MOVIES. Jean Dujardin over ‘J’accuse’, de nieuwste Polanski: “Dit verhaal is nog steeds bijzonder actueel”

MOVIES. Jean Dujardin over 'J'accuse'', de nieuwste Polankski:
Foto Legende Films

Jean Dujardin begon zijn carrière in door en door Franse lachfilms (‘Brice de Nice’, ‘OSS 117’). Het was ook dankzij zijn komische talent dat hij het tot de Oscars schopte en daar als beste acteur onderscheiden werd voor ‘The Artist’ – een krachttoer die geen enkele andere Franse acteur is gelukt. In ‘J’accuse’ is het hem echter voor één keer niet om de grappen te doen.

‘J’accuse’ is de nieuwe film van Roman Polanski en werpt een verse blik op het Dreyfus-schandaal uit de late 19de eeuw. Dujardin trekt het uniform aan van een Franse legercommandant die de waarheid op het spoor komt zonder dat hij daar echt op uit is. Alleen voelt niemand zich geroepen om naar hem te luisteren.

We kennen je vooral van je komische rollen. Was het een aanpassing om voor het eerst mee te spelen in een historische en politieke film?

Jean Dujardin: “Mijn eerste conclusie is dat komedies eenvoudiger zijn. Het is alsof je een masker opzet dat totaal niet op je eigen persoonlijkheid lijkt en waarachter je je kan verbergen. Op een bepaald moment beslis je als acteur echter dat je meer wil laten zien. Het klopt dat ik me tegenwoordig steeds vaker bloot geef. Ik ben 47. Waarom zou ik me nog verstoppen achter een masker? Door me bloot te geven, kan ik andere akkoorden spelen, melodieën die gevoeliger zijn. Ik heb ook mijn schaduwkanten en daar maak ik gebruik van, zowel in het dagelijks leven als op het witte doek.”

Voelde je je als 47-jarige eindelijk rijp genoeg voor een rol als deze?

(lacht) “Rijp weet ik niet, maar ik dacht wel dat ik het zou aankunnen. Ik aanvaard soms projecten die me bang maken, en ‘J’accuse’ was zeker angstaanjagend genoeg. Anderzijds is de Dreyfus-affaire een belangrijk stuk geschiedenis waar we veel te weinig van afweten. Roman (Polanski, nvdr) heeft me er uitgebreid over verteld, en ik voelde me klaar.”

Schrok het idee om bij Polanski op de set te staan je af?

“Als je het over de regisseur hebt, dan nee. Totaal niet. Polanski en zijn persoonlijke geschiedenis is een andere zaak, maar het is niet aan mij om me uit te spreken over de Polanski-affaire. Ik ben hier enkel over de Dreyfus-affaire te praten.”

Je maakt dus een onderscheid tussen een kunstwerk en de kunstenaar?

“Dat heb ik net gedaan, denk ik.”

Heeft het sociale en politieke klimaat in Frankrijk veel gemeen met de situatie vandaag?

“Het Frankrijk van de late 18de en vroege 19de eeuw was uitgesproken burgerlijk en katholiek. Daarom hadden ze het er ook zo moeilijk mee toen de joodse gemeenschap haar weg vond in de samenleving. Als een maatschappij er slecht aan toe is, voelt ze de drang om een zondebok te zoeken en collectief hysterisch te reageren op alles. Door de sociale media is dat vandaag eigenlijk erger dan ooit. Dit verhaal is dus nog steeds zeer actueel. Je hoort wel eens zeggen dat onze tijd raakvlakken heeft met de jaren 30. We horen overal in Europa in elk geval genoeg marcherende laarzen.”

Uw personage, commandant Picquart, is zelf antisemitisch. Waarom eigenlijk?

“Hij is niet militant antisemitisch. Zijn afkeer voor Joden is eerder cultureel. Het was ook zo’n beetje de norm in die tijd. Maar wanneer hij als rechercheur aan dat touwtje begint te trekken, aanvankelijk heel zachtjes, beseft hij dat het onrecht te groot is. Het is onaanvaardbaar. Het druist in tegen de waarden die het leger zelf hem heeft ingeprent.”

Je zei ooit over Polanski dat hij op de set “openstaat voor de suggesties van de acteurs, zoals Angelsaksische regisseurs vaak doen”. Zitten Franse regisseurs anders in elkaar?

“Ik wil ze niet allemaal over dezelfde kam scheren, maar ik ken inderdaad Franse regisseurs die onwrikbaar vasthouden aan hun ideeën. Ik denk dat het finaal een kwestie van ego is. Die cineasten houden van een strikte hiërarchie: ik ben de regisseur en jij bent mijn acteur. Ze zeggen vaak dingen als ‘Speel mee in mijn film en je zal zien dat ik een nieuwe kant van jou zal openbaren’. Dat soort nonsens. Zelf ben ik van mening dat samenwerking de mooiste resultaten oplevert. Je zoekt samen naar de beste optie.”

Geef eens een voorbeeld?

“In ‘The Wolf of Wall Street’ had ik een scène met DiCaprio waar ik een Zwitserse bankier speel. Tijdens de opnames vertelde ik hem dat ik naar hem wou kijken alsof ik een mooie vrouw voor me had. En hij antwoordde: ‘Stel het voor aan Martin Scorsese, en kijk hoe hij reageert.’ En Scorsese vond het een geweldig idee. ‘Jij bent de acteur’, zei hij. ‘Als jij zoiets voorstelt, betekent het dat je iets hebt gezien wat ik niet noodzakelijk opgemerkt heb. Het is vast en zeker een goed idee. Laten we het proberen.’ Dat is het uitgangspunt bij een Angelsaksische film.”

Wat wordt je volgende project? Komedie of drama?

“Een komedie. We maken het derde deel van onze Bond-parodie ‘OSS 117’, in Kenia. Ik bereid me voor zoals ik altijd doe: ik zonder me af in mijn kantoor, ik zet muziek op, en ik lees de hele film luidop. Bla bla bla… Niet meteen de plezierigste manier om een rol te leren, maar ik pak het zo aan omdat ik weet dat ik dan op de set op mijn gemak ben. Geen plankenkoorts, ook niet als de vermoeidheid toeslaat. Ik ken mijn tekst en ik ben paraat.”

Elli Mastorou / @cafesoluble