SOUNDCHECK. Arno zet op ‘Santeboutique’ de deuren van zijn kolkende hersenpan open

Foto Belga / F. De Smet

Als het leven zoals het Amazonewoud was, zou Arno na de bosbranden nog steeds staan pronken als een kanjer van een boom. De Oostendse Tom Waits is onverwoestbaar. Met ‘Santeboutique’ is hij al aan zijn 13de soloplaat toe en nog steeds tiert hij alsof zijn stembanden een scheiding hebben aangevraagd. En dat voor een man die dit jaar 70 is geworden.

“Merci. Nu is het proficiat, vroeger zeiden ze: ‘amai, je leeft nog’. (lacht) Door al die felicitaties sta ik er wel bij stil. In mijn leven zijn er drie belangrijke verjaardagen die ik nooit zal vergeten. Mijn 16de, omdat ik vanaf dan met mijn papa de dancings en cafés binnen mocht. Mijn 21ste, omdat ik nog weet dat mijn meisje van toen me eraan heeft moeten herinneren. En dan is er deze, mijn 70ste.”

Je barst nog steeds van de energie, ook al is het je 13de soloplaat. Waar blijf je dat halen?

“Muziek maken geeft me adrenaline en ik ben daaraan verslaafd. Het is heel belangrijk dat ik het podium kan opgaan, want als ik niks doe, is dat slecht nieuws voor mijn lever. (lacht) En dankzij muziek kan ik me uitdrukken. Ik was vroeger een beetje autistisch. Als mijn vriendjes iemand meenamen, vond die me altijd een bizarre gast, want ik zei niks. Maar in de jaren 60 waren daar ineens The Kinks en The Rolling Stones en had ik de microbe te pakken. Er hing een sfeer van vrijheid en revolte tegen het systeem. Dat was iets voor mij.”

Die revolte hoor je ook in ‘They Are Coming’, waarin je onze politiek fileert. Wat dacht je de avond van de verkiezingen?

“Ik lag op mijn gat. Het is een cliché, maar ik waande me in de jaren 30. De wereld is aan het veranderen. We laten ons leiden door angst, maar dat is niet de enige oorzaak. We leven in een cowboyfilm, alles is mogelijk. Hoeveel mensen zijn er zich nog van bewust dat er in Europa oorlog gevoerd is? De Tweede Wereldoorlog is voor veel mensen een even grote ver-van-mijn-bed-show geworden als dat Napoleon dat voor mij is. Tegelijk willen ze Europa, zo’n klein continent, splitsen met de brexit, maar zelfs mijn Britse vrienden snappen er niets meer van. En die Boris Johnson heeft ook nog eens hetzelfde kapsel als Donald Trump, net de kont van een ros konijn. Vandaar de naam van de plaat, ‘Santeboutique’, een zootje. Het maakt me bang, want de mensen, wij dus, zijn verantwoordelijk voor de situatie waar we nu inzitten. Maar ik zou ook niet willen dat iedereen was zoals ik, dat zou ook niet goed zijn.” (lacht)

Iets in mij zegt me dat je je geen 70 voelt.

“Wat is dat, 70 jaar zijn? Ik weet niet hoe oud ik me voel, alleszins niet anders dan gisteren. Jaartallen zijn voor mij altijd te abstract geweest, net zoals het begrip geluk. Ik ben niet ongelukkig, maar ook niet extreem gelukkig. Vanavond ga ik mosselen met friet eten. Dan ga ik gelukkig zijn, heel gelukkig.”

Kijk je vaak terug op periodes in je leven?

“Nee, ik doe dat niet graag, maar ik word wel met flashbacks geconfronteerd. Vandaar het nummer ‘Flashback Blues’. Ze zijn niet per se negatief, maar ze slorpen me volledig op en nemen me mee naar het verleden. Dat heb ik niet graag, maar ik kan er niets aan doen. Ze zijn ook erger als ik een kater heb. Daarom drink ik minder dan vroeger.”

Je hebt het daar ook over in ‘Lady Alcohol’. Waarom voelde je de nood om dat nummer te schrijven?

“Ik heb een tijdlang te veel alcohol gedronken en ik wil niet afhankelijk zijn van iets. Ik drink graag. Niet tot ik dronken ben, maar ik lust wel graag een glas wijn. Ik ben een sociale drinker. Ik leef graag en dat is een gevolg ervan. Nu heb ik daar controle over, maar vroeger niet altijd.”

“Tegenwoordig haal ik het meeste plezier uit op een terras zitten met mijn drie kranten en mijn thee en naar de mensen kijken. En in de winter naar de Noordzee gaan. Dan zet ik me ’s morgens om 10 uur op het strand van Oostende, gans alleen, buiten wat meeuwen en joggers. Het zand ruikt dan naar het zout van de zee gemengd met garnalen en mosselen. Dat is mijn geur. Of ’s avonds als de zon in de zee zakt, zie je op een uur tijd vier of vijf schilderijen van Spilliaert. Dat is een trip, maar dan bio. Een biotrip.”

In ‘Oostende Bonsoir’ praat je over de stad alsof ze een goede vriendin van je is.

“Geen vriendin, maar een minnares. Vroeger kon je er 24 uur op 24 eten en drinken en veel artiesten kwamen ernaartoe. Hugo Claus en Juliette Gréco hadden er hetzelfde stamcafé. Karl Marx heeft zijn manifest geschreven tussen Brussel en Oostende. Victor Hugo, Proust, Einstein, Ensor, Spilliaert… Oostende was een vrijstaat. Alles was er te vinden. We hadden een synagoge, een protestantse kerk, een Engelstalige en Angelsaksische kerk. Er waren zelfs gay-wijken.”

Voel je soms te veel vrijheid en resulteert dat dan in een nummer zoals ‘Court-Circuit Dans Mon Esprit’?

“Ik heb het nummer geschreven toen ik door een soort van depressie ging en het beschrijft het gevoel dat ik toen ervoer. De muziek heeft me uit dat dal geholpen, samen met mijn hond Socrat. Ik kijk in zijn ogen en ik zie dat hij me verstaat. Honden zijn eigenlijk simpele versies van mensen, maar ze zijn ongelooflijk intelligent. Een hond weet wie er agressief is en wie niet. Toen ik vroeger in een café werkte en er kwam een agressieve man binnen, dan gromde de hond meteen. Ik heb één groot probleem met Socrat: hij eet alle koekjes van mijn thee op.” (buldert)

Xavier Vuylsteke de Laps

‘Santeboutique’ is uit bij Naïve/PIAS. Arno speelt op 23, 24 en 25 januari in de AB. Enkel voor de laatste show zijn er nog tickets te koop.

RECENSIEOVERZICHT
Arno - Santeboutique