SOUNDCHECK. Clouseau schudt op ‘Tweesprong’ nog eens stevig aan de boom: “We worden gematrakkeerd met slogans”

Clouseau

Vrij, rechtuit en op zoek naar net dat tikkeltje meer body. Dat is Clouseau anno 2019. De broers Wauters hebben met ‘Tweesprong’ een plaat uitgebracht die hopelijk doet nadenken. Ze hebben er zelf alleszins voor liggen wroeten en zweten. “Ik ben ongelooflijk fier op het album. Het zijn allemaal zaken die er toe doen.”

Koen en Kris Wauters staan me op te wachten in de gang van de ICP Studios, waar de broers ‘Tweesprong’ grotendeels opnamen. De Elsense versie van een Hard Rock Café is ondertussen hun tweede thuis waar ze op hun gemak, misschien mede door het in thema ontworpen zwembad in de kamer ernaast, konden werken aan wat ze zelf «hun meest emotionele album tot nu toe» noemen. En dat speciaal om een punt te bewijzen.

Koen: «Normaal beslissen we op voorhand niets, maar voor ‘Clouseau Danst’ wilden we echt enkel dansbare nummers opnemen. Dat impliceert ook minder zware teksten, luchtigere onderwerpen. Daarna kwam ‘Clouseau 30’ uit en dat gaf ons een lifetime achievement award-achtig gevoel, zo van ‘daar is de uitgang’. De combinatie daarvan met de luchtigheid van ‘Clouseau Danst’ zorgde ervoor dat ik al heel snel tegen Kris zei dat er in de volgende plaat meer hart moest zitten. We wilden dat iedereen nog wist dat we alive and kicking waren.» (lacht)

Kris, je hebt de productie volledig op jou genomen. Hoe vertaal je die keuze dan muzikaal?

Kris: «Het belangrijkste is de songkeuze en het hart zit daar natuurlijk al in. In de demo’s voel je al welke nummers je raken en ontroeren. Ik heb bij de eerste repetities ook meteen aan de band gezegd dat er twee keywords waren: warmte en vuur. Als je dat kan combineren met hart, dan ben je al goed op weg.»

Onder andere Jan Leyers en Frank Vander Linden hebben meegeschreven aan de plaat. Zaten ze meteen mee op dezelfde lijn?

Kris: «Jan Leyers is een klootzak. (lacht) En dan bedoel ik op een goede manier. Ik heb samen met mijn maat Stefaan (Fernande, red.) anderhalf jaar aan nummers geschreven met een twintigtal demo’s als resultaat. En twee of drie dagen voor we de knoop moesten doorhakken, stuurt hij nog vijf dingen door waarvan ik dacht: ‘Gij se godverdoemse smeerlap, die kunnen we niet laten liggen’.» (lacht)

Het album bevat heel wat verschillende thema’s, van verslaving tot populisme en liefdesverdriet. Is er voor jullie één deksel dat past op al die potjes?

Koen: «Voor ons vertrekt het meestal toch nog altijd van die onuitputtelijke inspiratiebron die de liefde is. Het is iets waar je letterlijk wakker van kan liggen. Als je stapelverliefd bent, kan je moeilijk slapen. Als je gebroken bent door liefdesverdriet, vind je ook geen rust.»

Kris: «Het is een universeel thema. Al in de oertijd gingen de helft van de grottekeningen over de liefde. Of over een mammoet die ze gevonden hadden. (lacht) Maar het blijft onze belangrijkste creatieve bron. Het nummer ‘Zuurstof’ vat dat samen. Beeld je even in dat er geen liefde bestond. Beeld je in dat je geen liefde hebt voor je kinderen of je hobby’s. Beeld je in dat je die opwinding niet zou voelen. Hoe triestig zou je leven wel niet zijn?»

Clouseau
Foto F. Van Roe

Kris: «Je wil toch graag met een glimlach wakker worden en ’s avonds kunnen zeggen dat je een goede dag hebt gehad? Ik heb in mijn leven nooit gewerkt. Het is te zeggen: ik heb veel uren geklopt, maar het heeft nog nooit als werk aangevoeld.”

Kris: «Wij zijn sjansaars. Ik zeg dat elke dag tegen mezelf. En die liefde voor ons vak is onze zuurstof. Het is wat ons voortstuwt. Als we dat op een dag niet meer voelen is het onmiddellijk gedaan met Clouseau.»

Koen, je zingt in ‘Heel mijn hart’ ook over je kinderen. Wat zullen zij uit het nummer kunnen halen?

Koen: «Er zijn misschien een aantal zaken die ervoor kunnen zorgen dat je je afkeert van je eigen kinderen, maar die zijn zo extreem dat ik ze me niet kan inbeelden. Ze zullen later waarschijnlijk nog veel stommiteiten uithalen, maar niets van die aard dat ik niets meer met hen te maken wil hebben. Dat is zo’n onpeilbare liefde. Ze kunnen altijd op mijn steun rekenen.»

Wat opvalt is dat jullie sommige zaken bij naam noemen: cocaïnegebruik in ‘Californië’ of gaybashing in ‘De tijd zal nog wel komen’ bijvoorbeeld.

Kris: «Sommige verhalen kan je niet vertellen zonder de zaken bij naam te noemen. Met ‘De tijd zal nog wel komen’ wilde ik de mensen oproepen om weer wat plaats vrij te maken voor nuance. Want de wereld is niet zwart of wit. Je kan als politicus je beleid toch niet uitleggen in veertig tekens op Twitter. Als je politiek talent hebt, maar niet goed bent in 10-secondenquotes, verdwijn je vandaag helaas tussen de mazen van het politieke net. Ik betrap me er zelf ook soms op zwart-witdenken, omdat je langs alle kanten gematrakkeerd wordt met propaganda en slogans. En dat vind ik erg.»

Dit is duidelijk een andere Clouseau dan op de vorige platen. Zijn jullie vertrokken in een nieuwe richting?

Kris: «Dat weet je niet op voorhand.»

Koen: «Allez, witte, wat zeg jij nu?»

Kris: «Pas op, ik ben ongelooflijk fier op deze plaat. Het zijn allemaal zaken die er op dit moment toe doen en ik denk dat dat op onze volgende plaat ook zo zal zijn. Maar ik sluit niet uit dat we binnen tien jaar ‘het zot in onze kop krijgen’ en een bigbandalbum maken.»

Koen: «Maar het feit dat het zo goed aanvoelt, maakt de kans wel groot dat we hetzelfde gevoel zullen willen opzoeken. Eerlijk waar, ik vind het dit keer spannender dan bij de vorige plaat. Dit voelt echt lekker.»

Xavier Vuylsteke de Laps

‘Tweesprong’ is uit bij Warner Music.