Nafi Thiam ziet Spelen van 2024 als een “mogelijk mooi eindpunt” van haar carrière

Nafi Thiam ziet Spelen van 2024 als een "mogelijk mooi eindpunt" van haar carrière

Nafi Thiam heeft vandaag op een persmoment van ADEPS in Luik de Olympische Spelen van Parijs 2024 aangeduid als een mogelijk eindpunt van haar carrière. De huidige olympische kampioene in de tienkamp zal tegen dan 30 jaar zijn en zou haar loopbaan graag “op een positieve noot eindigen”. Eerst wil de 25-jarige Thiam, die overigens dit jaar met succes haar bachelor in de geografie afgerond heeft, zich concentreren op de Spelen van Tokio in 2020. “We zijn nu op 35 weken van de Spelen. Ik zit nu in mijn tweede week training en we doen het heel voorzichtig aan.”

“Ik heb heb het gevoel dat ik goed vorder. We gaan een aantal stages doen, ook competities, maar voorlopig is het nog wat vroeg om daarover al in de details te treden. Ik zal klaar zijn voor Tokio, daar twijfel ik niet aan. Daarna is de weg nog lang en we zullen wel zien, maar het is inderdaad zo dat ik mijn dertigste verjaardag vier op de Spelen in Parijs en dat biedt wel de ideale gelegenheid om mijn carrière op een mooi hoogtepunt af te sluiten. Daarna zou ik andere professionele projecten nastreven. Ik denk er ook aan om nog een master geografie af te ronden.”

Dat was ook het onderwerp van de dag op de persconferentie. Het “levensproject” van ADEPS wil sporters op een zodanige manier begeleiden dat atleten op het hoogste niveau hun sport kunnen combineren met hun studies om zo nog een mooi uitzicht te hebben op een professionele carrière na de sport. “De studieplanning, adviezen en oriëntering, zowel op studievlak als op professioneel vlak, het helpen aan werk met Rosettacontracten en APE, dat zijn onze missies”, legde Jean-Michel Garin, die de leiding over het project van ADEPS heeft, uit.

Nafi Thiam, die haar universitaire studies in de geografie combineerde met de tienkamp, kon het belang hiervan ook niet genoeg benadrukken. “Zeker op het begin van mijn carrière hebben mijn studies een belangrijke rol gespeeld. Ik was toen 18-19 jaar en het zorgde voor een goed evenwicht. Ik kon mezelf ontladen door me in een milieu te begeven van studenten die zich niet per se interesseerden in de sport. Dat hielp om de druk wat van me af te laten vallen en zorgde er ook voor dat ik aan andere dingen in het leven kon denken tijdens de moeilijkere momenten in mijn carrière.”

bron: Belga