Ploegvoorstelling Deceuninck-Quick.Step – Alaphilippe droomt van de Ronde

Julian Alaphilippe wil in 2020 voortgaan op het elan van de voorbije seizoenen, scoren van start tot finish en proeven van nieuwe ervaringen. “Vorig jaar reed ik voor het eerst de Strade Bianche en dat beviel me goed, nu wil ik ook eens zien wat ik waard ben in de Ronde.” In 2018 beleefde Julian al een wonderjaar met ondermeer zeges in de Waalse Pijl, de Clasica San Sebastian, twee ritten in de Ronde van het Baskenland en twee zeges in de Tour. In 2019 verging het hem nog beter met de Strade Bianche, Milaan-Sanremo, overwinningen in de Tirreno-Adriatico, opnieuw de Waalse Pijl, twee ritten in de Tour en een wonderpassage in de gele trui die pas eindigde in de laatste vrijdagrit. Uiteindelijk zou hij als vijfde finishen in Parijs.
De Tour van 2020 lijkt op z’n maat geschreven, maar toch start hij in 2020 niet met de ambitie om een gooi te doen naar het klassement. “Neen, dit jaar nog niet. Ik pak het aan zoals ik dat in 2019 deed, mikken op ritwinst”, vertelde hij op het persmoment van zijn team in het Spaanse Calpe. “Het was magisch om twee weken die gele trui te dragen, maar uiteindelijk ging het licht wel uit in die bergrit naar Tignes en val ik ook nog terug naar de vijfde plaats. Er is nog een groot verschil tussen jagen op geel en een vijfde plaats. Ik zou niet alleen mijn voorbereiding op die Tour moeten veranderen, ik zou ook in de Tour zelf anders moeten koersen. Ik zou mijn jaar dan ook moeten focussen op die Tour en zo zit ik niet in elkaar. Ik koers graag, ik doe graag andere wedstrijden, dus mikken op dat geel is nog geen ambitie in 2020, zeker niet.”
Wat meer over die andere koersen. Hij start zijn seizoen net zoals ploegmaat Remco Evenepoel in de Ronde van San Juan eind januari en reist daarna door naar de Tour Colombia. Hij verdedigt zijn titel niet in de Strade Bianche, noch voor de Tirreno-Adriatico, maar kiest voor Parijs-Nice waar hij met de tijdrit in Saint-Amand-Montrond in eigen gouw koerst.
Voorts start hij, op eigen vraag, in de Ronde van Vlaanderen. “Ik wilde er gewoon graag bij zijn, die koers zelf eens beleven. Patrick was akkoord, maar op voorwaarde dat het niet mijn grote doel werd in het voorjaar, maar ik nog steeds dat Ardense werk naar voren schuif. En daar kan ik me in vinden.”
Ploegmaten Yves Lampaert en Zdenek Stybar dichten hem meteen winstkansen toe in Vlaanderens Mooiste. “Dat is een mooi compliment, maar ik weet niet goed wat ik mag verwachten. Ik heb er alleszins heel veel goesting in en kan terugvallen op een team met tonnen ervaring. Ik hoop dat ik een rol kan spelen in de finale. De kasseien? Ik heb er geen schrik van en om me voor te bereiden op de Ronde rijd ik wellicht ook nog Dwars door Vlaanderen.”
Tot slot hoeft het niet te verbazen dat zowel de olympische wegrit, als het WK in Zwitserland, beiden op een parcours dat hem moet liggen, met stip zijn aangeduid.

bron: Belga