Vanaf 2020-2021 kan je leren brouwen aan de KU Leuven

Vanaf 2020-2021 kan je leren brouwen aan de KU Leuven
Foto Unsplash

Vanaf het academiejaar 2020-2021 richt de KU Leuven met financiële steun van AB InBev de leerstoel ’AB InBev Chair in Malting and Brewing’ in, een internationaal postgraduaat in mouten en brouwen. De opleiding zal worden geleid door de hoogleraren Christophe Courtin en Kevin Verstrepen van het Centrum voor Levensmiddelen- en Microbiële Technologie.

Het Engelstalig programma mikt op een nationaal en internationaal studentenpubliek met een masterdiploma (bio)ingenieurswetenschappen of exacte wetenschappen. De opleiding duurt één jaar en bestaat uit 10 vakken, die gegeven worden door experten van de KU Leuven, telkens aangevuld met een expert uit de industrie. Studenten krijgen op die manier de kans om diepgaande theorie te koppelen aan praktijkervaring en kennis op industriële schaal, hetgeen volgens Christophe Courtin uniek is in Europa.

Bier brouwen is een wetenschap

De KU Leuven kent sinds de oprichting van een brouwerijschool in 1887 een zeer lange traditie van brouwerijonderwijs en -onderzoek. “Het postgraduaat zal gebaseerd zijn op ons onderzoek naar gisten, granen en processing in de context van mouterij en brouwerij dat zowel nationaal als internationaal hoog aangeschreven staat”, aldus Verstrepen. Opdat ze over dezelfde basiskennis beschikken, moeten studenten die zich willen inschrijven voor het postgraduaat wel vooraf de gratis online cursus van Verstrepen over de wetenschap achter bier brouwen volgen. Deze gaat op 24 februari van start.

Samenwerking

Met de oprichting van de Leerstoel krijgt de bestaande samenwerking tussen AB InBev en de KU Leuven een nieuw vervolg. Beiden werken al tien jaar intensief samen op vlak van onderzoek naar gist en fermentatietechnologie en recent ook op andere domeinen zoals granen en membraantechnologie. GITEC (Global Innovation and Technologie Center), het wereldwijde innovatiecentrum van AB InBev, bevindt zich overigens ook nog steeds in Leuven. Er werken in totaal zo’n 150 onderzoekers van 22 verschillende nationaliteiten.