Minder vaak gras afrijden zorgt voor meer biodiversiteit en is geldbesparend

AFP / R. Rahman

Een recente studie kwam tot de bevinding dat het intensief maaien van grasperken in een stedelijke omgeving negatieve ecologische effecten heeft, met name op de diversiteit van planten en ongewervelde diersoorten.

“Zelfs een kleine reductie van de maaifrequentie kan ecologische voordelen met zich meebrengen: meer bestuivers, meer plantendiversiteit en een lagere uitstoot van broeikasgassen”, zo legt hoofdonderzoeker en auteur van de studie dr. Chris Watson uit.

“Tegelijk kan een gezonder gazon, dat minder vaak gemaaid wordt, weerbaarder worden tegen ongedierte, onkruid en droogte.”

“Het probleem met maaien is dat het gras en laaggroeiende plantensoorten bevoordeelt, terwijl andere soorten waarvan de bloemstengel boven maaihoogte uitkomt nooit kunnen volgroeien. Als die soorten wel tot volle groei kunnen komen, leidt die diversiteit in het gazon tot meer diverse organismen als bestuivers en herbivoren.”

Minder pollen

“Ook de wildgroei van sommige ongewenste indringers in de tuin, zoals de ambrosiaplant, kan eenvoudig ingeperkt worden door minder vaak het gras te maaien. Dat leidt tot minder pollen in de lucht, hetgeen dan weer de ernst van de hooikoorts en het aantal mensen dat met hooikoorts kampt, vermindert. Zo bespaar je ook op medische kosten”, aldus Watson.

Om de economische kosten van het gras maaien in kaart te brengen gebruikten de vorsers een case study uit de Canadese stad Trois-Rivières. Uit gegevens van het maaibedrijf waarmee die stad een contract heeft blijkt dat de stad tot 36% kan besparen als de maaifrequentie daalt van 15 naar 10 keer per jaar in gebieden die intensief bewandeld worden, en naar drie keer in minder gefrequenteerde gebieden.

De studie ‘Ecological and economic benefits of low‐intensity urban lawn management’ werd in december 2019 gepubliceerd in het wetenschappelijk magazine Journal of Applied Ecology.