MOVIES. Bong Joon-ho, het genie achter de briljante Gouden Palm-winnaar ‘Parasite’

MOVIES. Bong Joon-ho, het genie achter de briljante Gouden Palm-winnaar 'Parasite'
Foto Filmcoopi

Driewerf hoera voor Bong Joon-ho. Al jaren staat de Zuid-Koreaanse regisseur te boek als een van de grootste talenten van de internationale cinema, en met de donker geestige tragikomedie ‘Parasite’ heeft hij eindelijk ook zijn eerste grote prijs beet: een Gouden Palm in Cannes.

Arm versus rijk. Dat is in heel simpele woorden de tegenstelling die aan de basis ligt van ‘Parasite’. De film draait om twee gezinnen: de ene weinig bemiddeld en voortdurend op zoek naar manieren om wat geld in het laatje te brengen, het andere welgesteld en comfortabel. Het ene woont in een sjofel appartement in de buik van de Zuid-Koreaanse hoofdstad Seoel, het andere heeft een chique villa in de heuvels van de stad. En in de loop van de film komen ze samen, een mengeling die aanvankelijk lijkt te werken maar die uiteindelijk toch explodeert.

Je film heet ‘Parasite’, maar je vraagt je af wie precies van wie profiteert.



Bong Joon-ho: “Dat klopt. In de film dringt het arme gezin het huis en het leven van het rijke gezin binnen en geniet van het comfort dat die zakenman zichzelf geschonken heeft via zijn werk. In die zin kun je het arme gezin parasieten noemen, al is die term natuurlijk wel heel sterk. Tegelijk is het zo dat de rijkelui die armere mensen zelf binnenhaalt omdat ze niet in staat zijn om de eenvoudigste huishoudelijke taken zelf uit te voeren. De afwas doen, koken, met de auto rijden, voor al die dingen hebben ze de hulp van anderen nodig. Wat dat betreft, kun je het rijke gezin dan weer de parasieten noemen.”

Waar heb je het idee vandaan?

“Goeie vraag, maar eigenlijk weet ik het zelf niet goed. Het beste antwoord dat ik kan geven, is dat ik er al sinds 2013 mee rondloop, van toen ik aan de postproductie van ‘Snowpiercer’ werkte. Ik schrijf mijn eigen scripts en ik stel elke keer opnieuw vast dat er me plots iets te binnen schiet, een idee dat ik dan kan uitwerken. Een personage, een situatie, plots kleeft het aan mijn lijf. Soms kom ik thuis en merk ik dat er een kras op mijn hand zit, zonder dat ik me kan herinneren hoe of waar ik me gekrabd heb. Zo gaat het ook met mijn films.”

Hoe zorg je ervoor dat het rijke gezin niet overkomt als een dom en gewillig slachtoffer?

“Je moet respect voor hen hebben. Ik wou absoluut het clichébeeld vermijden dat Koreaanse soapseries ophangen van rijke families. Ze worden daarin steevast afgeschilderd als extreem hebzuchtig en arrogant, klootzakken die ervan genieten om mensen die lager op de sociale ladder staan te vertrappelen en met wreedheid en geweld te behandelen. Mijn film moest anders zijn.”

Zuid-Korea toont zichzelf graag als een welvarende en moderne staat. Hoe accuraat is het portret dat jij in ‘Parasite’ schetst?

“Het is grappig. Toen ik in 1995 voor het eerst ‘La Haine’ van Mathieu Kassovitz zag, stond ik versteld. Ik kon niet geloven dat er in een prachtige stad als Parijs zulke extreme en onmenselijke wijken bestonden. Voor mij was Parijs synoniem met de Champs Elysées en de Notre Dame en mensen die wijn drinken en luisteren naar accordeonmuziek. Zuid-Korea is niet anders. Ja, het is een rijk en ontwikkeld land. Maar als een land zo welvarend wordt, begint de kloof tussen arm en rijk onvermijdelijk te groeien. Het is niet zo dat de helft van de Koreaanse bevolking arm is, maar het blijft een groot probleem.”

Stel dat je Seoel bezoekt, hoe lang zou het dan duren voor je de wijken vindt waar het arme gezin uit de film woont?

“Minder lang dan je zou denken. Je hoeft de grote straten maar even te verlaten. Binnen de kortste keren loop je in kleine steegjes waar je veel van dat soort appartement vindt, die half in de kelder zitten. En door de ramen zal je de gezinnen zien die daarin wonen.”

Je wordt op handen gedragen door de internationale filmwereld, maar je hebt altijd van jezelf gezegd dat je in de eerste plaats genrefilms maakt. Blijf je daar nog steeds bij?

“Absoluut. Veel van mijn favoriete films zijn genrefilms, en ik merk dat ik er keer op keer naar teruggrijp. Dat is wat me boeit. Thriller, horror, sciencefiction, zwarte komedie, de mogelijkheden zijn eindeloos. En genre is ook een handige manier om politiek getinte verhalen te vertellen zonder het publiek om de oren te slaan met hoogdravende boodschappen. ‘The Host’, ‘Snowpiercer’, ‘Okja’, als je er goed naar kijkt, zie je dat het eigenlijk heel politieke films zijn. ‘Parasite’ is niet anders, want in de grond gaat het over de strijd tussen arm en rijk. Maar ik wist ook dat dit geen politiek pamflet mocht worden. Ik wou een film maken waar je meeleeft met alle personages, waar je die mensen bijna kunt ruiken en voelen.”

Ruben Nollet / @rubennollet

RECENSIEOVERZICHT
Parasite