‘Topmanagement federale overheid nog steeds hoofdzakelijk mannen’

'Topmanagement federale overheid nog steeds hoofdzakelijk mannen'

Vrouwen blijven ondervertegenwoordigd aan de top van de federale overheid. België is op dit gebied zelfs een van de slechtste leerlingen in de Europese Unie. Ondanks de maatregelen die de afgelopen jaren getroffen werden, is er geen noemenswaardige verbetering. Dat concludeert het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen uit een studie die het uitvoerde. In 2017 maakten vrouwen slechts 29 procent uit van de hoogste, eerste graad van de hiërarchie van de totale federale overheid (de federale overheidsdiensten en andere overheidsinstellingen zoals het RIZIV), dit ondanks een koninklijk besluit van 2012 dat quota van een derde van elk geslacht in de directiecomités invoerde, meldt het instituut.

Overigens blijken de directiecomités bij de federale overheidsdiensten erg ongelijk. “Het directiecomité van de FOD Financiën telde in 2017 slechts 4 vrouwen tegenover 16 mannen, dat van de FOD Justitie 2 vrouwen tegenover 9 mannen. Bij de FOD Volksgezondheid was er zelfs geen enkele vrouw tegenover 6 mannen. Zowel in 2012 als in 2017 was er slechts één vrouw voorzitter van het directiecomité van een FOD.”

Met deze cijfers hinkt het federale niveau achterop ten opzichte van de deelstaten. Terwijl in 2017 slechts 1 op de 8 topmanagers van FOD’s een vrouw was, waren er 4 vrouwen tegenover 5 mannen bij het Waals Gewest, 2 vrouwen en 5 mannen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, 2 vrouwen en 8 mannen in de Franse Gemeenschap en 2 vrouwen tegenover 9 mannen in Vlaanderen.

Met slechts 2 op de 10 vrouwelijke leden in het directiecomité van een FOD, zit het Belgische federale niveau in de staart van het Europese peloton, met daar 4 op de 10 een vrouw, aldus de studie.

Het Instituut vraagt dat de volgende federale regering zich ertoe verbindt om het koninklijk besluit van 2012 strikt uit te voeren. Verder dient er een jaarlijkse monitoring te komen van alle benoemingsbesluiten voor managementfuncties en moet een expliciete motiveringsplicht oplegd worden als wordt afgeweken van genderquota.

Tot slot beveelt het Instituut aan om een strategisch plan gelijkheid-diversiteit aan te nemen onder de verantwoordelijkheid van de minister van Ambtenarenzaken en een verantwoordelijke voor de gelijkheid van vrouwen en mannen aan te stellen binnen de FOD Beleid en Ondersteuning. Die persoon zou dan belast worden met de opvolging van het KB van 2012 en het plan gelijkheid-diversiteit bij de overheid.

bron: Belga