Reuzenpinguïns waren bijna even groot als een mens

Foto Unsplash

Vaak is het Australië dat in de kijker staat met zijn collectie vreemde diersoorten. Maar ditmaal is het Nieuw-Zeeland dat met de eer mag gaan lopen. Een amateur-paleontoloog heeft er namelijk resten gevonden van een reuzenpiguïn die tot wel 1,60 meter groot konden worden.

Een reuzenpinguïn die 1,6 meter groot is en bijna 80 kilo weegt. Het klinkt als een wezen dat verschijnt in je nachtmerries, maar miljoenen jaren geleden liep er wel degelijk zo’n pinguïn rond in Nieuw-Zeeland. Zo blijkt uit de ontdekking van amateur-paleontoloog Leigh Love die vorig jaar fossielen aantrof in de regio van North Canterbury die gesitueerd is op het Zuidereiland. De loopvogel vervoegt het intussen indrukwekkende lijstje met voorbeelden van gigantische, maar uitgestorven, fauna in Nieuw-Zeeland. Zo vonden onderzoekers er in het verleden al ’s werelds grootste papegaai en een enorme adelaar. Ook een grote «gravende vleermuis», de moa en andere reusachtige pinguïns werden er al ontdekt.

Antarctica

De Crossvallia waiparensis – de wetenschappenlijke naam van de reuzenpinguïn – leefde tussen de 66 en 56 miljoen jaar geleden tijdens het paleoceen-tijdperk. De ontdekte reuzenpinguïn is nog een pak groter dan de keizerspinguïn, de grootste levende soort pinguïns. Die kan tot 1,3 meter groot worden en maar liefst 23 kilo wegen. Het meest verwante, gekende familielid van de vroege voorouder is de Crossvallia unienwillia. Die soort werd negentien jaar geleden geïdentificeerd aan de hand van resten die gevonden werden op Antarctica.

De verwantschap tussen de pinguïnsoorten wijst volgens Paul Scofield, curator van het Canterbury Museum, op een nauwe connectie tussen de twee gebieden. “Toen de Crossvallie-soorten nog leefden, zagen Nieuw-Zeeland en Antarctica er helemaal anders uit dan vandaag. Zo was Antarctica bedekt met bossen en kenden beide regio’s een heel warm klimaat”, licht Scofield toe.

Reuzenpinguïn stond niet rechtop

De nieuwe resten zijn een goudmijn voor onderzoekers. Zo brengt de ontdekking hen een stapje dichter bij het ontrafelen van de evolutie van de pinguïnsoort. De wetenschappers hebben immers opgemerkt dat de vroege voorouder in vergelijking met de moderne pinguïn veel meer gebruik maakte van zijn voeten om te zwemmen. Meer zelfs, de reuzenpinguïns waren niet in staat om volledig rechtop te staan zoals pinguïns dat nu doen. De ontdekking van de fossielen stemt de onderzoekers hoopvol. “Er komt nog meer aan, meer fossielen die nieuwe soorten laten zien die nog niet beschreven zijn”, stelt Gerald Mayr van het Naturmuseum Senckenberg in Frankfurt. Hij hielp mee bij de analyse van de resten.

De fossielen zullen later dit jaar nog tentoongesteld worden in het Canterbury Museum in Nieuw-Zeeland.