sterkte uitgaan. Ik kijk niet naar anderen, maar rijd mijn eigen koers. Natuurlijk, er zijn ook andere renners die hier goed voor de dag zullen komen. Dan denk ik bijvoorbeeld aan Dario Lillo, die heel constant rijdt, voor eigen volk koerst en een alleskunner is. En op een WK voor junioren moet je altijd rekening houden met enkele jongens die uit het niets kunnen komen.

België heeft een sterke generatie junioren. “Ik denk dat twee medailles er wel inzitten, misschien zelfs drie. Dat zou heel mooi zijn. Wie van de andere vijf? Moeilijk te zeggen, ze zijn allemaal een beetje van hetzelfde niveau, rijden sterk. Maar als ik dan iemand moet noemen is het Lennert Belmans, die is bijzonder goed op dreef de laatste weken.”

bron: Belga